‘Iedereen heeft recht op een nationaliteit’

Het Europees Netwerk van Staatloosheid (NES) lanceert vandaag een petitie voor de erkenning van staatlozen. Er leven naar schatting wereldwijd zo’n elf miljoen mensen zonder nationale identiteit; 600.000 daarvan bevinden zich in Europa. Ook België kent het fenomeen.

  • ©CC Mws.richter CC-BY-SA-3.0,2.5,2.0,1.0 Staatloosheid wordt niet overal erkend ©CC Mws.richter CC-BY-SA-3.0,2.5,2.0,1.0

Staatloosheid is een verdoken probleem dat amper media-aandacht krijgt. Overheden negeren het probleem door een gebrek aan urgentie, en staatlozen belanden zo in een bureaucratische nachtmerrie zonder enig zicht op vooruitgang.

Omdat ze officieel niet bestaan, vallen ze ten prooi aan uitbuiting en mensenrechtenschendingen, en zoals Ken MacDonald het recent in het Brits parlement verwoordde: ‘Staatloosheid neemt mensen het recht af op rechten. Met alle verschrikkelijke gevolgen vandien.’

De Britse regering is één van de weinige overheden die staatsgevaarlijken uit “antiterroristische overwegingen” de identiteit afneemt, en een nieuwe wet over het thema werd recent door het Brits Hogerhuis afgewezen, net omdat het mensen tot een juridisch limbo veroordeeld.

Staatloosheid

België ondertekende in 1961 het Verdrag tot Beperking van Staatloosheid, maar heeft nog veel werk voor de boeg. Volgens de databank Vreemdelingenzaken bevonden zich in maart 2011 zo’n 672 staatlozen in het land – degenen die een geldige verblijfsvergunning kregen.

Al is België is één van de weinige landen met een procedure, er blijft veel ruimte voor verbetering. Els Keytsman, directrice van Vluchtelingenwerk Vlaanderen:

‘De procedure verloop momenteel voor de rechtbank van eerste aanleg en zou beter voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen verschijnen. Een procedure kan soms een jaar duren, en al die tijd krijgen staatlozen geen erkenning.’

Ze kunnen daardoor geen beroep doen op sociale voorzieningen en zijn onzichtbaar voor de maatschappij. Vaak gaat het om mensen uit de voormalige Sovjetrepublieken,  Palestina, Myanmar, of andere conflictgebieden. Velen zijn slachtoffer van een kafkaiaanse bureaucratie.

Alleen en geïsoleerd

Sarah, één van de miljoenen staatlozen, werd in de Democratische Republiek Congo geboren en bezat tot haar achttiende de Rwandese en Congolese identiteit. Haar ouders werden in 2001 gearresteerd tijdens het conflict tussen de twee landen, en Sarah vluchtte op haar vijftiende naar Nederland waar ze een verblijfsvergunning aanvroeg.

Haar verzoek werd afgewezen, maar voor ze gerepatrieerd kon worden trok de Congolese regering haar laisser-passer in, en terugkeren werd onmogelijk. Sarah vroeg daarom een nieuwe tijdelijke verblijfsvergunning aan, voor mensen die om externe redenen niet naar hun thuisland terug kunnen.

Voor het eerst werd Sarah met haar probleem geconfronteerd. Ze moest haar identiteit bewijzen, maar was volgens de Congolese Ambassade op haar achttiende haar nationaliteit verloren omdat mensen met dubbele identiteit dan één nationaliteit moeten kiezen.

Sarah was niet op de hoogte, en omdat ook Rwanda haar niet erkent, leeft ze twaalf jaar later nog steeds in dezelfde situatie: ‘Ik voel me geïsoleerd en blijf elke dag thuis. Ik wou dat ik een familie kon beginnen, maar dat is gezien mijn situatie onmogelijk.’

De Conventie van 1954

Nochtans werd in 1954 al door zo’n 23 landen de Conventie van Staatloze Personen ondertekent, dat op de rechten van staatlozen wijst en pleit voor meer menswaardige behandeling. Ook in 1961 kwam er een vervolg, met het Verdrag op de Beperking van Staatloosheid. Sindsdien werd er echter maar weinig vooruitgang geboekt.

In 2011 sloten na een campagne van het UNHCR (het VN-vluchtelingenagentschap) zeventien nieuwe leden zich bij het verdrag aan, en de Europese Unie beloofde in oktober 2012 aansluiting van alle lidstaten. Een kritische blik leert echter dat slechts weinig landen effectieve maatregelen invoerden om het probleem te counteren.

Het verdrag blijft dan ook vaak dode letter, en het Europees Netwerk van Staatloosheid (NES) roept met de petitie lidstaten op zich tegen het einde van 2014 bij het verdrag aan te sluiten. Ook wil de organisatie leden die het verdrag al ondertekenden, ertoe aanzetten uiterlijk tegen 2016 concrete beleidsmaatregelen te implementeren.

België ratificeerde het Verdrag van 1961 pas in 2013, en heeft buiten een procedure weinig concrete maatregelen genomen.

U kan de petitie hier ondertekenen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift