Is het mogelijk om economie en ecologie samen te laten bestaan?

‘Ik droom hardop van een nationaal park rond onze hoofdstad’

Ine Nationaal Park/Marcel Bex (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Het fietsroutenetwerk door Nationaal Park Hoge Kempen in Limburg genereert vandaag een toeristische omzet van 50 miljoen euro.’

‘De kans dat we met zijn allen het kapitalisme de rug toekeren, is klein’, zegt journaliste Anneleen Ophoff. ‘Het komt er dus op aan om ook de natuur een economische stem te geven.’ Die natuur zorgde de voorbije maanden voor ons mentale welzijn, en ook dat heeft een politieke en economische waarde die verzilverd kan worden. Door nationale parken te creëren, bijvoorbeeld.

Anneleen Ophoff stelt de zaken meteen op scherp: ‘De natuur slaat ons voortdurend in het gezicht, met bosbranden in Australië, de ontregelde seizoenen of orkanen die over de aardbol razen. Het zijn de symptomen van een onevenwichtige relatie tussen mens en natuur. Maar tegelijk heeft diezelfde natuur de voorbije maanden wel voor ons mentale welzijn gezorgd.’

Naast haar beroepstitel van freelance journaliste mag Ophoff sinds kort ook de titel van oprichtster van het platform National Parks of Europe op haar visitekaartje schrijven. Het doel van dat platform is een echt huzarenstukje: de meer dan vierhonderd nationale parken in Europa inventariseren en informatie over die prachtige stukken natuur beschikbaar maken voor het brede publiek.

‘De milieubeweging heeft steken laten vallen, door de natuur vaak als luxegoed of vanuit een morele prioriteit te benaderen.’

‘Nationale parken zijn grote stukken land die bestemd zijn om het ecosysteem en de biodiversiteit in die regio te beschermen en open te stellen voor het publiek. In coronatijden hoef ik het belang van onze biodiversiteit niet uit te leggen. In verschillende ecosystemen worden bomen omgekapt die de natuurlijke habitat vormen voor bepaalde organismen. Valt die habitat weg, dan vinden die organismen vaak wel een andere plek, maar dan dichter bij de mens. Daardoor worden zoönosen, infectieziekten die van dier op mens overgaan, zoals COVID-19, vaker overgedragen’, verduidelijkt Anneleen Ophoff.

Zodra een natuurgebied de titel van nationaal park draagt, is het wel zaak om de noden van de natuur en die van de bezoeker in evenwicht te houden. ‘Nationale parken doen niet enkel aan behoud, maar ook aan ontwikkeling van de natuur. Dat brengt geld in het laatje, maar roept ook wrevel op. Als men louter via economische argumenten aan natuurontwikkeling doet, zal die altijd destructief zijn’, legt Ophoff uit. ‘

‘De redenering moet eenvoudigweg omgedraaid worden: het is perfect mogelijk om vanuit een ecologische invalshoek een economische meerwaarde te creëren.’

© Anneleen Ophoff

Economische meerwaarde

In het ecologiedebat klinken vaak stemmen die verkondigen dat een betere toekomst voor onze planeet niet mogelijk is in een steeds meedogenlozer kapitalistisch systeem. Wil men de biodiversiteit behouden, dan moet het hele systeem op de schop, zo luidt de redenering.

Toch ziet de oprichtster van National Parks of Europe ook binnen het kapitalistische systeem nieuwe kansen voor natuur. ‘De kans dat we met zijn allen het kapitalisme de rug toekeren, is klein’, zegt Ophoff. ‘Het komt er dus op aan om ook de natuur een economische stem te geven. De milieubeweging heeft daarin steken laten vallen, door de natuur vaak als luxegoed of vanuit een louter morele prioriteit te benaderen.’

‘Men kan beleidsmakers ook overtuigen van de economische meerwaarde van de natuur. Zo creëren natuurdomeinen banen in de toeristische sector of bieden ze ons een plek om te ontspannen, waardoor burn-outs en depressies voorkomen kunnen worden. Volgens het WHO kunnen tot 25 procent van de sterfgevallen door ziekten worden voorkomen door een beter beheer van onze natuurlijke leefomgeving. Dé CEO van de toekomst zal ook dergelijke parameters in rekening moeten brengen’, stelt Ophoff.

© Bram van Geerenstein

Biogradska Gora

Dat de noden van de natuur en die van de mens niet per definitie tegengesteld zijn stelde Anneleen Ophoff met eigen ogen vast in Montenegro. Dat Montenegrijns voorbeeld toont evenzeer aan hoe vanuit een ecologische invalshoek ook een economische meerwaarde gecreëerd kan worden.

Biogradska Gora is een nationaal park in de bergen van Montenegro waar de oorspronkelijke bevolking het recht heeft kunnen behouden om binnen de grenzen van het park te mogen blijven wonen. De meesten onder hen wonen in dorpjes in de dalen, maar wanneer de eerste sneeuw smelt, gaat elke familie naar haar eigen stukje land hoog in de bergen.

‘Op die plaats staan enkele houten hutten samen. In het Servo-Kroatisch spreekt men van een katun. Daar laten ze het vee grazen, bereiden ze hun eigen kaas, vlees en melk. Je vindt er een harmonie met de natuur die je nog zelden ziet in Europa’, legt Ophoff uit.

De bergdorpen liepen de voorbije jaren leeg, omdat weinig dorpelingen erin slaagden te leven van hun idyllische en harmonische bestaan te midden van de natuur. Om de exodus een halt toe te roepen, stelden enkelingen hun hut open voor duurzaam toerisme. Algauw volgden anderen hun voorbeeld.

‘Zo ontstonden er na verloop van tijd samenwerkingsverbanden tussen verschillende katuns. Om toeristen een authentieke en duurzame beleving te geven, worden nu zelfs hut-naar-hut wandelingen voorgesteld. Zo blijven toeristen langer in het gebied, doen ze aan duurzaam en traag reizen en worden ze aangespoord om zich te houden aan de regels van een nationaal park, zoals het verbod op jacht en houtkap’, verduidelijkt Ophoff.

 

© Daniel Hartog

Nationaal Park Hoge Kempen

Biogradska Gora toont treffend aan hoe lokale gemeenschappen zelf de weg van de duurzaamheid kunnen bewandelen en zo lokale overheden proberen te overtuigen om op de duurzame kar te springen.

Dichter bij huis resulteerde een soortgelijk verhaal in 2006 in het eerste en voorlopig enige nationaal park van België: het Nationaal Park Hoge Kempen. Ignace Schops, voorzitter van de Europese koepelorganisatie van nationale parken Europarc, nam samen met vier vrienden tussen pot en pint het initiatief voor dat nationaal park. Ze wilden na de sluiting van de mijnen in Limburg een duurzaam verhaal voor de regio schrijven.

‘Dat was niet evident, in een regio waar de economische vooruitgang te danken was aan de mijnindustrie’, steekt Ignace Schops van wal. ‘Toch zijn we er met het ontwikkelen en aanleggen van een fietsroutenetwerk via knooppunten meteen in geslaagd om aan te tonen dat het mogelijk was. Dat fietsroutenetwerk werd in eerste instantie aangelegd om meer bomen, bossen en poelen aan te leggen, maar genereert vandaag ook een toeristische omzet van 50 miljoen euro.’

Vertalen naar de politiek

De grootste drempel bleek voor Schops te zijn dat hij zich de taal van de politieke besluitvorming eigen moest maken. ‘Puur wetenschappelijk gezien was mijn verhaal waterdicht. Mijn verhalen over boomkikkers en biodiversiteit werden wel interessant bevonden, maar de politici van toen konden die niet vertalen naar het beleid.’

‘Ik hoop dat het hernieuwde vertrouwen van politici in de wetenschap zich ook doorzet op het gebied van natuur en klimaat.’

Schops geeft een concreet voorbeeld: ‘De eilandtheorie van MacArthur en Wilson vertelt ons dat er een verband bestaat tussen de oppervlakte van een nationaal park en de biodiversiteit in dat park. Hoe groter de oppervlakte, hoe beter het park scoort op het vlak van biodiversiteit’, legt hij uit. Maar wat dat betekent voor het beleid? ‘We hebben de toenmalige beleidsmakers de intrinsieke waarde van natuur moeten leren kennen.’

‘Nu hoef je dat niet meer uit te leggen. De laatste maanden hebben ons maar al te duidelijk gemaakt dat wij zeer kwetsbaar zijn als we onze leefomgeving verwaarlozen.’

Vlaams natuurbeleid

Veertien jaar na de oprichting van het Nationaal Park Hoge Kempen staat de teller aan nationale parken in België nog altijd op één, al delen we ook nog een park met Nederland: de Zoom-Kalmthoutse Heide. Het natuurbeleid in Vlaanderen lijkt eerder de nadruk te leggen op nieuwe bossen aanleggen dan op oudere bossen te beschermen of te behouden.

Toch ziet Schops de laatste jaren een positieve kentering. ‘Nog niet zo heel lang geleden was de minister van Landbouw ook die van Leefomgeving, waardoor het evenwicht soms wat zoek raakte’, geeft hij aan. ‘Onze huidige minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) onderschreef de Biodiversiteitsstrategie van Europa om het aandeel aan beschermde natuur in iedere Europese lidstaat te verhogen tot dertig procent.’

‘Momenteel ligt dat aandel in Vlaanderen tussen de zes à negen procent. Qua ambitieniveau kent dat in het verleden zijn weerga niet. De deadline van 2030 is daarbij wel heel scherp’, verduidelijkt Schops.

‘De natuur lijdt onder ons gebrek aan mededogen.’

‘Door de coronapandemie herstelde de politiek terug het vertrouwen in de wetenschap als basis voor haar besluitvorming. Ik hoop ten zeerste dat dit vertrouwen in de wetenschap zich ook doortrekt op het gebied van natuur en klimaat. En dat iedereen ervan overtuigd raakt dat je niet kan vernietigen wat je net in staat stelt om te leven’, stelt Schops.

European Green Deal

De overtuiging dat natuur essentieel is, staat ook op Europees niveau hoog op de politieke agenda. Toch spendeerde de EU in 2017 meer dan 6,7 miljard euro aan subsidies voor de productie van biobrandstoffen op basis van hout. Als bomen omgekapt blijven worden om als biobrandstoffen te dienen, zal de koolstofopslag van Europese bossen aanzienlijk dalen én zal de aarde blijven opwarmen.

‘En toch ontwaar ik ook op Europees niveau positieve signalen’, zegt Schops. ‘Met de Europese Green Deal kiest Europa ervoor om een uitgesproken groen beleid vorm te geven. Dat is nooit eerder gebeurd. Ik juich alvast de ambitie toe om dertig procent van onze leefomgeving te voorzien voor natuur, om klimaatneutraal te worden in 2050 en een circulaire economie na te streven die sociaal in balans is. En om dit allemaal uit te dragen op wereldniveau. De tijd zal uitwijzen of dat ook effectief zal lukken’, zegt Schops.

Donar Reiskoffer (CC BY-SA 3.0)

‘Terkamerenbos, Zoniënwoud (op foto), Hallerbos en Kapucijnenbos maakten ooit deel uit van één groene long die tot aan de muren van onze hoofdstad liep. Stel je voor dat we die stukjes opnieuw met elkaar zouden kunnen verbinden.’

Anneleen Ophoff hoopt van haar kant dat de coronacrisis voor een blijvende kentering heeft gezorgd. ‘Het coronavirus heeft ons opnieuw de natuur doen appreciëren. Een wandeling of fietstocht in de natuur was voor velen hét hoogtepunt van een week in lockdown. Hopelijk kunnen we de solidariteit die we toonden met ons zorgpersoneel, ook verlenen aan de natuur, die lijdt onder gebrek aan mededogen.’

‘Weinigen weten dit, maar vroeger maakten het Terkamerenbos, het Zoniënwoud, het Hallerbos en het Kapucijnenbos deel uit van één groene long die tot aan de muren van onze hoofdstad liep. Stel je voor dat we die stukjes opnieuw met elkaar zouden kunnen verbinden. Een megaproject, maar wel een dat me luidop doet dromen van een nationaal park in het hart van België.’

© 2020 — StampMedia — Niels D’Haene

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • StampMedia versterkt de stem van jongeren tussen 16 en 26 jaar. Ze dichten de inhoudelijke en vormelijk kloof tussen media en jongeren door hen (en hun begeleiders) mediawijs te maken en