Iran heeft weinig op met Afghaanse vluchtelingen

Dagelijks proberen wanhopige Afghanen illegaal de grens over te steken naar Iran. Een dure en gevaarlijke reis die vaak eindigt waar hij begonnen is. Want Iran ziet de Afghanen liever gaan dan komen.

  • Sedigheh Rabani / Unicefiran (CC BY-ND 2.0) Kind in een Afghaans vluchtelingenkamp nabij Dalaki in Iran Sedigheh Rabani / Unicefiran (CC BY-ND 2.0)
  • De Afghaans-Iraanse grens in Zaranj

“Natuurlijk ben ik bang, maar wat moet ik anders?”, zegt Ahmed, een man van middelbare leeftijd. Hij zit op een tapijt op de vloer van een hotel aan zuidelijke grens van Afghanistan. Ahmed wil naar Iran, maar heeft nog geen idee waar en hoe hij de grens over kan.

Hij is begin veertig, maar ziet er vijftien jaar ouder uit. Ahmed vertelt dat hij niet in staat is zijn zeven kinderen in Bamiyan, 130 kilometer ten noordwesten van Kaboel, van eten te voorzien. Dat hij niet kan lezen en schrijven maakt het nog moeilijker geld te verdienen en zijn gezin te onderhouden. “We verhongeren thuis”, zegt hij, terwijl hij wacht op smokkelaars die hem de grens over moeten helpen.

“Ze blijven hier nooit langer dan twee dagen”, zegt Hassan, de herbergier. Zijn volledige naam wil hij liever niet geven. Hij is goed op de hoogte van de reis van Ahmed, aangezien hij bemiddelt tussen ‘gasten’ en smokkelaars die voor een aanzienlijke som geld de reis faciliteren. “Ze gaan achterin een pick-up truck naar Pakistan. Van daaruit lopen ze een dag door de woestijn tot ze de Iraanse grens bereiken. Maar veel mensen komen niet zo ver”, zegt hij.

Criminelen

Vlakbij het hotel, rondom het belangrijkste plein van Zaranj, zitten veel soortgelijke etablissementen. Zaranj is de hoofdstad van de afgelegen provincie Nimruz, de enige die grenst aan zowel Pakistan als Iran. De stad is de laatste halte voor de reis, die in het beste geval waarschijnlijk als een nachtmerrie herinnerd zal worden.

Elke dag leggen duizenden Afghanen hun leven in handen van criminelen die hen een ontsnappingsroute aanbieden uit het land dat dertien jaar na de Amerikaanse invasie in 2001 nog steeds onrustig is. In 2011 leefde ongeveer 35 procent van de Afghaanse bevolking van meer dan 30 miljoen mensen, onder de armoedegrens. Die situatie is sindsdien nauwelijks verbeterd. Officieel was de werkloosheid in dat jaar 7 procent. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) schat dat cijfer echter veel hoger in.

Volgens een rapport van de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) vroegen alleen al in 2013 zo’n 38.700 Afghanen een vluchtelingenstatus aan. Daarmee vormen ze 6,5 procent van het wereldwijde aantal asielzoekers.

Turkije is de meest populaire bestemming van Afghaanse vluchtelingen. Vorig jaar vroegen 8.700 Afghanen daar asiel aan. Westerse landen zoals Zweden, Oostenrijk en Duitsland trekken ook veel Afghanen.

Iran, dat dichterbij ligt en dat enkele talen deelt met Afghanistan, zou een meer voor de hand liggende keuze zijn. Maar Afghanen worden daar niet met open armen ontvangen.

Beschermingsgeld

De Afghaans-Iraanse grens in Zaranj

Vanaf het plein in Zaranj is de afstand tot de officiële grensovergang met Iran minder dan 2 kilometer. Het is duidelijk dat dit niet de route wordt die Ahmed gaat nemen, hoewel het heel goed zijn route terug zou kunnen zijn. Vlak naast de brug over de rivier Helmand, het ‘niemandsland’ tussen beide landen, ligt ‘nulpunt’. Dat is de plaats waar alle Afghanen die vanuit Iran terugkomen of teruggestuurd worden, zich moeten registreren. Om vijf uur ‘s middags hebben al zo’n vijfhonderd mensen dat gedaan.

“Vandaag hebben we 259 uitgezette Afghanen geregistreerd en 211 die vrijwillig zijn teruggekomen”, zegt Mirwais Arab, teamleider van het Directoraat voor Vluchtelingen en Repatrianten bij ‘nulpunt’, waar geen einde komt aan de dagelijkse stroom uitgeputte migranten.

Veel van hen, zoals de broers Khalil van 21 en 22, zijn nog erg jong. Ze vertellen dat ze zes dagen geleden in Iran zijn aangekomen, via Pakistan en een lange reis door de woestijn. Net als veel anderen moesten ze beschermingsgeld betalen aan groepen die connecties hebben met de taliban. Alleen op die manier konden ze veilig reizen. De terugreis naar Afghanistan was niet veel gemakkelijker.

“We waren op weg naar Teheran, maar in Iranshahr werden we aangehouden. Dat is op 1500 kilometer afstand van de hoofdstad. De politie sloeg ons over ons hele lichaam met wapenstokken en kabels, voordat we per bus werden teruggestuurd naar de grens”, zegt Abdul, de oudste van de twee.

Executies

Het verhaal van de Arifi’s is nog dramatischer. Nadat het gezin illegaal de grens was overgestoken, werden de gezinsleden aangehouden. De jongste van zeven jaar oud raakte daarbij zoek. De vijftienjarige Ziaud vertelt: “Toen de Iraanse politie ons arresteerde, werden mijn broer en ik in één auto gestopt en mijn ouders in een andere. Ons broertje is toen verdwenen. Mijn vader wil terug om hem te zoeken”, zegt hij, nog steeds in shock.

Najibullah Haideri, hoofd van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nimruz, zegt dat Iran maandelijks gemiddeld zeshonderd mannen en tweehonderd gezinnen uitzet. Volgens Ahmadullah Noorzai, hoofd van het UNHCR-bureau in Zaranj, begon de golf uitzettingen zes jaar geleden.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) stelt in een rapport uit 2013 dat het slecht gesteld is met de rechten van Afghanen in Iran. Het land zou de Vluchtelingenconventie uit 1951 schenden en ongeveer een miljoen migranten die als vluchteling erkend zijn, in gevaar brengen.

HRW beweert dat “duizenden Afghanen in Iraanse gevangenissen zitten voor misdaden die variëren van diefstal tot moord en drugssmokkel.” Vaak krijgen ze niet de mogelijkheid een advocaat te spreken. Volgens de mensenrechtenorganisatie zijn honderden Afghanen in de afgelopen jaren geëxecuteerd zonder dat daarvan melding is gemaakt bij Afghaanse consulaire vertegenwoordigers.

“Een visum voor Iran kost ongeveer 1.500 euro”, zegt de manager van een ander hotel in Zaranj. “De prijzen voor een illegale grensoversteek beginnen bij zo’n 330 euro, maar de totale prijs hangt af van de eindbestemming. Het duurst zijn Teheran, Esfahan en Mashad, de grote steden. Migranten betalen alleen als ze hun bestemming bereiken, dus proberen ze het telkens opnieuw tot het lukt. Of totdat ze worden vermoord.”

Achter hem wachten Hamidullah (43) en zijn zoon Saleem (17) op hun reis naar een beter leven. De kans is groot dat ze al snel weer terug zullen zijn bij deze grensovergang.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift