FEANTSA’s derde rapport over slechte huisvesting in Europa

Wonen in België blijft voor lage inkomens te duur

 CC Pascal Meyvaert

Klein Rusland in Zelzate, ooit bedoeld als betaaldbare woonwijk, nu in verval

Het rapport ‘Een derde blik op slechte huisvesting in Europa 2018’ van de European Federation of National Organisations Working with the Homeless (FEANTSA) en Fondation Abbé Pierre, een organisatie die instaat voor de huisvesting van kansarmen, spreekt zich uit over de staat van de huisvesting in Europa. De Belgische huisvestingssituatie is doorgaans beter dan het Europees gemiddelde. Ook in vergelijking met zijn buurlanden doet België het niet slecht. Al is er volgens het rapport nog veel ruimte voor verbetering.

Het rapport baseert zich op de meest recente data verzameld door Eurostat. Deze gegevens werden verzameld in 2016 en vrijgegeven in 2017. Het rapport neemt in zijn analyse van de huisvestingssituatie in Europa drie verschillende aspecten in beschouwing: de prijs van huisvesting, de kwaliteit van woningen en de sociale factoren die een invloed hebben op de woonomstandigheden. Het rapport werkt ook een strategie uit om het probleem van dakloosheid aan te pakken.

Daarnaast zoomt het rapport in op vijf landen. De huisvestingssituatie in Oostenrijk, Italië, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden wordt uitgelicht. Het rapport besluit met een overzicht van alle Europese fundamentele rechten in verband met huisvesting.

Arme huishoudens hinken achterop

In België is voornamelijk de kloof tussen arme huishoudens en de totale bevolking wat de kost van huisvesting betreft, beduidend. Het aandeel van het inkomen dat naar huisvesting gaat, is bij arme huishoudens enorm in vergelijking met de totale bevolking.

Het aandeel van het inkomen dat naar huisvesting gaat, is enorm bij arme huishoudens in vergelijking met de totale bevolking.

Daar waar de totale Belgische bevolking gemiddeld 19,5% van haar inkomen uitgeeft aan huisvesting, is dit 38,5% van het inkomen bij arme huishoudens. Er is wel sprake van een verbetering van 2,3% bij de arme huishoudens sinds 2010. Maar de kloof tussen de totale Belgische bevolking en de arme huishoudens nam over de periode 2010-2016 wel met 4,7 procentpunten toe.

Anders gezegd moet 9,5% van alle Belgische huishoudens meer dan 40% van haar totale inkomen aan de kant zetten voor huisvesting in 2016. Dit aandeel bedraagt maar liefst 37,6% van alle arme huishoudens. België zit net onder het Europese gemiddelde van 39%.

Frappanter nog is de kloof bij achterstallige betalingen van huur of de afbetaling van een woning. In 2016 kampte 3,2% van de totale Belgische bevolking met achterstallige betalingen, tegenover maar liefst 11,9% van de arme huishoudens. Het tweede cijfer ligt een pak hoger dan het Europese gemiddelde van 8,7%.

CC FEANTSA

Overbevolking in huisvesting van staatsburgers van Belgische en niet-EU origine

Paradigmaverschuiving noodzakelijk

Volgens Danny Lescrauwaet, stefmedewerker voor thuisloosheid voor het Steunpunt Mens en Samenleving (SAMvzw) in Vlaanderen, zijn deze cijfers allesbehalve verrassend. Reeds in april 2017 werd een advies ingediend door de Woonraad bij de Vlaamse regering in verband met de wooncrisis in de onderste lagen van de private huurmarkt.

Lescrauwaet: ‘Er is sprake van een Mattheüseffect op de private markt. De woonbonus zorgt er enkel voor dat de rijken rijker worden en de armen armer.’

Vlaanderen zou volgens Lescrauwaet in verhouding met de rest van West-Europa een laag aandeel sociale huurwoningen voorzien. Hierbij komt dat er een bijzonder selectief systeem van huurtoelages heerst op de private markt. Huishoudens horen eerst vier jaar op een wachtlijst voor een sociale woning gestaan te hebben, vooraleer ze in aanmerking komen voor huurtoelages.

Lescrauwaet stelt dat er een Mattheüseffect aanwezig is op de private markt. De woonbonus, die fiscale voordelen biedt aan personen die een enige en eigen woning wensen aan te kopen, zorgt er enkel voor dat de rijken rijker worden en de armen armer.

Volgens Lescrauwaet is een paradigmaverschuiving binnen de Vlaamse regering noodzakelijk en prioritair. Voorlopig staat het omvormen van die woonbonus echter nog niet op het programma van de meerderheidspartijen.

CC FEANTSA

Ernistige ontberingen bij jongeren

Jongeren en personen met migratieachtergrond

Wat de kwaliteit van de woningen betreft, scoort België voornamelijk slecht op vlak van ernstige ontberingen aan de woning. Slechts 1,9% van de totale bevolking wordt geconfronteerd met ernstige ontberingen in zijn woonsituatie in 2016. Bij arme huishoudens bedraagt dat cijfer 6,5%, en kent daarmee een verslechtering van 10,2% sinds 2010.

Die cijfers van ernstige ontberingen in de woonsituatie zijn torenhoog bij de Belgische jongeren tussen 16 en 24 jaar. 3,7% van de Belgische jongeren heeft te maken met ernstige ontberingen in de woonsituatie. Belgische jongeren zijn 1,9 keer slechter af dan de totale bevolking. België scoort op dit vlak slechter dan het Europese gemiddelde van 1,6 keer.

Een andere factor die invloed heeft op de kosten en kwaliteit van de huisvesting van de Belgische bevolking is afkomst. Van de Belgische staatsburgers van niet-Europese afkomst spendeert 33,4% meer dan 40% van zijn inkomen aan huisvesting. Dit percentage bedraagt 8,5% voor staatsburgers van Belgische komaf. Dit is maar liefst 3,9 keer meer. Die kloof is volgens het Europese gemiddelde maar 2,6 keer meer.

Spinnewijn: ‘Het is alarmerend om vast te stellen dat België het Europese land is waar deze ongelijkheid tussen staatsburgers van niet-Europese afkomst en staatsburgers van Belgische origine het grootst is, met betrekking tot de overbevolking in huisvesting.’

Staatsburgers van niet-Europese afkomst kampen ook met het probleem van overbevolking in de huisvesting. 15,8% van de staatsburgers van niet-Europese origine woont in een overbevolkte huisvesting, tegenover 2,2% van de staatsburgers van Belgische afkomst. 7,2 keer meer staatsburgers van niet-Europese origine worden dus met dit probleem geconfronteerd.

Ook deze ratio ligt met 2,3 keer beduidend lager in het Europese gemiddelde. Freek Spinnewijn, directeur van FEANTSA, liet zich over dit cijfermateriaal uit: ‘Het is alarmerend om vast te stellen dat België het Europese land is waar deze ongelijkheid tussen staatsburgers van niet-Europese afkomst en staatsburgers van Belgische origine het grootst is, met betrekking tot de overbevolking in huisvesting.’

Ook deze cijfers zijn volgens Danny Lescrauwaet eenvoudig te verklaren. Jongeren en staatsburgers met een niet-Europese afkomst behoren in België tot de laagste inkomenscategorieën. Beide groepen zijn de dupe van hoge werkloosheidscijfers. Het zijn dus voornamelijk deze sociale groepen die in de onderste lagen van de huurmarkt terechtkomen en met de wooncrisis geconfronteerd worden.

CC Jmh2o

Dakloze in Charleroi

Wat met dakloosheid?

Cijfers van thuis- en dakloosheid werden niet opgenomen in de data van Eurostat/EUSILC, waarop FEANTSA haar onderzoek baseert. Over België wordt in het rapport kort toegelicht dat er op een nacht in november in 2016 3.386 thuislozen werden geteld in Brussel. Dit cijfer duidt op een stijging van 96% in de periode 2008-2016. Deze cijfers werden gemeten door de organisatie la Strada, het Steunpunt thuislozenzorg Brussel.

Freek Spinnewijn: ‘Deze gegevens zijn shockerend. Ze verhullen het falen van de opeenvolgende verantwoordelijke regeringen om van dit probleem een prioriteit te maken.’

In België bestaan er voorlopig geen officiële globale cijfers van het aantal daklozen, maar enkel schattingen van organisaties, zegt het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Hier zijn verschillende redenen voor. Dakloosheid kent verschillende verschijningsvormen en kan daardoor moeilijk gedefinieerd worden. Bovendien zijn daklozen niet altijd makkelijk te bereiken.

Het dakloosheidscijfer in Brussel steeg met 96% in de periode 2008-2016.

De Vlaamse regering lanceerde vorig jaar reeds het Actieplan Dak- en Thuisloosheid, zegt Lescrauwaet. Dit Actieplan schuift drie beleidsprioriteiten naar voor. Het Actieplan zet in op het voorkomen van de uithuiszetting van private huurders, het verhelpen van chronische thuislozen en het voorkomen van thuisloosheid bij kwetsbare jongvolwassenen.

Zo wil de Vlaamse regering het sociale huurwoningbestand substantieel uitbreiden. Ook de discriminatie op de woningmarkt wordt aangepakt in het Actieplan. Ook wil de Vlaamse regering de Housing First methodiek voortaan vooropstellen. Stabiele huisvesting is volgens deze methodiek niet langer de einddoelstelling, maar het uitgangspunt.

Deze werkpunten beantwoorden grotendeels aan de huisvestingproblemen in België waarop het rapport wijst. Het is voorlopig echter nog voorbarig om conclusies te trekken over eventuele resultaten van het Actieplan, zegt Lescrauwaet.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Brussel in moeilijk parket

De hoogste concentratie aan daklozen bevindt zich zonder twijfel in Brussel. Aangezien welzijn en wonen gewestelijke materie zijn, is er geen sprake van een globale federale aanpak van het probleem. Het probleem van dakloosheid in Brussel kan dus niet als absolute prioriteit naar voren worden geschoven in de federale regering. Daar ligt volgens Lescrauwaet deel van het probleem.

‘Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voert een verkeerd dak- en thuisloosheidsbeleid’, zegt Lescrauwaet, ‘maar niemand kan ingrijpen. De Brusselse Hoofdstedelijke regering heeft geen oog voor een preventieve aanpak en gelooft heilig in - weinig kwalitatieve - noodopvang.’

De beleidsnota van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uit 2016 ontkracht deze kritiek niet. Beginselen van de beleidsnota vestigen de aandacht op de tijdelijke opvang van daklozen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift