Kabila verbreekt de stilte

Nieuws

Kabila verbreekt de stilte

02 februari 2009

De toenemende ongerustheid over de aanwezigheid van Oegandese en Rwandese troepen in de Democratische Republiek Congo (DRC) bracht president Joseph Kabila in een moeilijk positie. Om de gemoederen te bedaren, organiseerde hij afgelopen zaterdag een personferentie.

Tijdens de persconferentie gaf hij antwoorden op enkele prangende vragen die de Congolese bevolking al weken bezighouden. Aan de 41 aanwezige journalisten, Congolese en internationale, verzekerde de president dat de Rwandese en Oegandese troepen tegen eind februari huiswaarts zullen keren.
Duizenden soldaten van Congo’s oostelijke buurlanden lanceerden in december en begin januari een gezamenlijke operatie. “Het was een moeilijke beslissing , maar een beslissing was nodig… De deadline mag zeker de maand februari niet overschrijden”, zegt Kabila. 
Begin januari staken, op uitnodiging van president Kabila, meer dan 3500 Rwandese soldaten de grens over naar de Congolese provincie Noord-Kivu om de Forces Démocratiques de Libération du Rwanda (FDLR) te neutraliseren. De aanwezigheid van deze Hutu-rebellen ligt aan de basis van het langdurige conflict in Oost-Congo. Sommigen van hen worden verantwoordelijk geacht voor de Rwandese genocide in 1994, die aan ongeveer 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte.

Radicale wending

Op 14 december begonnen ongeveer 1300 Oegandese soldaten een offensief tegen kampen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) in de Oostelijke Provincie. Deze operatie heeft als doel de Oegandese rebellen onschadelijk te maken. Hun leider, Joseph Kony, weigerde immers een vredesakkoord te ondertekenen. Kabila’s beslissing om buitenlandse troepen in de DRC toe te laten betekende een radicale wending in zijn relatie met Oeganda en Rwanda.
De jonge president kreeg voor deze zet veel kritiek te verduren van zowel politieke tegenstanders als medestanders. In de late jaren 1990 vielen Rwanda en Oeganda de DRC binnen om rebellengroeperingen te steunen die de regering in Kinshasa wilden omverwerpen. Dit resulteerde in een zes jaar durend conflict waarbij zes Afrikaanse landen betrokken geraakten. Deze oorlog en de humanitaire ramp die het met zich meebracht, kostten aan 5,4 miljoen mensen het leven.

Nkunda opgepakt

Rwanda heeft Congo lang van samenwerking met de FDLR beschuldigd. Een VN-rapport toonde echter aan dat Kigali de Tutsi-rebellen van de Congrès National pour la Défense du Peuple (CNDP) tot eind vorig jaar steunde. Vorige week werd de CNDP-leider, Laurent Nkunda, gevat door de Rwandese autoriteiten. Kabila zei dat deze aanhouding niet verbonden is aan het akkoord dat Rwanda toeliet om op Congolees grondgebied te opereren tegen de FDLR. “Rwanda en de internationale gemeenschap hebben Congo er steeds van beschuldigd de FDLR te integreren, door hen militaire, diplomatieke en financiële steun te geven”.
“De huidige operaties moeten zowel het CNDP- als het FDLR-probleem oplossen. De aanhouding van Nkunda heeft daar niets mee te maken”, aldus Kabila.
Congolese beambten dringen nochtans aan op de uitlevering, vanwege aanklachten voor oorlogsmisdaden. De VN kenden vorige week administratieve steun toe aan de gezamenlijke Congolees-Rwandese veldtocht, maar afgelopen weekend lieten ze weten de operatie niet langer te zullen ondersteunen, omdat generaal Bosco Ntaganda, een van Nkunda’s voormalige militaire chefs, nog steeds vrij rondloopt. Ook Ntaganda wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden.

Het was een moeilijke beslissing , maar een beslissing was nodig…

Snel dalende populariteit

Kabila’s positie wordt steeds moeilijker gezien de ernstige economische recessie en zijn snel dalende populariteit. Nkunda’s uitlevering zou hem kunnen helpen de politiek riskante overeenkomsten met Rwanda en Oeganda aanvaardbaar te maken bij het sceptische Congolese publiek. Op de persconferentie die de president zaterdag hield, trachtte hij de groeiende verwachtingen over de uitlevering te temperen.
“Het antwoord is ja. Maar dit is een proces. Het is geen zak bonen of maïs. Er is een politiek, diplomatiek en militair proces. Op het judiciële front werken we aan zijn uitlevering aan Congo”, zei Kabila.
Wat de integratie van de CNDP in het regeringsleger betreft, verzekert de president dat het om een “versnelde integratie” gaat, met garanties van de internationale gemeenschap en de MONUC, de VN-missie in Congo. Het proces zou in verschillende stappen verlopen. Het goede verloop zal worden gecoördineerd door de militaire integratiedienst (MID).
De nalatigheid om het parlement in te lichten over de komst van de Rwandese troepen verantwoordde Kabila door erop te wijzen dat militaire aangelegenheden doorgaans niet in het openbaar worden bediscussieerd. Bovendien zouden de voorzitter van het parlement en die van de senaat op de hoogte zijn geweest.