Klimaatverandering is niet nieuw

De manier waarop CO2-uitstoot het klimaat doet veranderen vertoont veel gelijkenissen met een gelijkaardig mechanisme 55 miljoen jaar geleden. De aarde herstelde zich daar weliswaar van, maar had daarvoor wel 200.000 jaar nodig.

  • Guy Gorek (CC BY-NC-ND 2.0) Het scenario komt erg dicht in de buurt van de 3 miljard ton CO2 per jaar die de mens gemiddeld uitstoot sinds 1900. Guy Gorek (CC BY-NC-ND 2.0)

Wetenschappers zijn al lang geïnteresseerd in de overgangsperiode tussen het Paleoceen en het Eoceen, zo’n 55 miljoen jaar geleden.

Een grote uitstoot van CO2 zette toen een klimaatverandering in gang die ons heel wat kan leren over de toekomstige gevolgen van de huidige opwarming.

‘De uitstoot van CO2 toen leek heel erg op onze huidige uitstoot.’

Nieuw onderzoek van gesteente door de Universiteit van Utah toont nu aan dat die klimaatverandering toen nog veel meer gelijkenissen met vandaag vertoont dan werd aangenomen.

Tijdens het zogenaamde Paleocene-Eocene Thermal Maximum (PETM) kwam gemiddeld zo’n 0,9 miljard ton CO2 per jaar in de atmosfeer terecht, met twee opvallende ‘korte’ periodes van maximaal 1500 jaar, waarin veel meer koolstof in de atmosfeer terechtkwam. Dat scenario komt erg dicht in de buurt van de 3 miljard ton CO2 per jaar die de mens gemiddeld uitstoot sinds 1900. 

Leerrijk

‘Deze studie geeft ons het beste inzicht tot nog toe van hoe snel 55 miljoen jaar geleden een grote hoeveelheid CO2 in de atmosfeer terechtkwam: binnen enkele duizenden jaren of minder’, zegt Gabe Bowen, hoogleraar Geologie en Geofysica aan de Universiteit van Utah en hoofdauteur van de studie. ‘Dat is belangrijk, want het betekent dat de opwarming gebeurde aan een tempo dat meer lijkt op de huidige klimaatverandering dan we ooit beseften.’

‘We kunnen via dit gesteente terug in de tijd gaan, en het PETM valt dan echt op’, zegt Bowen. ‘Dit toont aan hoe de aarde werkt, en het is helemaal consistent met de gevolgen die we verwachten van de CO2-uitstoot vandaag. De uitstoot van CO2 toen leek heel erg op onze huidige uitstoot, dus we kunnen heel wat leren uit de veranderingen die toen plaatsvonden op het vlak van klimaat, plantengroei en fauna.’

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de wereld tijdens het PETM te maken kreeg met toegenomen stormen in sommige regio’s en droogte in andere. Net als nu werden de oceanen zuurder. Dier- en plantensoorten migreerden massaal over grote afstanden en vestigden zich in nieuwe regio’s.

Feedback loops

‘Het duurde 200.000 jaar voor de omstandigheden weer normaal te noemen waren.’

Zo is er bij het PETM ook sprake van zogenaamde feedback loops: mechanismen die zichzelf en de klimaatverandering versterken, zoals een smeltende permafrost die meer methaan doet vrijkomen in de atmosfeer. ‘Het feit dat we twee periodes van grote uitstoot zien, kan suggereren dat de tweede in gang werd gezet door de eerste’, zegt Bowen. ‘Mogelijk veroorzaakte de eerste een temperatuurstijging van het zeewater die groot genoeg was om bevroren methaan te doen smelten.’

Toch zijn er ook belangrijke verschillen, zeggen de wetenschappers. Zo was de gemiddelde temperatuur toen al een pak hoger, en had de wereld geen ijskappen.

‘De positieve conclusie is dat de aarde het overleefde en niet opbrandde – ze heeft manieren om zichzelf te corrigeren’, zegt Bowen. ‘Maar het duurde wel 200.000 jaar voor de omstandigheden weer normaal te noemen waren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift