‘Landherstel doe je niet zomaar met privégeld’

Er bestaat binnen de Verenigde Naties (VN) een algemene consensus om het probleem van landdegradatie grondig aan te pakken. Maar een nieuw op te richten fonds wil voornamelijk geld ophalen in de privésector en dat verontrust veel organisaties uit het middenveld.

  • Milo Mitchell / Flickr (CC by-nc-nd 2.0) Leden van IFPRI (International Food Policy Research Institute) onderzoeken gedegradeerde landbouwgrond in Niger Milo Mitchell / Flickr (CC by-nc-nd 2.0)

Wereldwijd gaat er elk jaar 12 miljoen hectare land verloren aan degradatie. Het verlies aan gezonde landbouwgrond heeft economisch gesproken een kostenplaatje van 400 miljard dollar per jaar. Vandaag komt 2 miljard hectare in aanmerking voor restauratie, ofwel een gebied groter dan Zuid-Amerika.

Niet alleen zou het herstel van deze grond 2,3 miljard ton extra voedsel opleveren: als de bodem opnieuw meer koolstof kan opnemen, zal de opwarming van de aarde met een halve graad afnemen tegen het einde van de eeuw, schat de VN-conventie voor de Strijd tegen de Verwoestijning (UNCCD).

Investeringsfonds

In oktober waren alle 195 lidstaten van deze conventie het verrassend eens om de gezonde en productieve grond die hen nog rest, te gaan beschermen. Het gaat om een strategie van preventie en restauratie. Volgens de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN moet de degradatie tegen 2030 volledig gestabiliseerd zijn.

Deze ambitieuze transitie moet zich voltrekken via een bijzonder fonds van de UNCCD. In het zogenaamde Impact Investment Fund for Land Degradation Neutrality moet elk jaar 2 miljard dollar worden gestort, geld dat voornamelijk uit de privésector zal komen. Tegen eind 2016 zal het fonds operationeel zijn.

Markus Repnik, die de oprichting van het fonds voor de UNCCD in goede banen leidt, denkt dat er in de privésector geld beschikbaar is. ‘Pensioenfondsen die zich afkeren van vuile investeringen, innovatieve bedrijven, ook grote bedrijven die onder druk van ngo’s beseffen dat ze hun onduurzame praktijken moeten opgeven… Ons fonds kan voor zulke gevallen een belangrijke motor worden.’

Kwestie van politieke wil

In het witboek van het fonds staat beschreven dat het zal bijdragen aan de schaalvergroting van projecten die met verbeterd land voor de nodige financiële return kunnen zorgen enerzijds, en anderzijds bijdragen aan bredere voedsel-, water- en energiedoelstellingen.

Veel organisaties uit het middenveld zijn het oneens met die aanpak. ‘Elke regering heeft geld. Het is eerder een kwestie van politieke wil’, verklaart Noel Oettle van de Environmental Monitoring Group in Zuid-Afrika.

‘Het probleem met privégeld is dat veel kleine boeren land gebruiken. Als er extra inkomsten worden gegenereerd, moet dat geld naar hen gaan en niet als winst aan de investeerder worden uitgekeerd.’

Het belang van het fonds valt niet te ontkennen, maar volgens Oettle is waakzaam geboden. ‘De bedoeling is om landroof te bestrijden, maar op dit moment vormt het fonds een gevaar voor alle landgebruikers die geen officiële eigendomsrechten bezitten’, verklaart Akambi IS Deen uit Benin.

‘Om van dit financiële mechanisme een succes te maken, zijn ondersteuning en bewustmaking op het terrein belangrijk. Als je vooraf de toestemming wilt krijgen van goed geïnformeerde mensen om hun land te herstellen, moet je hen de middelen geven om ervoor te zorgen dat ze hun landrechten behouden’, zegt Karen van Boxtel van Both ENDS in Amsterdam.

Ze vindt dat het middenveld op een constructievere manier betrokken moet worden bij de implementatie van het fonds. ‘Landen moeten voor een strikt kader zorgen dat garanties biedt als ze privégeld aanvaarden’, vindt ook Repnik.

Monitoring

Het witboek vermeldt deze standaarden en voorzorgsmaatregelen, maar Oettle en tal van organisaties uit het middenveld wijzen erop dat ‘een voorzorgsmaatregel maar zo goed is als het systeem dat zorgt voor de naleving’. Boxtel ziet in andere projecten hoe belangrijk voorzorgsmaatregelen kunnen zijn voor de landrechten van de lokale bevolking.

Oettle vindt het erg gewaagd. ‘Het VN-systeem lijkt een liefdesaffaire met de privésector te hebben. We zien steeds meer hoe regeringen in ontwikkelingslanden bedrijfsbelangen vooropstellen en privéspelers begrijpen steeds beter hoe ze de steun van regeringen kunnen behouden.’

‘Daarom heb je voor het fonds een sterke monitoring nodig. Ook daar moet geld naartoe gaan’, besluit hij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift