Mijnbouwbedrijven schuldig aan misbruiken in Myanmar

Nieuws

Mijnbouwbedrijven schuldig aan misbruiken in Myanmar

Mijnbouwbedrijven schuldig aan misbruiken in Myanmar
Mijnbouwbedrijven schuldig aan misbruiken in Myanmar

IPS

11 februari 2015

Canadese en Chinese investeerders zijn medeschuldig aan mensenrechtenschendingen en illegale activiteiten rond het kopermijncomplex Monywa in Myanmar. Dat stelt mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een gisteren verschenen rapport.

Amnesty wijst in het rapport op ernstige vervuiling en gedwongen verhuizingen. Duizenden mensen die in de buurt van de mijnen wonen, lopen gezondheidsrisico’s en zijn hun inkomstenbronnen kwijt. Protesten worden volgens de mensenrechtenorganisatie met excessief geweld aangepakt. Daarbij werd in één geval zelfs witte fosfor gebruikt, een zeer giftige en explosieve stof.

Amnesty vond verder bewijs van illegale activiteiten, waaronder mogelijke schending van economische sancties.

Winstbejag

‘Commerciële projecten kenmerken zich hier vaak door misbruik.’

Bij de mijn vinden al veel langer mensenrechtenschendingen plaats. ‘Het Monywa-project is een waarschuwing voor investeerders in Myanmar’, zegt Meghna Abraham, onderzoeker bij Amnesty International. ‘Commerciële projecten kenmerken zich hier vaak door misbruik en het uit elkaar drijven van lokale gemeenschappen uit winstbejag.’

Sinds de jaren negentig zijn duizenden mensen uit hun huis verdreven om ruimte te maken voor investeringen door het Canadese bedrijf Ivanhoe Mines (nu Turquoise Hill Resources).

Het bedrijf deed niets voor de bevolking maar profiteerde wel tien jaar lang, in samenwerking met het militaire bewind, van de kopermijnbouw.

Vanaf 2011 volgde een nieuw golf gedwongen verhuizingen, toen plaats gemaakt moest worden voor de Letpadaung-mijn, die gerund wordt door het Chinese bedrijf Wanbao en de Unie van Myanmarese Economische Holdings (UMEHL), de economische tak van het Myanmarese leger.

Ondoorzichtig

Ivanhoe Mines verkocht via Monywa koper aan het Myanmarese bewind in de tijd dat er nog internationale economische sancties van kracht waren tegen het land. Toen het bedrijf investeringen terugtrok uit Myanmar, gebeurde dit op ondoorzichtige wijze en via rechtspersonen op de Britse Maagdeneilanden.

‘Investeringen kunnen Myanmar vooruithelpen’, zegt Abraham, ‘maar niet op deze manier.’ Amnesty pleit voor onderzoek door de Canadese en Chinese overheid naar de activiteiten van Ivanhoe Mines en Wanbao in Myanmar. Ook wil de mensenrechtenorganisatie dat de bouw van de Letpadaung-mijn wordt stilgelegd zo lang er sprake is van mensenrechtenschendingen, en dat de bevolking compensatie krijgt voor de geleden schade.