Lokale bevolking dient klacht in tegen mijnbouwmultinational Rio Tinto

Mijnbouwgigant moet zich verantwoorden in Papoea-Nieuw-Guinea

Catherine Wilson / IPS

In de klacht staat dat de kopervervuiling uit de mijn en restafval nog steeds in plaatselijke rivieren belanden.

Meer dan honderd inwoners van de omgeving van een verlaten kopermijn in Bougainville hebben een klacht ingediend tegen mijnbouwbedrijf Rio Tinto. Ze houden het bedrijf verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling tussen 1972 en 1989.

De mijnbouwgigant is de grootste aandeelhouder van de Pangunamijn in de bergen van Centraal-Bougainville op Papoea-Nieuw-Guinea. Via de werkmaatschappij Bougainville Copper Ltd. heeft het bedrijf 53,8 procent van de aandelen in handen.

De 156 dorpsbewoners hebben hun klacht ingediend bij het Human Rights and Law Center van de Australische regering. Die werd in november geaccepteerd, waarna een bemiddelingsproces van start ging.

‘De gesprekken met Rio Tinto zullen binnenkort beginnen’, zegt Keren Adams, juridisch directeur bij het Human Rights Law Centre in Melbourne. ‘De bemiddeling wordt gefaciliteerd door het Australische OECD National Contact Point.’

Protest en burgeroorlog

In Bougainville is in 1989 een gewapende opstand onder inheemse landeigenaren ontstaan. Ze protesteerden omwille van de milieuschade die de mijn veroorzaakt heeft, door rivieren en beken te vervuilen en land te vernielen. Ook waren ze woedend door de ongelijke verdeling van de winst uit de kopermijn.

In de opstand saboteerden de oorspronkelijke bewoners de elektriciteitsvoorziening van de mijn. Rio Tinto is vertrokken en het terrein werd verlaten. Daarop brak een burgeroorlog uit op het eiland. In totaal lieten 15.000 tot 20.000 mensen het leven.

Het terrein staat nog steeds onder controle van de tribale Mekamui-eenheidsregering. Die regering bestaat uit voormalige rebellen.

Precies een maanlandschap

Na de opstand werd het terrein niet ontmanteld. De milieuschade is nooit onder handen genomen. In de klacht staat dat de kopervervuiling uit de mijn en restafval nog steeds in plaatselijke rivieren belanden. De vallei van de Jaba-Kawerongrivier stroomafwaarts van de mijn lijkt op ‘een maanlandschap met enorme hopen grijs residu en rotsen die zich uitstrekken over bijna veertig kilometer richting de kust’.

Dijken die werden aangelegd in de tijd dat de mijn in bedrijf was, storten nu in en vormen een bedreiging voor nabijgelegen dorpen.

Dijken die werden aangelegd in de tijd dat de mijn in bedrijf was, storten nu in en vormen een bedreiging voor nabijgelegen dorpen.

De vervuiling van water en land zouden blijvende gezondheidsproblemen veroorzaken bij de inheemse bevolking in het gebied. Zo komen huidziekten, diarree, luchtwegproblemen en complicaties tijdens de zwangerschap frequent voor.

‘Deze klacht had al veel eerder ingediend moeten worden’, vindt Helen Hakena, directeur van het Leitana Hehan Women’s Development Agency in Buka in Bougainville. Zij staat volledig achter de klacht van haar medebewoners.

‘Het zal een belangrijke kwestie worden, want dit lag aan de basis van de oorlog in Bougainville. De pijn uit het verleden, die zoveel lijden heeft veroorzaakt onder onze bevolking, zal hiermee begraven kunnen worden.’

Verantwoordelijkheid verwerpen

De bevolking van Bougainville oordeelt dat Rio Tinto de OECD-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen heeft geschonden. Het bedrijf zou niks ondernomen hebben om de te voorziene milieu-, gezondheid- en veiligheidsproblemen te verzachten.

Het Human Rights Law Centre stelt dat de vervuiling door de mijn nog steeds de economische, sociale en culturele rechten van de inheemse groepen ondermijnt. ‘Inclusief hun recht op voedsel, water, gezondheid, huisvesting en een adequate levensstandaard.’

Het bedrijf zegt de klacht serieus te nemen en in gesprek te willen met vertegenwoordigers van de bevolking en andere relevante partijen.

In een publieke verklaring stelt Rio Tinto dat ze zich bewust zijn van de verslechterende mijnbouwinfrastructuur op het terrein en het omliggende gebied. ‘Hoewel we niet alle beweringen in de klacht volledig accepteren, erkennen we dat er milieu- en mensenrechtenoverwegingen spelen.’ 

Het bedrijf zegt de klacht serieus te nemen en in gesprek te willen met vertegenwoordigers van de bevolking en andere relevante partijen.

In 2016 trok Rio Tinto zich terug uit de werkmaatschappij Bougainville Copper Ltd. Op datzelfde moment kondigde de mijnbouwgigant aan de verantwoordelijkheid voor enige milieuschade te verwerpen. De aandelen van Rio Tinto gingen naar de regeringen van Papoea-Nieuw-Guinea en Bougainville.

Verkleuring in de rivier

De mineraalontginning in Bougainville begon in de jaren zestig, toen het eiland onder Australisch bestuur stond. In 1972 werd deze gevolgd door de komst van de open kopermijn Panguna.

Het werd een grote inkomstenbron voor Papoea-Nieuw-Guinea, dat in 1975 zijn onafhankelijkheid verwierf. In totaal leverde de mijn leverde het land ongeveer 2 miljard dollar op. De koperontginning maakte 44 procent uit van de export van het land.

In de overeenkomst die de Australische regering in de jaren zestig afsloot met Conzinc Rio Tinto Australia, stonden nauwelijks voorwaarden over herstel van milieuschade of aansprakelijkheid. Sinds de gedwongen sluiting van de mijn is nooit officieel vastgesteld welke schade is aangericht.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Uit een rapport opgesteld door het Nieuw-Zeelandse Applied Geology Associates uit 1989 blijkt wel dat aanzienlijke hoeveelheden koper en andere zware metalen uit de mijn en uit afvalgesteente in het leefmilieu lekken. Zo komen ze uiteindelijk in de Kawerongrivier terecht.

Het water in sommige rivieren en beken in de regio heeft een lichtgevende blauwe kleur. Die verkleuring wijst op kopervervuiling. 

Heilig terrein

De actie van de inwoners van Bougainville komt aan het einde van een moeilijk jaar voor Rio Tinto. Het bedrijf had historisch belangrijke, heilige Aboriginalterreinen verwoest in de buurt van de ijzerertsmijn in de regio Pilbara in West-Australië. Het zou gaan om sites van 46.000 jaar oud. CEO Jean-Sebastian Jacques nam ontslag naar aanleiding van die kwestie, die eerder dit jaar aan het licht kwam.

Het water in sommige rivieren en beken in de regio heeft een lichtgevende blauwe kleur. Die verkleuring wijst op kopervervuiling. 

Keren Adams (Human Rights Law Centre) is optimistisch over de bereidheid van het bedrijf om over de Pangunamijn in gesprek te gaan met de betrokken partijen. ‘We hopen in de eerste plaats dat dit bemiddelingsproces het gesprek op gang helpt over de vraag of Rio Tinto iets wil doen aan de gevolgen van zijn operaties.’ 

Als dat niet gebeurt, zegt Adams, zal gekeken worden of het bedrijf zijn mensenrechten- en milieuverplichtingen geschonden heeft. Indien nodig kan een volledig onderzoek hiernaar een jaar duren.

De gewenste uitkomst voor de eilandbewoners is duidelijk: zij willen dat Rio Tinto serieuze inzet toont om tot oplossingen te komen voor de urgente milieu- en mensenrechtenkwesties. Bovendien vragen ze financiering voor een onafhankelijk onderzoek naar de impact van de mijn en een onafhankelijk fonds voor rehabilitatieprogramma’s.

Mocht Rio Tinto dit niet doen, is dat volgens het Human Rights Law Centre een ramp voor het milieu. ‘Gezien de beperkte middelen van de regeringen van Papoea-Nieuw-Guinea en Bougainville zou het dan bijna onvermijdelijk zijn dat de huidige milieuschade gewoon doorgaat en zelfs verergert.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift