Oliereserves zijn vloek voor Amazonewoud

Nieuws

Oliereserves zijn vloek voor Amazonewoud

Milagros Salazar

29 augustus 2008

Meer dan 180 olie- en aardgasvelden strekken zich uit over het westelijke deel van het Amazonewoud, dat in vijf Zuid-Amerikaanse landen ligt. De ontginning ervan bedreigt de biodiversiteit en de inheemse bevolking, waarschuwt een studie van Amerikaanse organisaties. Vooral in Peru krijgen oliemaatschappijen heel wat oerwoud toegewezen.

Met 72 procent van zijn oerwoud dat staat ingekleurd in plannen voor de ontginning van fossiele brandstoffen, is Peru het meest verontrustende geval. Dat staat in het rapport “Oil and Gas Projects in the Western Amazon: Threats to Wilderness, Biodiversity and Indigenous Peoples” dat twee weken geleden online verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PloS ONE.
Onderzoekers van de Duke Universiteit in Noord-Carolina en de ngo’s Save America’s Forests en Land Is Life stellen dat meer dan 688.000 vierkante kilometer Amazonegebied in Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru en Brazilië naar olie- en gaswinning gaat. De concessies zijn in handen van minstens 35 multinationale bedrijven. 
Ze vallen samen met “het gedeelte van het Amazonewoud met de grootste diversiteit aan amfibieën, vogels en zoogdieren”, staat in de tekst. Hier vindt je meer dan 600 boomsoorten per hectare terwijl er in de volledige Verenigde Staten misschien 800 soorten zijn, merkt bioloog Clinton Jenkins van de Duke University op.

Concessies

Peru is het “meest alarmerende geval”, aldus Matt Finer, hoofdbioloog bij Save America’s Forests en hoofdauteur van de studie. Een van de grootste uitdagingen bestaat erin de olie- en gasprojecten bij te houden die in dit land als paddenstoelen uit de grond rijzen sinds het onderzoek van start ging in 2005.
Aan het begin van dat jaar had minstens 15 procent van het Amazonewoud in Peru af te rekenen met het speuren naar en het boren van olie. Dat percentage steeg tot 25 procent in de loop van 2005 en tot helft in 2006. In 2008 is de activiteit van de olie-industrie met 64 olievelden op 49 miljoen hectaren goed voor 72 procent van het Peruaanse regenwoud. Meer dan helft van de velden werden in de voorbije vijf jaar aangeboord.
De Peruaanse minister van Energie, Pedro Gamio, beweert echter dat minder dan vijf procent van het land dat bedrijven in concessie krijgen ook ontgonnen wordt. De regering wijst doorgaans grote percelen toe omdat de maatschappijen risicovolle investeringen doen met slechts 10 a 15 procent kans op slagen.
Finer legt uit dat conflicten tussen de oliemaatschappijen en inheemse gemeenschappen toenemen met de uitbreiding van het aantal concessies. Recent was er fel protest in de Amazoneprovincies tegen twee decreten die de investering in inheemse gebieden promoten. Het Congres heeft de voorstellen uiteindelijk afgeschoten.

Wegen

Hoewel er weinig gebieden zijn waar daadwerkelijk al wordt geboord, heeft de speurtocht naar olie al impact op het regenwoud, bijvoorbeeld de bouw van toegangswegen, kampen en landingsplaatsen voor helikopters.
De bouw van wegen is zelfs de grootste bezorgdheid volgens Jenkins. Als er wegen liggen, arriveren de kolonisten: hetzelfde verhaal speelde zich af in Braziliaanse wouden. Het Peruaanse ministerie van Energie laat weten dat oliebedrijven wettelijk verplicht zijn om eerst rivier- en luchttransport te gebruiken, net als reeds bestaande wegen.
Ook voor de ontginning moet er overleg zijn waarbij de betrokken inheemse gemeenschappen om hun goedkeuring wordt gevraagd, zo staat in Conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie, die Peru mee heeft ondertekend. “Omdat hier het tegengestelde gebeurd, worden onze rechten ondermijnd”, vreest Alberto Pizango, voorzitter van de Interetnische Vereniging voor de Ontwikkeling van het Peruaanse Regenwoud (AIDESEP).
Minister Gamio ziet dat anders. “Als we geen inspanning doen om de omvang van Peru’s potentieel aan fossiele brandstoffen na te gaan, zullen toekomstige generaties ons kwalijk nemen dat we onze slag niet hebben geslagen op het ogenblik dat olie piekt op de wereldmarkten.”