Opmerkelijk pleidooi van Geert Bourgeois voor “het recht op ontwikkeling”

Minister-president Geert Bourgeois gaf dinsdagvoormiddag (22 augustus) een opmerkelijke lezing aan de Universiteit van Pretoria. Hij pleitte er voor een veel sterkere band tussen ontwikkeling en mensenrechten, en onderlijnde in dat verband het belang van “het recht op ontwikkeling” -een concept dat zelden het internationale discours over ontwikkelingssamenwerking haalt.

  • CC Gie Goris (BY NC 2.0) Geert Bourgeois tijdens de lezing aan de Universiteit van Pretoria CC Gie Goris (BY NC 2.0)

Het is heel erg belangrijk dat iemand als de Vlaamse minister-president het belang van het recht op ontwikkeling toelicht en verdedigt’, zegt een studente uit Oeganda na de lezing. Een collega uit Kameroen knikt. ‘Het recht op ontwikkeling blijft veel te vaak onbesproken, zeker als het over ontwikkelingssamenwerking gaat. Dan zijn de donorlanden vooral bezorgd over hun eigen prioriteiten, niet om hun aangegane engagementen.’

De Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking moet bijdragen tot de verwezenlijking van het recht op ontwikkeling

Geert Bourgeois is op dit moment bezig aan een twee weken durende rondreis in zuidelijk Afrika, met focus op de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking. Eén van de initiatieven in Zuid-Afrika die steun krijgen van Vlaanderen, zijn de Advanced Human Rights Courses van het Centre for Human Rights, aan de Universiteit van Pretoria. De studenten voor deze opleiding komen uit het hele Afrikaanse continent. ‘Een manager van een rurale vrouwenorganisatie in Niger, een politie-agent uit Benin, een rechter aan het Hooggerechtshof van Oeganda, de fractieleider van de meerderheidsfractie in de senaat van Kenia, de decaan van Rechten in Malawi, de minister van Sport in Ghana, mensenrechtenambtenaren van de Afrikaanse Unie en de VN, en de lijst van mensen die aan deze cursussen deelnamen is nog veel langer’, zei onderdirecteur Norman Taku in zijn inleiding.

In het kader van een cursus over het Recht op Ontwikkeling in Afrika, gedoceerd door Koen De Feyter (UAntwerpen), gaf Bourgeois een lezing. Ook De Feyter beklemtoont dat het hoogst uitzonderlijk is dat een politicus met beleidsverantwoordelijkheid voor ontwikkelingssamenwerking zich hierover uitspreekt. ‘Volgens art.3 van het Decreet voor Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking moet die OS bijdragen tot de verwezenlijking van het recht op ontwikkeling. Deze toespraak was interessant omdat voor het eerst uitdrukkelijk gereflecteerd werd in een document van de Vlaamse overheid over wat de betekenis van het recht op ontwikkeling zou kunnen zijn voor de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking’, aldus De Feyter.

Een verborgen bestaan

‘De steun omvat zowel beurzen voor Afrikaanse studenten om deel te nemen aan de cursussen, als samenwerking met drie Vlaamse universiteiten. Voor de cursus rond seksuele minderheidsrechten in Afrika wordt samengewerkt met de KU Leuven, met de UAntwerpen wordt samengewerkt rond het recht op ontwikkeling in Afrika en met de UGent omtrent vergelijkende mensenrechten in Afrika’, volgens de briefing van de Vlaamse regering.

Voor 2016-2017 werd hiervoor een bedrag van 150.108 euro aan het Centre for Human Rights toegekend.

Koen De Feyter: ‘De financiering met ontwikkelingsgelden van deze cursus heeft zin omdat de deelnemers van de cursus voor het overgrote deel uit de minst ontwikkelde landen van Afrika komen (Lesotho, Uganda, Zimbabwe…).  Het Centrum voor de Rechten van de Mens van de Universiteit van Pretoria is een uitstekend instituut dat als veilige hub fungeert voor Afrikanen die vaak afkomstig zijn uit landen waar veel minder open over mensenrechten kan worden gedebateerd.  Het project is een interessant voorbeeld van Zuid-Zuid-Noord samenwerking.  De activiteit vindt in Zuid-Afrika plaats, maar de impact doet zich elders op het continent gevoelen.’

De minister-president gaf in zijn lezing de historiek van het begrip. ‘Het concept heeft Afrikaanse wortels, want het werd voor het eerst gebruikt in het Afrikaanse Charter van de Rechten van Mensen en Volkeren, in 1981’, stelt hij. In dat document bevestigen de Afrikaanse staten dat alle volkeren recht hebben op economische, sociale en culturele ontwikkeling, én dat staten de plicht hebben ervoor te zorgen dat het recht op ontwikkeling uitgeoefend kan worden.

De VN-Verklaring over het Recht op Ontwikkeling in 1986 neemt het Afrikaanse begrip over en verdiept het op een manier dat het behoorlijk alomvattend wordt, zowel op het vlak van inhoud als verantwoordelijkheden. Volgens Bourgeois leidt zo veel idealisme niet noodzakelijk tot een bruikbaar instrument om het leven van mensen te verbeteren. Hij citeert de woorden van professor Peter Uvin, die onder andere het boek Human Rights and Development publiceerde: ‘Dit was het soort retorische overwinning waar diplomaten zo van houden: de Derde Wereld krijg zijn Recht op Ontwikkeling, terwijl de Eerste Wereld vastlegde dat dit recht nooit geïnterpreteerd kon worden als een grotere prioriteit dan politieke en burgerlijke rechten, dat het volkomen niet bindend was, en dat het niet verbonden werd met de verplichting om middelen over te dragen.’

Bourgeois schetst verder hoe het begrip dertig jaar lang een bijna verborgen bestaan leidde, maar hoe de rechtenbenadering van ontwikkeling tegelijk steeds meer veld won in het internationale ontwikkelingsdiscours -om uiteindelijk een centrale plaats in te nemen in de VN-Verklaring over Duurzame Ontwikkeling van 2015 (de duurzame ontwikkelingsdoelen, sdg’s).

Dat sdg-kader onderlijnt volgens de minister-president dat niet alleen overheden verantwoordelijk zijn voor het realiseren van mensenrechten en ontwikkeling, maar ook bedrijven, kennisinstellingen en individuele burgers. De studenten waarmee we na de lezing spraken vinden die verbreding van verantwoordelijkheid een dubbel snijdend zwaard: positief dat bedrijven op hun ontwikkelingsverantwoordelijkheid aangesproken worden, maar tegelijk stellen ze vast dat de overheden hun eigen verantwoordelijkheid lijken door te schuiven.

Afdwingbaar recht?

In zijn conclusies stelt Geert Bourgeois dat ‘het recht op ontwikkeling niet wettelijk bindend is, maar gezien moet worden als een internationaal politiek engagement’. Dat klopt niet helemaal, zegt prof. Koen De Feyter: Koen De Feyter: ‘Het recht op ontwikkeling wordt in Afrika breed gedragen en is er juridisch afdwingbaar. Het Afrikaans Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 26 mei voor het eerst een schending van het recht op ontwikkeling vastgesteld, en buigt zich nu over de schadevergoeding die door Kenya aan een van hun land verdreven groep (de Ogiek) moet worden betaald. In het Westen en op VN-niveau is het recht op ontwikkeling niet bindend en wordt het afgedaan als van retorisch, maar niet van praktisch belang. Als mensenrechten zich ooit echt tot een universele taal willen ontwikkelen, moet er binnen die mensenrechten ook ruimte zijn voor invloeden uit alle continenten.’

Bourgeois sluit zijn lezing af met de stelling dat er nog veel werk aan de winkel is eer het recht op ontwikkeling een leidend principe kan worden voor donorlanden. ‘Als de internationale gemeenschap een universele aanvaarding van het recht op ontwikkeling door de ontwikkelingsgemeenschap nastreeft, dan is er behoefte aan een duidelijk geheel aan criteria voor of praktische stappen om dit recht toe te passen.’  

Enkele uitspraken die de lezing opmerkelijk maken:

  • ‘De noodzaak om beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling na te streven wordt steeds belangrijker’
  • ‘Mensenrechten kunnen niet gerealiseerd worden tot er een voldoende niveau van ontwikkeling bereikt is’
  • ‘Al te vaak bleken de tussenkomsten die bedoeld waren om de Millenniumdoelstellingen (mdg’s) te halen eerder symptoombestrijding, in plaats van zich te richten op de grondoorzaken van armoede en het gebrek aan toegang tot sociale basisdienstverlening’
  • ‘Zuid-Afrika draagt een grote verantwoordelijkheid om de reeds aanwezige rijkdom op een eerlijke manier te verdelen opdat de levensomstandigheden van alle mensen op zijn grondgebied verbeterd zouden worden’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur