'Palmolie: boycot faalt, werk samen met bedrijven'

Palmolieplantages, die zich vanuit Zuidoost-Azië verspreiden naar Afrika, zijn berucht om de verwoesting van de habitat van orang-oetans. Een palmolieboycot is echter geen oplossing, stellen de Verenigde Naties in een nieuw rapport. Samenwerking is de nieuwe strategie.

  • Rainforest Action  Network CC BY-NC 2.0 Rainforest Action Network CC BY-NC 2.0

Het is een paradox, enerzijds vernielen de plantages de leefomgeving van de orang-oetan op eilanden als Borneo en Sumatra, anderzijds is samenwerking met de sector waarschijnlijk noodzakelijk om te voorkomen dat hetzelfde gebeurt met andere grote apensoorten.

Uitsterven van orang-oetan

Palmolie is een goedkoop ingrediënt in allerlei producten, variërend van cosmetica tot biobrandstoffen. De snelle groei van de industrie in Zuidoost-Azië wordt gelinkt aan ontbossing en mogelijk zelfs het uitsterven van de orang-oetan.

‘In Afrika zal dat in de helft van die tijd gebeuren. We moeten snel handelen als we geen belangrijke soorten willen verliezen.’

Momenteel is de industrie ook in Afrika in opkomst, waar hetzelfde dreigt te gebeuren met gorilla’s, chimpansees en bonobo’s.

‘Het heeft dertig jaar geduurd voordat palmolie echt gevestigd raakte in Zuidoost-Azië’, zegt Douglas Cress, programma-coördinator van het Great Apes Survival Partnership (Grasp), een programma van de VN.

‘In Afrika zal dat in de helft van die tijd gebeuren. We moeten snel handelen als we geen belangrijke soorten willen verliezen.’

In het rapport Palm Oil Paradox van Grasp staat dat een van de sleutels tot het redden van de grote apensoorten -waarvan twee derde ernstig bedreigd wordt- is de meest verantwoordelijke bedrijven in de industrie, die jaarlijks 62 miljard dollar opstrijken, om hulp te vragen.

De auteurs doen ook de aanbeveling om no go-zones in te stellen en gecertificeerde, duurzame bedrijven rechten te geven vlak naast die habitats te werken. Zo kunnen zij het welzijn van de apen bewaken.

Radicaal denken

Cress erkent dat dit een ‘radicale manier van denken’ is. Maar die komt volgens hem voort uit een belangrijke vraag: ‘Hoe maken we de palmolie-industrie tot onze bondgenoot? Dit zijn grote bedrijven waarbij miljarden dollars op het spel staan.’

De industrie tot bondgenoot maken is van essentieel belang, zegt hij.

‘Niets anders werkt momenteel. Als het alleen een kwestie is van ‘nee’ zeggen en palmolie boycotten, waarom zijn alle orang-oetans dan zo in gevaar vandaag? Deze methode werkt niet, dus moeten we iets anders proberen.’

98 procent van de habitat van bonobo’s perfect geschikt voor het verbouwen van oliepalmen.

Het rapport roept ook op tot meer participatie van natuurbeschermers. ‘We willen dat ze van het begin deel uitmaken van het planningsproces’, zegt Cress. ‘Word onderdeel van het natuurbeheer. Wacht niet tot tot alles al bepaald en ontwikkeld is om dan plotseling te gaan klagen.’

Cress zegt dat tijdens de twee jaar dat aan het rapport gewerkt is, duidelijk werd hoe kritiek de situatie kan worden in Afrika. De onderzoekers ontdekten dat gebieden die het meest geschikt zijn voor palmolie bijna volledig overeenkwamen met de habitat van de grote apen.

Zo is bijvoorbeeld 98 procent van de habitat van bonobo’s perfect geschikt voor het verbouwen van oliepalmen. ‘Dat schokte ons. Ze bevinden zich pal in de vuurlinie.’

Een van de auteurs van het rapport, bioloog en orang-oetan-onderzoekers Serge Wich, zegt dat er in Zuidoost-Azië lessen geleerd zijn over wat wel en niet werkt. Die kennis moet toegepast worden in Afrika, nu er nog tijd voor is.

Balans tussen productie en natuurbeheer

‘De industriële palmolieontwikkeling in Afrika is nog relatief klein. Daarom moeten we nu met alle relevante partijen in gesprek over een goede balans tussen natuurbeheer en palmolieproductie’, zegt hij.

Een van de belangrijkste doelen die in het rapport genoemd worden, is het vergroten van de markt voor gecertificeerde, duurzame palmolie. Momenteel is slechts 20 procent van de palmolie volgens onderzoekers duurzaam.

De helft van die palmolie kan niet tegen de hogere prijs verkocht worden die gecertificeerde producten normaal gesproken opleveren. In plaats daarvan belandt het in de reguliere keten, waar het tegen een lagere prijs verkocht wordt.

‘We moeten bij de consument meer vraag stimuleren naar duurzame palmolie’, zegt Cress. ‘Mensen moeten weten dat ze erom kunnen vragen.’ Hij raadt aan te zoeken naar producten met het Groene Palm-logo, hoewel dit nog niet overal in de markt te vinden is.

‘Als bedrijven klanten dreigen kwijt te raken, zijn ze wellicht meer geneigd om een verantwoorde aanpak te omarmen.’

Consumenten kunnen volgens Wich nog iets doen. ‘Laat bedrijven weten dat je geen producten meer wilt die niet gecertificeerd zijn.

Als bedrijven klanten dreigen kwijt te raken, zijn ze wellicht meer geneigd om een verantwoorde aanpak te omarmen.’

Het rapport, dat afgelopen week werd gepubliceerd tijdens een bijeenkomst in Bangkok, viel samen met kritiek op de sector door milieugroepen.

Een palmoliebedrijf dat zijn certificering was kwijtgeraakt omdat het illegaal hout kapte in regenwouden in Indonesië, zou die certificering te snel weer hebben teruggekregen.

Ook kampen Indonesië en het dichtbijgelegen Singapore met rookoverlast als gevolg van bosbranden. Die branden worden aangestoken om land geschikt te maken voor palmolieplantages.

Wacht Afrika eenzelfde lot, zonder samenwerking met de meer verantwoordelijke spelers in de industrie? Cress zegt zijn hart vast te houden, maar hoopt op samenwerking werking tussen alle partijen om de grote apen te redden.

‘Veel wederzijds vertrouwen is er momenteel niet. Dat zullen we moeten vinden. Duidelijk is dat we niet op de oude manier verder kunnen. Maar we hebben niet de luxe van tientallen jaren, we hebben slechts een paar jaar. Dat betekent dat er snel iets moet gebeuren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift