Wetenschappers reconstrueren weerfenomeen over 400 jaar

Recente toename van El Niño is uitzonderlijk

Vera Izrailit CC BY-NC-ND 2.0

 

De recente toename van El Niño in de Grote Oceaan, zowel in aantal als in intensiteit, is uitzonderlijk, zeggen klimatologen. Ze konden voor het eerst de evolutie van het weerfenomeen over een langere periode reconstrueren.

Weerfenomenen als gevolg van El Niño, een terugkerende opwarming van het zeewater van de Grote Oceaan, zijn aanzienlijk veranderd in de afgelopen decennia. Ze nemen toe in aantal in het centrale deel van Grote Oceaan, en ze worden steeds intenser in het oostelijke deel van die oceaan.

Een team van wetenschappers heeft de sporen geanalyseerd die het klimaat achterlaat in de koraalkernen in het tropische deel van de Indische en Grote Oceaan. Dat liet toe de evolutie van El Niño over een periode van vier eeuwen te reconstrueren.

Evolutie over 400 jaar

Ze maakten gebruik van een netwerk van 27 databanken over koraalformaties. Daarmee reconstrueerden ze de activiteit van El Niño in het centrale en oostelijke deel van Grote Oceaan in de afgelopen 400 jaar. Ze stelden zo grote verschillen vast in de geografische patronen en de intensiteit.

De gegevens uit de isotopen van de koralen functioneren als paleoklimatologische indicatoren, net zoals jaarringen van bepaalde bomen en de lucht in het ijs en de sedimentstructuur op de bodem van meren en oceanen dat doen.

Tot nog toe waren er alleen kortetermijngegevens over El Niño. Daardoor was het moeilijk om te bepalen of de waargenomen veranderingen van de laatste decennia uitzonderlijk of frequent waren.

“Door het verleden te begrijpen, zijn we beter in staat om de toekomst te begrijpen, vooral in de context van klimaatverandering”

Op basis van de gegevens uit de koralen concluderen de onderzoekers dat de toename van El Niño in de Grote Oceaan in de afgelopen 30 jaar ongewoon is in vergelijking met de gegevens van de afgelopen 400 jaar.

“Door het verleden te begrijpen, zijn we beter in staat om de toekomst te begrijpen, vooral in de context van klimaatverandering”, zegt Mandy Freund van de School of Earth Sciences aan de Universiteit van Melbourne (Australië), hoofdauteur van het onderzoek, dat in Nature Geoscience is gepubliceerd.

“Door beter te begrijpen hoe de verschillende types El Niño ons vroeger en nu hebben beïnvloed, zijn we beter in staat om hun toekomst en impact in modellen te vatten en te voorspellen.”

“Vóór dit onderzoek wisten we niet hoe vaak de verschillende soorten El Niño in de afgelopen eeuwen voorkwamen”, zegt coauteur Benjamin Henley van dezelfde Universiteit van Melbourne en hoofdonderzoek van het Australische Centre of Excellence for Climate Extremes. Tretyakov “Nu kunnen we nauwkeuriger onderzoeken hoe de opwarming van de aarde El Niño kan veranderen en wat dit betekent voor het toekomstige klimaat en klimaatextremen.”

Zuidelijke Oscillatie

El Niño is de warme fase van de Zuidelijke Oscillatie (de koude fase heet La Niña). El Niño ontstaat wanneer de oppervlaktetemperatuur van het zeewater in het oosten en centrum van de Grote Oceaan opwarmt ter hoogte van de evenaar. Dat gebeurt om de drie tot zeven jaar en gaat gepaard met veranderingen in atmosferische druk.

“De kenmerken van El Niño zijn recentelijk veranderd”, zegt Matilde Rusticucci van de afdeling Atmosferische en Oceaanwetenschappen van de Universiteit van Buenos Aires. “Dat manifesteert zich in grote afwijkingen in het centrum van de Grote Oceaan, meer dan in het oosten (aan de Zuid-Amerikaanse kust, Ecuador).

“De verandering van de plaats waar de anomalieën worden geregistreerd, impliceert een verandering van de plaats waar de impact van anomalieën in het klimaat zich voordoet, met meer of minder regen bijvoorbeeld.

“Het is niet duidelijk of deze recente toename deel uitmaakt van een natuurlijke klimaatvariabiliteit of een gevolg is van antropogene klimaatverandering”

“Het is niet duidelijk of deze recente toename van het aantal evenementen in het centrale deel van de Grote Oceaan deel uitmaakt van een natuurlijke klimaatvariabiliteit of een gevolg is van antropogene klimaatverandering. Met een uitgebreidere reeks observaties kun je deze twijfel wegnemen.”

“De reconstructies van 400 jaar op basis van koralen maken het mogelijk om deze verschillen in de juiste context te plaatsen. Ze laten zien dat de trends van de laatste decennia dat El Niño vaker voorkomt in het centrale deel van de Grote Oceaan en extremer wordt in het oostelijke deel, ongebruikelijk zijn de laatste 400 jaar.”

Claudio Parica, hoogleraar Milieugeologie van de San Martín-universiteit in Buenos Aires en voorzitter van de Hoge Raad voor Geologie, noemt de studie sterk, “gebaseerd op solide analytische data”, maar waarschuwt dat “ruimere informatie nodig zal zijn als men prognoses wil gaan maken.”

Een gelijkaardig voorbehoud bij Emanuele Di Lorenzo, hoogleraar aard- en atmosferische wetenschappen aan de Georgia Tech-universiteit in de VS. “Ik maak me grote zorgen over de gebruikte methodes. Ik ben niet zeker dat de uitgevoerde reconstructie de relatie tussen de oostelijke en centrale El Niño correct kan vastleggen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift