Recordaantal Aboriginal kinderen weggehaald in Australië

De Australische autoriteiten halen meer inheemse kinderen weg bij hun familie dan ooit tevoren. Volgens activisten zijn de ‘gestolen generaties’ daarom geen afgesloten hoofdstuk, maar een aanhoudend probleem.

Rusty Steward (CC by-nc-nd 2.0)

Inheemse kinderen krijgen onderwijs in een lokaal schooltje in de buurt van hun gemeenschap. Nog steeds wordt 35 procent van de kinderen weggehaald bij hun ouders.

Elk jaar sinds 1998 is 26 maart in Australië de nationale “Sorry Day”, een dag om de tienduizenden inheemse kinderen te herdenken die ruwweg tussen 1890 en 1970 uit hun gemeenschap zijn weggerukt door de regering om hen te plaatsen bij blanke families of instellingen.

De aanleiding voor deze herdenkingsdag was de publicatie “Bringing them home” uit 1997, het eerste nationale onderzoek dat getuigenissen van “gestolen” Aboriginals en Straat Torres-eilanders bundelde en kritiek uitte op het racistische beleid dat deze systematische scheiding had mogelijk gemaakt.

Toch was het nog elf jaar wachten totdat de Australische regering zich formeel excuseerde voor deze zwarte bladzijde in haar geschiedenis, bij mondde van de toenmalige premier Kevin Rudd in 2008.

Kinderdiefstal

Ondanks dat excuus houden inheemse activisten vol dat de “gestolen generaties” geen alleenstaand geval zijn, en dat de bladzijde nog niet is omgeslagen. ‘Al van in de eerste weken van de invasie in de jaren 1780 begonnen ze onze kinderen te verwijderen en onze families uit elkaar te sleuren. Nu worden er meer kinderen bij hun gezin weggehaald dan ooit tevoren’, zegt Sam Watson, een vooraanstaande Aboriginal-leider.

Brian Jenkins

Installatie ‘the taking of the children’ op de ‘Grote Australische klok’ in de Queen Victoria Building in Sidney

Een recent rapport van de Productivity Commission, een officieel adviesorgaan van de Australische regering, bevestigt dat. Het aantal geplaatste kinderen bedroeg 5059 in juni 2004, en 14.991 in juni 2014. Amper 5 procent van de bevolking onder de 17 jaar is inheems, maar uit het rapport blijkt dat 35 procent van de kinderen die bij hun familie wordt weggehaald, Aboriginal of Straat Torres-eilander zijn.

Mary Moore, stichter van de organisatie Legislative Ethics Commission, noemt Australië de “wereldhoofdstad van de kinderdiefstal”. Er zijn volgens haar veel banen afhankelijk van deze praktijk, en nog steeds worden er wetten goedgekeurd om ze te legitimeren.

Verwaarloosde gemeenschappen

‘Verwijdering en adoptie zijn contra-intuïtieve strategieën. Ze negeren de schadelijke gevolgen die kinderen de rest van hun leven meedragen, en zijn veel duurder dan gezinnen ondersteunen om verenigd te blijven’, zegt Moore.

Autoriteiten rechtvaardigen het weghalen in naam van “kinderbescherming”, en verwijzen naar verwaarlozing en risicogevallen. De Aboriginals en Straat Torres-eilanders van hun kant stellen dat hun verwaarlozing door de overheid en het racistisch beleid hebben bijgedragen tot de wijdverspreide armoede, criminaliteit en relatief groot aandeel mentale ziektes die hun gemeenschappen treffen.

De federale regering heeft beloofd dat ze de problemen met inheemse minderheden zal aanpakken, maar critici wijzen erop dat ze haar woorden niet omzet in daden. In februari erkende de voormalige premier Rudd in een toespraak dat het weghalen van inheemse kinderen bij hun families met 400 procent gestegen is sinds 1998. Hij noemde de crisis een “nieuwe soort gestolen generatie”, eerder dan een onopgelost, aanhoudend probleem.

Voor Auntie Hazel, stichtend lid van de groep Grootmoeders Tegen Weghalen (GMAR), is er geen verschil tussen vroeger en nu. ‘De essentie voor de kinderen van toen en die van nu is hetzelfde. Ze hebben hun moeder of grootmoeder nooit gekend, ze voelen zich nergens thuis.’

jenjencam (cc by-sa 2.0)

mensen draaien zich ostentatief om tijdens het antwoord van de Australische politicus Brendan Nelson op de verontschuldigingen van het parlement in 2008.

Expertcomité

Veel mensen in de inheemse gemeenschap klagen het gemak aan waarmee de overheid kinderen kan weghalen, soms op basis van ongegronde of ongecontroleerde getuigenissen. GMAR wil deze cirkel doorbreken met de oprichting van een “Aboriginal Expertcomité”. Deze gezondheidsspecialisten zouden met zogenaamde risicogezinnen om de tafel kunnen gaan zitten, voordat de kinderen worden geplaatst.

Albert Hartnett maakte in 2012 mee hoe zijn achttien maanden oude dochter zonder waarschuwing werd weggehaald. ‘Ze gingen omgekeerd te werk. Eerst kwamen ze mijn dochter halen, pas enkele dagen later startten ze een onderzoek.’ Zijn dochter werd uiteindelijk teruggeplaatst, maar het was een traumatiserende ervaring voor het gezin. ‘Na de verontschuldiging in 2008 voelde onze gemeenschap zich gekortwiekt. We leden in stilte’, meent Auntie Hazel.

Olivia Nigro, voorvechter van sociale gerechtigheid en onderzoeker bij GMAR, noemt interne mobilisatie de belangrijkste verwezenlijking van haar organisatie. ‘GMAR heeft families in getroffen gemeenschappen dichter bij elkaar gebracht. Het heeft het politieke vertrouwen opgewekt om over deze kwestie te praten en compensatie te eisen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift