Dossier: 

Rottende maïs voedt niemand

Eten weggooien lijkt in de eerste plaats een westerse welvaartsziekte. Maar ook in het Zuiden eindigt heel wat voedsel als afval, zij het omwille van heel andere oorzaken dan bij ons. Dat terwijl er nog steeds mensen honger lijden. Hoe kan het dat verspilling en tekort hand in hand kunnen gaan?

Voedselverspilling is de laatste jaren hoog op de agenda komen te staan. De aanleiding was een spraakmakend rapport uit 2011 van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN. Voor het eerst werd de omvang duidelijk van de hoeveelheid voedsel die wereldwijd doorheen heel de voedselketen verloren gaat. Het gaat om maar liefst een derde van alle voedsel dat geproduceerd wordt, ongeveer tussen 1,3 en 1,7 miljard ton per jaar.

Een verrassende bevinding uit dit rapport is dat er evenveel voedsel verspild wordt in het Zuiden als bij ons in het Westen. Dat gaat in tegen de perceptie dat voedselverspilling een luxeprobleem is. Toch is de aard van het probleem fundamenteel anders.

In het Westen gaat het grootse deel verloren op het einde van de keten en bij de consument, terwijl in het Zuiden het verlies zich aan het begin van de keten situeert. Dat heeft verschillende oorzaken die terug te brengen zijn op de verwaarlozing van kleinschalige familiale landbouw.

Veel verlies, hoge kost

Voedsel produceren heeft een kost, niet alleen financieel maar ook sociaal en ecologisch. De verspilling heeft daar ook mee te aken, want voedsel dat geen magen vult maar als afval eindigt, vraagt evengoed arbeid, investeringen, land en water. Hoe hoog de nutteloze kost van die enorme berg verspild voedsel nu precies is, valt moeilijk te berekenen, maar de FAO heeft de laatste jaren toch enkele pogingen ondernomen om de verborgen kosten van voedselverspilling in kaart te brengen.

De FAO schat dat de waarde van de landbouwproductie die jaarlijks verloren gaat ongeveer 735 miljard euro bedraagt. Zeker in het Zuiden, waar subsidies aan de boeren heel wat minder genereus zijn dan in Europa of de VS, of gewoon niet bestaan, heeft dit een enorme impact op het inkomen van boeren. Want de boer ziet niet alleen zijn inkomen door de neus geboord, de gemaakte investeringen in zaaigoed, meststoffen, bestrijdingsmiddelen en arbeid zijn evengoed verloren.

Landbouw, hoe ecologisch ook opgevat, is in essentie een aanslag op de natuur. Voedselproductie heeft een gigantische invloed op het milieu. Boeren vraagt land en water, en die worden steeds schaarser. Een belangrijk deel van de CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de landbouw. De productie van die 1,3 miljard ton voedsel die verloren gaat stoot 3,3 gigaton CO2 uit. Mocht voedselverspilling een land zijn, dan stond het wereldwijd op de derde plaats qua CO2-uitstoot, na de VS en China.

De oppervlakte nodig om de berg verspilde landbouwgewassen te telen wordt door de FAO op 1,4 miljard hectare geschat, een lap grond groter dan Canada

Nog steeds wordt er in het Zuiden ontbost om nieuwe landbouwgronden te ontginnen, wat de biodiversiteit ernstig aantast. Maar de oppervlakte nodig om de berg verspilde landbouwgewassen te telen wordt door de FAO op 1,4 miljard hectare geschat, een lap grond groter dan Canada. Landbouw slorpt water op dat in veel delen van de wereld schaars wordt, terwijl er via voedselverspilling 250 miljard kubieke meter verloren gaat.

Onaangepaste landbouwmethodes veroorzaken erosie, bodemdegradatie en productieverlies. Miljoenen tonnen bestrijdingsmiddelen en meststoffen belanden jaarlijks in het ecosysteem. Dat is allemaal geen nieuwe informatie natuurlijk, maar het maakt de hoeveelheid verspild voedsel een nog hallucinanter gegeven.

De cijfers en de berekening over de ecologisch kost ervan door de FAO zijn complex en bevatten veel onzekerheden, en landbouw gaat om meer dan enkel voedselproductie, maar bekijk het zo: Als een derde van alle voedselgewassen verspild wordt, hoe nutteloos is dan de aantasting van het milieu die hierdoor veroorzaakt wordt?

Lege magen

Nog erger wordt het als de cijfers over voedselverspilling naast die van een ander VN-instituut gelegd worden, namelijk die van het World Food Program (WFP), dat de honger in de wereld tracht te bestrijden. Op dat vlak werd de laatste decennia vooruit gang geboekt. Maar nog altijd hebben 805 miljoen mensen te weinig voeding om een normaal leven te leiden.

Een op negen mensen heeft dus voedsel te kort. Ongeveer 45 procent van alle kindersterfte onder de vijf jaar heeft direct of indirect met ondervoeding te maken. Paradoxaal genoeg leeft ongeveer drie vierde van de mensen die ondervoed zijn op het platteland en is boer.

drie vierde van de mensen die ondervoed zijn op het platteland en is boer

In het Zuiden woont dus een grote groep boeren die niet genoeg te eten heeft, terwijl een enorme hoeveelheid van de productie verloren gaat. Die tegenstrijdige situatie is te wijten aan een decennialange verwaarlozing van de familiale landbouw. Nochtans was de situatie voor de instorting van de grondstoffenprijzen en de liberalisering van de landbouw eind jaren zeventig beter voor de boeren.

Overheden zorgen voor infrastructuur, schermden hun markten af en garandeerden vaste prijzen. Maar sinds de jaren zeventig hebben nationale overheden en internationale organisaties zich sterk gericht op grootschalige exportlandbouw. Als de landbouw al enige steun kreeg, want dat ging in tegen de ideologie van de vrije markt.

Ter plaatsen trappelen

Het resultaat van de verwaarlozing van de landbouwinfrastructuur maakt dat in het Zuiden 50 tot 70 procent van alle voedselverspilling in de productie, de opslag en het transport van voedsel terug te vinden is. Dat betekent een enorm inkomensverlies voor de boeren in het Zuiden die het toch al alles behalve breed hebben, aldus Saartje Boutsen, coördinator beleidsbeïnvloeding bij Vredeseilanden.

‘Het verlies van voedsel maakt dat boeren niet vooruit kunnen. De problemen in de kleinschalige familiale landbouw gaan vooral over een gebrek aan techniek, opslagmogelijkheden en infrastructuur. Maar het feit dat er zo’n groot deel van de opbrengst, en dus ook een groot deel van de inkomsten, verloren gaat ontneemt boeren de mogelijkheid om te investeren.’

‘Het feit dat er zo’n groot deel van de opbrengst, en dus ook een groot deel van de inkomsten, verloren gaat ontneemt boeren de mogelijkheid om te investeren.’

‘Een gebrek aan bewaartechnieken bijvoorbeeld heeft als gevolg dat alles meteen op de markt komt. Opeens is er dus een massaal aanbod, wat leidt tot lage prijzen en verspilling. Bovendien zorgt het tropisch of subtropisch klimaat ervoor dat voedsel sneller bederft. Transport is een ander probleem. De wegen op het platteland zijn vaak in een belabberde staat. Landbouwgewassen geraken hierdoor niet tijdig bij de afnemers of verliezen sterk aan kwaliteit.’

‘Als je bijvoorbeeld een lading bananen over al te hobbelige wegen vervoert zit je met bruine vlekken. Die worden dat geweigerd door de exporteurs en eindigen in het slechtste geval als afval. Een ander punt is landbouwtechnisch. Een verouderde oogstmachine bijvoorbeeld kan een groot deel van de oogst beschadigen.’

Carrefour in Shanghai

Om de situatie van de boeren te verbeteren en tegelijk verspilling tegen te gaan zijn er investeringen in de landbouw nodig. Maar het is voor boeren erg moeilijk om toegang te krijgen tot krediet, legt Saartje Boutsen uit. ‘Landbouw wordt gezien als een risicosector. Je krijg als boer niet gemakkelijk fondsen. Toch zijn er maatregelen doorheen heel de keten nodig om de situatie te keren.’

Tegelijkertijd vinden de cosmetische normen van bij ons ingang in het Zuiden. De exodus naar de steden heeft ervoor gezorgd dat het overgrote deel van de bevolking nu in de stad woont. Die stedelijke bevolking haalt zijn voedsel steeds vaker in de supermarkt waar dezelfde absurde eisen worden gesteld aan het uitzicht van fruit en groenten.

‘Dat geldt uiteraard niet voor lokale markten’, vertelt Boutsen. ‘Maar dezelfde supermarktketens die hier in Europa actief zijn, vind je evengoed in de steden in het Latijns-Amerika, Azië en in iets mindere mate ook in Afrika. Ze hebben de macht om die normen op te leggen, wat een nieuwe maar groeiende bron van voedselverspilling creëert.’

Wie voedt de wereld?

Ondertussen vallen er wel positieve signalen te bespeuren. In 2003 beloofden de Afrikaanse leiders om minstens 10% van hun begroting aan landbouw te besteden. Deze Verklaring van Maputo wordt dit jaar geëvalueerd. Verder werd 2014 door de VN uitgeroepen tot het internationale jaar van de familiale landbouw. Toch zijn we er nog niet, relativeert Luc Vankrunkesven.

Vankrunkelsven is auteur en bezieler van Wervel, een organisatie die zich inzet voor een rechtvaardige landbouw. ‘Het inzicht groeit dat grootschalige landbouw niet het juiste model is om de wereld te voeden en dat kleinschalige landbouw toekomst heeft. Maar de praktijk volgt nog niet. Daarvoor zijn de belangen van de agro-industrie te groot.’

Grootschalige landbouw vraagt veel energie en is eigenlijk een petroleumlandbouw

‘Wereldwijd woedt er een strijd tussen twee landbouwmodellen. Aan de ene kant staat de grootschalige landbouw, op export gericht en erg kapitaalintensief. Daartegenover heb je de familiale landbouw die nog echt in de handen van boeren is. Dat is een totaal ander verhaal, ook als het om verspilling gaat. Het gaat ook om meer dan enkel voedselverlies. Grootschalige landbouw vraagt veel energie en is eigenlijk een petroleumlandbouw. Omdat energie nog altijd goedkoop is blijft het mogelijk landbouwproducten over heel de wereld te verschepen. Ook dat is een vorm van verspilling, net als het feit dat grootschalige landbouw veel minder mensen werk verschaft en dus arbeid afstoot.’

Er bestaat op zijn zachts gezegd een diepe onenigheid welk landbouwmodel het meest efficiënt is. Voorstanders van grootschalige landbouw stellen dat een dergelijke vorm van boeren veel minder verspilling veroorzaakt en meer opbrengt. Hun stem was tot voor kort dominant in het debat, maar daar komt verandering in. Het wetenschappelijk bewijs dat kleinschalige familiale landbouw veel meer opbrengt groeit.

Een belangrijk rapport in de schoot van de VN was dat van IAASTD (International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development). Hun bevindingen tonen aan dat familiale landbouw op een veel duurzamere manier de wereld kan voeden dan industriële landbouw, zonder nog meer beslag te leggen op de planeet.

Familiale landbouw kan op een veel duurzamere manier de wereld voeden dan industriële landbouw, zonder nog meer beslag te leggen op de planeet.

De verhouding tussen beide modellen is volledig scheefgetrokken, legt Luc Vankrunkelsven uit. ‘Er is lange tijd amper geïnvesteerd in familiale landbouw terwijl het grootschalig model wel ondersteund werd. Brazilië bijvoorbeeld heeft twee ministers van landbouw, een voor de familiale landbouw en de landloze boeren, een tweede voor de grootschalige landbouw. Het budget van dat laatste ministerie ligt acht keer hoger. Toch is een kentering mogelijk. De sleutel ligt in het vormen en organiseren van boeren. Landbouwscholen en universiteiten zijn nog altijd doordrongen van dat grootschalig model, alhoewel er ook hier en daar iets beweegt.’

 

Ook Vankrunkelsven ziet de manier waarop met voedsel wordt omgegaan veranderen in het Zuiden. ‘Onze verspillingscultuur wordt overal ter wereld overgenomen, een dramatische evolutie. De westerse manier van leven met als symbool de supermarkt rukt op. De wijsheid die men had is verloren aan het gaan. Tegelijk zie je overal tendensen die de waarde van voedsel weer erkennen en er anders mee willen omgaan. Niet uit heimwee, maar met inzichten van nu. En dat stemt hoopvol. Vernieuwing ontstaat altijd in de rand, en beweegt vandaar uit naar het centrum.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift