Rwandezen in Nederland vrezen uitlevering

Nieuws

Rwandezen in Nederland vrezen uitlevering

Rwandezen in Nederland vrezen uitlevering
Rwandezen in Nederland vrezen uitlevering

Anneke Verbraeken

25 maart 2014

Twee decennia na de Rwandese genocide lopen dertig Rwandezen in Nederland kans te worden teruggestuurd naar Rwanda Ze worden ervan beschuldigd deel te hebben genomen aan de genocide. Journaliste Anneke Verbraeken tekent het verhaal op van Jean Claude Iyamuremye, een van de verdachten, en plaatst vraagtekens bij de rol van de Nederlandse overheid.

Een doodgewone Voorburgse straat met flats, dicht tegen de snelweg. Het betonnen trappenhuis klinkt hol. Een jonge Afrikaanse in paan opent de deur. ‘Kom’, wenkt ze. De woonkamer staat propvol. Een ruime bank, een grote kast, een paar lage tafeltjes en een wiegje. Zoon Roi ligt te slapen in moeders armen. Hij werd eind februari geboren. Zijn vader was er niet bij. Die zit sinds deze zomer in de gevangenis. Rwanda beschuldigt hem van massaslachting en vroeg Nederland om uitlevering. ‘Het is verschrikkelijk’, zegt Jeanette. ‘Mijn man moet bewijzen dat hij onschuldig is. Maar hoe doe je dat na twintig jaar? Ik ga kapot als hij naar Rwanda moet.’ Ze verbergt haar gezicht tegen het lijfje van de baby.

Jean Claude Iyamuremye (37) is niet de enige Rwandees die beschuldigd wordt van genocide. De Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft zo’n dertig dossiers van Rwandese verdachten. Van een aantal is verblijfsvergunning of paspoort afgenomen. Ze zijn de facto illegaal en hebben daardoor ook geen inkomen meer. Ze mogen niet werken en hebben evenmin een ziektekostenverzekering. De meesten zitten financieel aan de grond. Als Jean Claude wordt uitgezet, zullen anderen volgen verwacht de Rwandese gemeenschap, zelfs al heeft Nederland geen uitleveringsverdrag met Rwanda. De kans is groot dat in dit herdenkingsjaar van de genocide de eerste verdachten uit Nederland naar een gevangenis in Rwanda gestuurd worden.

Politieke tegenstanders

Wat opvalt, is dat het gaat om politieke tegenstanders van het Rwandese regime. Het zijn vaak mensen die actief zijn of zijn geweest voor Victoire Ingabire Umuhoza, die sinds oktober 2010 in een Rwandese gevangenis een straf van vijftien jaar uitzit. In Rwanda zitten veel kritische journalisten, politici en activisten in de gevangenis.

De Haagse raadsman Jan Hofdijk heeft vier cliënten die van genocide worden beschuldigd. Hij vroeg begin maart de Nationale Ombudsman om een gedegen onderzoek naar de banden tussen beide ministeries van Justitie omdat hij merkte dat vertrouwelijke informatie wel heel snel een weg vond van het Nederlandse ministerie naar de Rwandese collega’s.

‘Ik vertrouw de minister van Veiligheid en Justitie niet vanwege de intieme band met Rwanda.’

‘Ik durf bepaalde getuigen niet te gebruiken tijdens de procedure. Ik vertrouw de minister van Veiligheid en Justitie niet vanwege de intieme band met Rwanda. De minister laat zich in het pak naaien door Kigali.’ Hofdijk spoorde namelijk getuigen op die haarfijn vertelden hoe Kigali het voor elkaar krijgt dat Rwandese leden van de oppositie in Nederland worden beschuldigd van genocide. Het zit, aldus Hofdijk, ingenieus in elkaar, met een sleutelrol voor de Nederlandse ambassade in Kigali.

Het begint volgens Hofdijk met het bepalen van het “doelwit” door het Rwandese regime. Dat licht vervolgens de Rwandese Directie Militaire Inlichtingendienst (DMI) in. Die maakt een eerste rapport en neemt contact op met de IND in Nederland. Vervolgens gebruikt Rwanda zijn uitgebreide PR- en communicatienetwerk om allerlei artikelen op internet te zetten die het slachtoffer zwart maken, zegt Hofdijk. Internet is namelijk ook een belangrijke bron voor de IND-afdeling die speurt naar mogelijke genocidairs in Nederland.

Het is niet de rechtbank die zich in eerste instantie buigt over de schuldvraag, maar de IND. Deze stuurt eerst een brief aan de verdachte met beschuldigingen. Deze geeft schriftelijk antwoord op de beschuldigingen. Daarna volgt er een hoorzitting bij de IND. Als de IND niet overtuigd is van de onschuld, wordt vervolgens het paspoort of verblijfsvergunning ingetrokken. Daarmee heeft de IND tijdens het eerste deel van de procedure een machtige rol. Ze beschuldigt een verdachte en die verdachte moet bij diezelfde IND bewijzen dat hij het niet heeft gedaan.

Pas als de verdachte bezwaar maakt tegen de intrekking van paspoort of verblijfsvergunning, komt er een rechter aan te pas. Die bepaalt of de IND terecht paspoort of vergunning heeft ingetrokken. Het eerste deel van de procedure valt dus onder het bestuursrecht, het tweede deel onder het strafrecht. Dat het eerste deel onder bestuursrecht valt heeft voor de verdachten een groot nadeel: ze moeten bewijzen dat ze onschuldig zijn. Dat is dus precies het omgekeerde bij het strafrecht. Daar geldt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen.

Als de IND een melding krijgt vanuit Rwanda, wordt de Nederlandse ambassade in Rwanda ingeschakeld voor nader onderzoek. Tot voor kort kwam dat verzoek, aldus de bronnen van Hofdijk, op de ambassade terecht bij een lid van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), de officiële staatspartij van Rwanda. Of dat nog zo is, is niet bekend.

Het RPF-lid zou vervolgens contact hebben opgenomen met de DMI voor informatie over het slachtoffer, waarna de DMI een rapport opstelt. Dit rapport werd vervolgens voorgelegd aan de Rwanda-Global Penal Reform, een organisatie die de informatie moet checken. Hofdijk kent ten minste twee gevallen waarbij onderzoekers die niets negatiefs konden melden over de verdachte, omdat hun bronnen niets wisten, of de beschuldigingen niet konden bevestigen, werden vervangen door een andere onderzoeker die wel negatieve informatie over de verdachte gaf_._ Rwanda-Global Penal Reform heeft in Kigali dezelfde postbus als Penal Reform International, dat strijdt voor een rechtvaardig rechtssysteem, maar is verder niet op internet of in het telefoonboek te vinden. Penal Reform International wordt onder andere gesubsidieerd door Nederland.

Een stevige schep bovenop

Aan de hand van alle informatie maakt de ambassade een individueel ambtsbericht. Dat individuele ambtsbericht is heel belangrijk. De rechter kent er veel gewicht aan toe. In Rwanda gaat men vrij om met de waarheid volgens Hofdijk bij de totstandkoming van dit rapport, maar ook de Nederlandse IND neemt het niet al te nauw met de feiten, zo merkte ik tijdens een rechtszaak in februari dit jaar. Die rechtszaak diende in Den Haag en behandelde de zaak van een andere genocideverdachte. De man wil anoniem blijven, vanwege de gevolgen voor zijn werk en familie.

In het individuele ambtsbericht over de man stond dat de verdachte een wegversperring zou hebben opgeworpen. De IND deed daar tijdens de zitting een stevige schep bovenop en maakt er van dat de verdachte Tutsi’s zou hebben gedood bij deze wegversperring. ‘Hoe kan dat?’, vraagt de rechter. ‘Ehh … de wegversperringen zijn opgeworpen met als doel Tutsi’s te doden en meneer was verantwoordelijk voor het opwerpen van deze wegversperring en dus was hij verantwoordelijk voor het doden van Tutsi’s’, aldus de vertegenwoordiger van de IND tegen de rechter. Overigens ontkent de verdachte ooit wegversperringen te hebben opgeworpen.

Anneke Verbraeken

Protest van Kagame-tegenstanders in Nederland.

Anneke Verbraeken

Elektronische enkelband

In 2008 startte Nederland met het opnieuw doorpluizen van alle dossiers van Rwandezen die niet eerder beschuldigd waren van genocide. Het gaat om Rwandezen die al jaren in Nederland wonen en een verblijfsvergunning of Nederlands paspoort hebben gekregen. Waarom zou je je al dat werk op de hals halen? Bij de asielprocedure wordt iedereen al minutieus onderzocht, juist vanwege de kans dat zich onder hen een genocidair bevindt.

Het tijdstip waarop de dossiers weer onder de loep worden genomen, is opvallend: juist in die tijd rijpte bij oppositieleidster Victoire Ingabire het besluit om terug te keren naar Rwanda om mee te doen met de verkiezingen. De afdeling 1F van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (een verwijzing naar Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, cf. infra) gaat in 2008 dus aan de slag om informatie over de Rwandezen te verzamelen en te checken. Voor alle helderheid: tussen 1999 en 2008 werd over tien Rwandezen een “genocide-dossier” gemaakt. Na 2008 komen er minstens dertig nieuwe dossiers bij.

Jean Baptiste Mugimba is de tweede Rwandees die in de gevangenis moet wachten op een mogelijke uitzetting. ‘Nee’, antwoordt de Haagse rechter op 6 maart zonder emotie op de vraag of Mugimba met elektronische enkelband thuis zijn proces mag afwachten. ‘Meneer moet in de gevangenis blijven. Meneer is immers beschuldigd van het allerergste wat het internationale recht maar kent, namelijk genocide. Meneer is ook erg vluchtgevaarlijk vinden we. En ja, we weten dat de familie van meneer het zwaar heeft, maar dat weegt niet op tegen de internationale verplichtingen die Nederland heeft als het gaat om uitlevering.’

‘Meneer moet in de gevangenis blijven. Meneer is immers beschuldigd van het allerergste wat het internationale recht maar kent, namelijk genocide.’

In 2012 al kreeg de IND informatie over Mugimba, in 2013 werd zijn verblijfsvergunning ingetrokken en pas in januari 2014 werd hij gearresteerd. Nederland liet dus een volgens hen vluchtgevaarlijke massamoordenaar meer dan een jaar ongemoeid.

Ondertussen zit de familie aan de grond. Vanwege de situatie van Mugimba heeft de bank zijn rekeningen opgezegd. Mugimba heeft een kleine supermarkt die hij alleen runde. Zijn oudste zoon heeft nu zijn studie tijdelijk vaarwel gezegd om de supermarkt draaiende te houden. Zijn vrouw was cateraar, maar daar heeft ze geen tijd meer voor. Ze heeft al haar aandacht nodig voor de twee jongste kinderen die gehandicapt zijn.

Goede bilaterale relaties

Rwanda en Nederland onderhouden sinds 1994 goede relaties. Voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk (PvdA) behandelde Rwanda als zijn persoonlijke troetelkind en verhoogde de financiële steun fors na de genocide in 1994; van 36 miljoen gulden in drie jaar naar 235 miljoen gulden over twee jaar. Pronks opvolgers waren minder gecharmeerd door Rwanda, maar het land bleef wel op de almaar slinkende donorlijst van Nederland staan.

CC Kennisland

Jan Pronk verhoogde na 1994 de Nederlandse steun aan Rwanda.

CC Kennisland

De banden werden opnieuw flink aangehaald toen Nederland zich intensiever ging bemoeien met het rechtssysteem in Rwanda, ongeveer tien jaar geleden. Nederland gaf miljoenen euro voor opleidingen van gacaca- (het op traditie gebaseerde gemeenschapsrecht dat ingeschakeld werd om de formele rechtspraak minder te belasten) en gewone rechters, officieren van justitie, en de bouw van gevangenis en rechtbanken. De ambassade in Kigali speelde een belangrijke rol. Voormalig ambassadeur Frans Makken (van 2008-2012) was een grote vriend van Paul Kagame. ‘Maar als ik dat aan de grote klok hang, dan zit ik morgen op het vliegtuig terug naar Nederland’, zei hij in een interview met Vrij Nederland vlak voor de presidentsverkiezingen in 2010.

Makken bezocht in april 2011 ook oppositieleidster Victoire Ingabire in haar Rwandese cel en probeerde haar over te halen de politiek vaarwel te zeggen, aldus de echtgenoot van Ingabire, Lin Muyezere. Ze zou dan veilig naar Nederland kunnen afreizen, aldus Victoires echtgenoot. Frans Makken was tevens verantwoordelijk voor de positieve ambtsberichten over de situatie in Rwanda die naar het ministerie van Buitenlandse Zaken gingen tijdens de vier jaar van zijn ambtsperiode. Zo was in het ambtsbericht van 2011 veel aandacht voor de economische ontwikkelingen en slechts weinig aandacht voor de mensenrechtensituatie.

Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven bezocht Rwanda begin dit jaar. Hij toonde zich bijna euforisch over het land.

Terwijl vriend en vijand de schouders ophaalde over de vier tegenkandidaten van Kagame bij de presidentsverkiezingen, hield Makken als vice-voorzitter van de kiescommissie tegenover Reuters vol dat het toch echt om serieuze kandidaten ging. De RPF had nou eenmaal meer geld om campagne te voeren.

Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven bezocht Rwanda begin dit jaar. Hij toonde zich bijna euforisch over het land. Hij vond Rwanda ‘verschrikkelijk indrukwekkend’.  Teeven maakte van de gelegenheid gebruik een overeenkomst te tekenen met Rwanda. Het is geen uitleveringsverdrag; wel maakt het de uitlevering makkelijker.

Onschuld bewijzen

Inmiddels zit de Rwandese oppositie in Nederland met de gevolgen van de intensieve onderzoeken van de IND. Niemand is nog bezig met Rwanda en politiek. Alle energie kruipt in juridische beslommeringen en de zoektocht naar materiaal dat de onschuld moet bewijzen. De verslagenheid is groot, net als het onbegrip.

‘Ik begrijp niet hoe Nederland dit kan doen. Mijn man is onschuldig’, zegt Jeannette, die opgroeide in een Rwandees weeshuis. Ze leerde Iyamuremye kennen in Kinshasa, waar ze onafhankelijk van elkaar naar toe waren gevlucht via de verschrikkelijke kampen in Oost-Congo. Jean Claude was daar naar eigen zeggen ‘voorzitter van de Rwandese gemeenschap’ en had veel contact met allerlei internationale organisaties. Op een gegeven moment kwam Iyamuremye erachter dat op de UNHCR-vluchtelingenlijsten alle Rwandese Hutu’s ontbraken. Die waren geschrapt door een infiltrant van de RPF in Kinshasa, aldus Jeannette. Toen hij het vluchtelingenbureau daarover had geïnformeerd, moest hij zelf snel weg. Zo kwam hij in Nederland terecht.

‘Ik was toen in verwachting van onze eerste zoon’, zegt Jeanette. Uiteindelijk kon ook zij naar Nederland. De familie ging in Voorburg wonen en het ergste leed leek geleden. Tot Jean Claude in mei 2011 een brief kreeg van de IND waarin hij werd beschuldigd van genocide. Hij zou hebben meegeholpen aan de massaslachting op de technische school in Kigali (ETO). Daarbij werden ongeveer 2000 mensen – voornamelijk Tutsi’s –gedood.

Volgens Jeanette is het onmogelijk dat haar man dat gedaan heeft. Jeanette: ‘Zijn moeder is Tutsi. Helemaal aan het begin van de genocide zijn 26 familieleden afgeslacht. Denk je dat Jean Claude dan een paar dagen later Tutsi’s gaat vermoorden? We wilden een Belgische leraar laten getuigen tijdens de IND-procedure. Deze leraar werkte bij de ETO ten tijde van de massaslachting, en was verschillende malen getuige-expert bij het Rwandatribunaal in Arusha. De IND weigerde, het waarom heb ik nooit gehoord. De IND zei ook dat mijn man had gelogen tijdens zijn asielprocedure. Dat heeft hij gedaan, ja. Maar op aanraden van een hulporganisatie in Kinshasa. Die zeiden tegen hem dat hij beter niet kon zeggen dat hij in Rwanda was tijdens de genocide. Achteraf gezien dom, maar hij moest toen snel weg.’

Europees Hof

Jeannette heeft wel een idee waarom haar man doelwit werd van het regime in Kigali. ‘Hij is een sympathisant van Victoire Ingabire en was ooggetuige van massaslachtingen in Oost-Congo in 1996 en 1997. Hij heeft daarover getuigd bij het VN-onderzoeksteam, dat in 2010 met een rapport kwam. Daarin werd Rwanda indirect beschuldigd van genocide in Oost-Congo in de jaren 1993 tot en met 2003. Weet je dat zijn vader en zijn broer enkele jaren na de genocide zijn verdwenen, ze zouden getuigen tegen het regime bij het Arusha-tribunaal.’

‘Zijn vader heeft twee weken vastgezeten en is gemarteld. Ze wilden dat hij getuigde tegen het oude regime. Hij is na die twee weken even thuis geweest, maar direct weer opgehaald door soldaten. Daarna hebben we nooit meer iets van hem gehoord. De broer van mijn man verdween een jaar later, in 1997. Hij werd meegenomen door twee RPF-soldaten en is ook nooit meer gezien. Jean Claude is doodsbang dat er met hem hetzelfde gebeurt als hij terug moet naar Rwanda.’

Iyamuremye ging in cassatie tegen de beslissing van de rechter, die bepaalde dat hij kon worden uitgezet. Niet bekend is wanneer zijn zaak voorkomt. Als Iyamuremye verliest, stapt zijn advocaat naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De zaak van Jean Baptiste Mugimba komt op 23 juni voor de Haagse rechtbank.

‘Nederland mag geen toevluchtsoord zijn’

Roel Wijnants

Het Nederlandse ministerie van Veiligheid en Justitie

Roel Wijnants

Het Nederlandse ministeries van Veiligheid en Justitie is om een reactie gevraagd op bovenstaand relaas.

‘Het ministerie van Veiligheid en Justitie herkent zich niet in het geschetste beeld van dit artikel’, zegt woordvoerder Jaap Oosterveer.

‘Het kabinet is van mening dat Nederland geen toevluchtsoord mag zijn voor genocideplegers. Verdachten van genocide dienen bij voorkeur daar te worden berecht waar de daad is gepleegd.’

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken sluit zich bij die verklaring aan.

Naschrift door journaliste Anneke Verbraeken

Graag had ik voor dit artikel Jean Claude Iyamuremye zelf geïnterviewd. Ik heb daartoe viermaal een verzoek ingediend bij de directie van de gevangenis.

De eerste keer werd er niet op gereageerd. De tweede keer zat ik al in de bezoekerszaal van de Zoetermeerse gevangenis maar werd ik er uitgehaald. Ik zou de verkeerde procedure hebben gevolgd. Vreemd, want ik had precies gedaan wat de secretaresse van de directie mij had verteld. Op aanraden van de betreffende woordvoerder van het ministerie van Justitie mailde ik hem een nieuw verzoek. Na een week kreeg ik een weigering.

Ik schakelde de jurist in van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), omdat ik vond dat het interview ten onrechte was geweigerd en de persvrijheid in het geding was. De NVJ schreef opnieuw een uitgebreid verzoek. Het interview werd opnieuw geweigerd door de directie van de gevangenis met een opvallend onthullende motivatie. Zo zou de relatie tussen Rwanda en Nederland mogelijkerwijs geschaad worden door een interview. ‘Hierbij speelt mee dat de betrekkingen tussen Nederland en Rwanda zouden kunnen worden geschaad indien het verzoek niettegenstaande de bezwaren van de Rwandese autoriteiten wordt ingewilligd.’ Ook wilde men de nabestaanden van de genocide beschermen tegen een artikel dat opnieuw wonden zou kunnen openhalen.

Je kunt grote vraagtekens plaatsen bij deze redeniering. Alsof ik de enige zou zijn die schrijft over de genocide en alsof door dat ene artikel de relatie met Rwanda geschaad zou worden.

Uit de brief van de gevangenisdirectie komt duidelijk naar voren dat Rwanda geen voorstander was van het interview. Het ministerie van Justitie had namelijk aan de Rwandese autoriteiten gevraagd hoe het stond tegenover een mogelijk interview.

Daarom heb ik een kort geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden om alsnog Iyamuremye te kunnen interviewen. Op 4 april buigt de rechter zich hierover.

Daarnaast ben ik een WOB-procedure gestart om materiaal boven tafel te krijgen over de beslissing alle dossiers van Rwandezen in 2008 opnieuw te gaan onderzoeken.