Sarkozy heeft plannen voor Congo

Nieuws

Sarkozy heeft plannen voor Congo

19 januari 2009

Zaterdag 17 januari werden honderden Conglozen gedood bij een inval van het Lord’s Resistance Army’ (LRA) in de dorpen Tora en Libombi, in het noorden van Congo. Dat brengt het aantal LRA-slachtoffers sinds 14 december 2008 op zeshonderd. Nicolas Sarkozy wil er wat aan doen.

De Franse president Sarkozy –die zich verzette tegen het sturen van een internationale troepenmacht naar Noord-Kivu– lanceert een drievoudig voorstel om de toestand in Congo te stabiliseren en meteen de relaties met Rwanda te normaliseren. Ten eerste moet een vredesproject op gang getrokken worden op basis van concrete projecten, waaronder een gemeenschappelijke uitbating van de mijnen in Noord-Kivu door de Democratische Republiek Congo (DRC) en buurland Rwanda. De grondstoffenontginning vormt immers het voorwerp van begeerte van de protagonisten in het conflict. De Congolese overheid zou hierdoor de inkomsten kunnen recupereren die het vandaag de dag ontloopt door de illegale uitvoer van mineralen naar de Indische Oceaan via Rwanda.

In tweede instantie pleit het “Plan Sarkozy” voor initiatieven voor de fundamentele vraag die aan de basis ligt van de intergemeenschappelijke spanningen in Noord-Kivu ten gevolge van de lange geschiedenis van volksverhuizingen. Tenslotte zou er dringend werk gemaakt moeten worden van de problemen omtrent het statuut van de Congolese minderheden, met in het bijzonder dat van de politieke vertegenwoordiging van de Tutsi-minderheid op het lokale niveau.

Volgens de Franse krant Le Monde zou de Congolese president Joseph Kabila wel oren hebben naar deze voorstellen, maar van een overeenkomst zou evenwel nog geen sprake zijn. De moelijkheid van de denkoefening zou gedeeltelijk het uitstel verklaren van de reis van president Sarkozy naar Kinshasa. Hoewel deze was aanvankelijk voorzien was voor eind januari, zal ze nu pas plaatsvinden in maart. In eigen land wordt de Franse benadering van de problematiek verwelkomt als een grote vernieuwing, aangezien de internationale gemeenschap zich tot op vandaag voornamelijk concentreerde op de tekortkomingen van de Monuc, de VN-troepenmacht in de DRC. De Congolezen zelf zien echter weinig heil in het Franse voorstel en beschouwen het als het zoveelste bewijs van buitenlandse inmenging.

De door de Fransen beoogde herstructurering, herverdeling en buitenlandse organisatie zien de Congolezen niet zitten. De herstructurering roept immers herinneringen op aan enerzijds de conferentie van Berlijn in 1885, waar de Europese grootmachten de grenzen vastlegden van hun Afrikaanse kolonies. Anderzijds doet het denken aan het zogenaamde “Plan Cohen”, dat voorzag in de economische aansluiting van Kivu bij Rwanda, Oeganda, Tanzania, Kenia en Burundi, teneinde een gemeenschappelijke markte op te richten. Sarkozy gaat echter nog verder met zijn voorstel om de ruimte en natuurlijke rijkdommen van de regio te herverdelen. Vanuit Congolees perspectief is dit dus niet meer dan de ‘balkanisering’ van de DRC louter om economische redenen. Bovendien doet veel vermoeden dat het plan beïnvloed is door een gemakkelijk te raden lobby.

Vanuit Congolees perspectief wordt echter gereageerd dat de omvang van hun land, noch dat van de buurlanden, geen reden mag zijn voor een vrijgevigheid waar, naar alle waarschijnlijkheid, niets tegenover geplaatst zal worden. Bovendien bestaat reeds een gedeelde ruimte met Rwanda in de Economische Gemeenschap van de Landen van de Grote Meren (EGLGM) en de Internationale Conferentie van de regio van de Grote Meren (ICRGM). Organisaties die, nota bene, bestaan bij gratie van Europese landen, waaronder Frankrijk.

Dit gezegd zijnde, moeten deze voorstellen in een sfeer van sereniteit en maturiteit door het Congolese volk, en vooral door haar overheid goed worden geanalyseerd. Ze lijken samen te komen in één doelstelling: de balkanisering van de DRC. En wanneer de Franse president spreekt van een “buitenlandse organisatie”, is dit geenszins een gelukwens aan het adres van het Congolese volk, noch aan dat van de Congolese politieke klasse. Het is misschien een waarheid, maar tegelijkertijd een ware onverschilligheid.