Staatsveiligheid luistert steeds meer communicatie af

De Staatsveiligheid heeft vorig jaar in 81 gevallen tapmaatregelen aangewend – ruim zeven keer zoveel als in 2011. Dat staat in het ‘Activiteitenverslag 2013’ van het Comité I, dat in opdracht van het parlement de Belgische geheime diensten controleert.

In 2013 hebben de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV in 1378 gevallen een beroep gedaan op “bijzondere inlichtingenmethoden” (BIM) – zoals onder meer afluisteren en e-mails onderscheppen. Bij de Staatsveiligheid ging het om 1224 gevallen, bij de ADIV om 154 gevallen.

CC A. Strakey BY ND 2.0

Voor alle duidelijkheid: de Belgische inlichtingendiensten gebruiken meer geavanceerde methodes dan de man op deze foto.

De meest gebruikte methode was het ‘kennisnemen van identificatiegegevens van elektronisch communicatieverkeer, het vorderen van de medewerking van een operator of de rechtstreekse toegang tot gegevensbestanden’. Die methode werd door de ADIV 66 keer aangewend en door de Staatsveiligheid 613 keer. Dat is dus meer dan de helft van alle ingezette bijzondere inlichtingenmethoden.

Syriëstrijders

De Staatsveiligheid was van mening dat in 84 procent van de gevallen alle beoogde doelstellingen waren bereikt.

Wanneer de Belgische inlichtingendiensten aan de zogenaamde BIM-commissie toestemming vragen om bijzondere methoden in te zetten, geven ze daarbij aan welke bedreiging wordt geviseerd. Bij de militaire inlichtingendienst bleef spionage de eerste prioriteit in 2013 (in 157 gevallen), gevolgd door extremisme (42) en criminele organisaties (28). Ter info: één methode kan gericht zijn tegen meerdere dreigingen.

Bij de Staatsveiligheid ziet het plaatje er enigszins anders uit: terrorisme en radicaliseringsproces staan met stip op nummer één (1086 gevallen), gevolgd door extremisme (602) en spionage (561). Zonder twijfel speelt hierin het dossier-Syriëstrijders een belangrijke rol.

‘Opvallende stijging van het aantal tapmaatregelen’

CC Julie anne Johnson BY 2.0

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de Belgische inlichtingendiensten een pak meer bijzondere inlichtingenmethodes hebben ingezet dan in de voorgaande jaren: 1378 in 2013 versus 848 in 2012 en 831 in 2011. Het Comité I geeft echter aan dat het sinds 2013 één welbepaalde bijzondere methode – de kennisname van identificatiegegevens van elektronisch communicatieverkeer – op een andere manier telt dan voorheen. Daardoor is het moeilijk om globale cijfers te vergelijken.

‘De op het eerste gezicht uitgesproken stijging moet dus worden genuanceerd’, aldus het Comité I. ‘Op basis van de telling zoals die gevoerd werd in de voorgaande jaren zou 2013 slechts 960 methoden hebben geteld. Er werden dus ten opzichte van 2012 ongeveer 13 procent meer BIM-methoden ingezet.’

Wel geeft het Comité I zelf aan dat bij zowel de Staatsveiligheid als de ADIV het aantal observaties (betreden van en observeren op of in publiek toegankelijke plaatsen met een technisch middel) en lokalisaties (kennisneming van lokalisatiegegevens van elektronisch communicatieverkeer) ‘sterk is toegenomen’.

Een andere trend die het Comité I signaleert, is de ‘opvallende stijging van het aantal tapmaatregelen’ door de Staatsveiligheid (het afluisteren, kennisnemen en opnemen van communicaties): van 11 in 2011 over 50 in 2012 naar 81 in 2013. Bij de ADIV ging het respectievelijk om 2 (2011), 14 (2012) en 17 (2013) taps.

Levert al dat afluisteren ook iets op?

Een Belgische inlichtingendienst riep de hulp in van drie buitenlandse inlichtingenagenten om een toestel uit een wagen te verwijderen.

Pas sinds 2010 kunnen de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst een beroep doen op de BIM-wet. Het Comité I heeft nu getracht een zicht te krijgen op het nut van de ingezette inlichtingenmethoden. Dat gebeurde enerzijds door de diensten zelf te vragen hoe effectief de methoden zijn (het ging meer concreet om 283 methoden uit de periode september 2010-december 2012), anderzijds door vier omvangrijke casussen diepgaand te analyseren.

De Staatsveiligheid was van mening dat in 84 procent van de gevallen alle beoogde doelstellingen waren bereikt, de ADIV sprak van 72 procent.

Daarnaast analyseerde het Comité I zelf 160 methoden die op vier targets – een persoon of een organisatie – werden toegepast. ‘De eerste target was in totaal 18 maal het voorwerp van een BIM-methode’, aldus het Comité I. ‘Dat leverde informatie op die met “gewone” inlichtingenmethoden niet kon worden verkregen.’

Ook in een tweede casus – een organisatie waarop 47 bijzonderen inlichtingenmethoden zijn  toegepast – werden ‘globaal genomen’ de vooropgestelde doelstellingen bereikt.

In een derde casus zijn 79 BIM-methoden toegepast. Desondanks werd volgens het Comité I de informatiepositie van de betrokken dienst niet in grote mate versterkt.

In de laatste casus die het Comité I diepgaander onderzocht, werden 16 BIM-methoden ingezet ten aanzien van een bepaalde organisatie. Resultaat? ‘De observaties en de analyse van de financiële gegevens hebben zeker bijgedragen tot de realisatie van het vooropgestelde doel.’

Samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten

De BIM-wet laat de Staatsveiligheid toe de hulp van andere personen in te roepen.

Interessant is dat het Activiteitenverslag 2013 van het Comité I ook inzicht geeft in de samenwerking – op Belgisch grondgebied – tussen de eigen inlichtingendiensten en bevriende buitenlandse geheime diensten. De BIM-wet laat de Staatsveiligheid en de ADIV immers toe om de hulp of bijstand van andere personen in te roepen – zolang Belgische inlichtingenagenten maar de directe controle over de methode behouden.

In één dossier wenste een Belgische inlichtingendienst een observatie te houden in een private plaats. De methode zou uitgevoerd worden door een agent van een buitenlandse inlichtingendienst en een particulier. Aangezien de Belgische inlichtingendienst echter niet de directe controle over de methode had, werd de methode stopgezet.

Nog interessanter is een ander dossier dat het Comité I in zijn activiteitenverslag bespreekt:  een Belgische inlichtingendienst ‘riep de hulp in van drie buitenlandse inlichtingenagenten om een toestel uit een wagen te verwijderen. Dat toestel was via een eerdere methode geplaatst. Aangezien er slechts bijstand werd verleend door de buitenlandse agenten die over de nuttige technische ervaring beschikten en de eigen agenten dus de directe controle bewaarden, was de methode wettelijk.’

CC zinetv BY NC ND 2.0

 

Beschermde beroepscategorieën

De BIM-wet voorziet een bijkomende bescherming voor advocaten, artsen en beroepsjournalisten waartegen bijzondere inlichtingenmethodes worden aangewend. In 2013 deed de ADIV dat in twee gevallen, de Staatsveiligheid in tien gevallen. Daarbij ging het – aldus goedgeïnformeerde bronnen – voornamelijk om buitenlandse journalisten.

Volgens het Comité I besliste een inlichtingendienst in drie dossiers om een uitzonderlijke methode aan te wenden ten aanzien van een advocaat ‘die als dusdanig actief is in een niet-EU-land maar op het ogenblik van de aanwending van de methoden in België aanwezig was’.

Het Comité I was echter van oordeel dat de bijkomende bescherming die de BIM-wet voorziet ‘niet van toepassing kan zijn op de betrokkene die “het beroep van advocaat in België niet kan uitvoeren, noch de titel van advocaat dragen”.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3049   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift