‘Te snelle beslissingen dreigen minderheden opnieuw te benadelen.'

Syrisch middenveld waarschuwt voor gevaar overhaaste heropbouw

Josse Abrahams

Hozan Ibrahim & Rouba Mhaisssen

Op 24 en 25 april vindt in Brussel een conferentie plaats over de toekomst en de heropbouw van Syrië, onder VN- en EU-vleugels. Het land wordt al acht jaar in een wurggreep gehouden door een burgeroorlog met geopolitieke belangen. Naar aanleiding van de bijeenkomst uitten een aantal Syrische middenveldorganisaties, te gast bij 11.11.11, alvast hun visie voor de toekomst.

Hozan Ibrahim, van het onderzoeksplatform Citizens for Syria, verwijst naar de grote boodschap van de vorige editie van de conferentie in 2017. Vorig jaar werd reeds gesteld dat er geen sprake kan zijn van reconstructie zonder een duurzame politieke oplossing.  ‘We zijn nu een jaar verder en we zien dat het geweld en de verwoesting nog steeds bezig zijn’, vertelt Ibrahim. ‘Er ontstaat een vicieuze cirkel van mensen die vluchten voor het geweld, zich ergens settelen en een paar jaar later opnieuw moeten vluchten.’  

In de gebieden onder controle van het regime worden middenveldorganisaties bovendien zwaar beperkt in hun manoeuvreerruimte. Het regime laat enkel liefdadigheidsorganisaties toe en ontwortelt op die manier de bloei van een gezond sociaal weefsel. Beleidsondersteunend werk is daarbij uit den boze, enkel hoogstnoodzakelijke humanitaire hulp is toegestaan. Ibrahim verwacht daarbij van Europa meer dan enkel financiering: ‘Een langetermijnstrategie waarbij de Europese Unie inzet op partnerschappen met organisaties die onze gemeenschappelijke waarden onderschrijven, kan leiden tot een duurzame oplossing.’

‘Na acht jaar oorlog is ontwikkeling zeker aan de orde, al moet dit samengaan met het besef dat de oorlog nog niet voorbij is’

Ook Rouba Mhaisssen, van SAWA for Development and Aid, een middenveldinitiatief dat Syrische vluchtelingen in Libanon ondersteunt, beklemtoont dat heropbouw zinloos is zolang het geweld aanhoudt. ‘Na acht jaar oorlog is ontwikkeling zeker aan de orde, al moet dit samengaan met het besef dat de oorlog nog niet voorbij is’, zegt ze.  ‘Wanneer men spreekt over politieke transitie is de vraag over wélke politieke transitie het dan moet gaan cruciaal.’ Het vertrouwen tussen de gemeenschappen moet opnieuw hersteld worden. Ook het vraagstuk van verantwoordelijkheid mag niet vermeden worden.

‘In Irak, Afghanistan maar ook Palestina leidde een zwak staatsapparaat en de afwezigheid van sociale actoren tot een NGO-isering van het middenveld’, werpt Mhaisssen op. Er ontstond een situatie waarbij westerse hulporganisaties de plak zwaaien en lokale gemeenschappen geen inspraak kregen. Om dit te vermijden is verankering van het middenveld in lokale gemeenschappen broodnodig. Aan de andere kant stelt ze dat we moeten nadenken of we op technische aspecten willen samen werken met het regime. Zolang geen politieke oplossing in zicht is, bereikt hulp enkel goed toegankelijke gebieden.

Een ander heikel punt dat Mhaisssen aanhaalt is dat heropbouw de oorspronkelijke inwoners ten goede moet komen. Met meer dan zes miljoen intern ontheemden is dit een gegrond bezwaar. ‘Wanneer men te vroeg begint met heropbouw, is het mogelijk dat minderheden opnieuw de dupe worden’, onderstreept ze.

Ondanks het waarschijnlijke overwinningsscenario van Assad blijft Mhaisssen hoopvol: ‘De revolutie zoals we ze zagen in 2011 mag dan dood zijn, we kunnen haar herdefiniëren binnen een nieuwe context. Op die manier kunnen we haar waarden verankeren in het sociale weefsel van een naoorlogs Syrië.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift