Van de uitvinding van de wilde tot avontuurlijk reizen

Tot 1960 was het een gangbare praktijk om “wilden” tentoon te stellen in menselijke dierentuinen en exhibities tot vermaak en educatie voor de westerse mens. Vandaag verwachten we dezelfde exotische “authenticiteit” als we verre reizen maken. De “Andere” mag geen jeans dragen.

  • © Groupe de recherche Achac © Groupe de recherche Achac
  • © Groupe de recherche Achac © Groupe de recherche Achac
  • © MO/Daan Nicolay Lilian Thuram © MO/Daan Nicolay
  • © MO/Daan Nicolay Pascal Blanchard © MO/Daan Nicolay
  • © Fondation Lilian Thuram Een wereldkaart die onze denkbeelden in vraag moet stellen © Fondation Lilian Thuram
  • © Groupe de recherche Achac De wereldtentoonstelling van 1905 in Luik © Groupe de recherche Achac

De tentoonstelling Menselijke Dierentuinen – De uitvinding van de wilde, die onder andere al in Frankrijk, Duitsland, Californië, Guyana en Ivoorkust gestaan heeft, is een initiatief van de onderzoeksgroep Achac - die onderzoek doet naar (post-)kolonialisme - en de Fondation Lilian Thuram, opgericht door de Franse ex-voetballer, die educatieprogramma’s opzet om te laten zien dat racisme een culturele constructie is en niet aangeboren.

De tentoonstelling is vooral opgebouwd rond promotiemateriaal van de shows en laat zien hoe wijdverspreid dit fenomeen wel was. Met deze tentoonstelling hopen de initiatiefnemers om ‘de oorsprong en de ontstaansprocessen van discriminatie te begrijpen’.

© MO/Daan Nicolay

Lilian Thuram

Lilian Thuram: ‘Met de Fondation Lilian Thuram, proberen we denkbeelden te deconstrueren, hoe we geconditioneerd zijn om te denken dat we superieur zijn. We hebben een dominante reflex, die aanwezig is in onze blik. Het exotische bestaat slechts wanneer wij het zien.’

Het collectieve onderbewustzijn

De menselijke dierentuinen, die hun hoogtepunt kenden in de 19e en het begin van de 20e eeuw, waren voor vele miljoenen Europeanen, Amerikanen en Japanners de enige mogelijkheid om te ontdekken hoe de volkeren uit hun kolonies en overzeese gebieden eruitzagen. Deze opvoeringen kwamen voor in rondreizende circussen, freak shows, maar ook in grote tentoonstellingen zoals de wereldexpo’s.

‘Door hen zo tentoon te stellen, werd duidelijk dat er geen gelijkwaardigheid was tussen de kolonisatoren en de gekoloniseerde volkeren.’

Deze shows waren bijzonder populair en maakten van mensen als Saartjie Baartman, de Hottentot-Venus, ware beroemdheden. Tussen 1492, toen met de ontdekking van Amerika de fascinatie voor vreemde volkeren op gang kwam, en 1960 kwamen anderhalf miljard bezoekers om ongeveer 35.000 “wilden” te zien. De bezoekers waren gefascineerd door de exotische toestanden en konden zo als het ware in eigen land op reis naar Afrika of Azië gaan.

Thuram: ‘Mensen in Europa zagen voor het eerst gekleurde mensen, uit Amerika, Azië en Oceanië, op dit soort tentoonstellingen die geen twijfel lieten dat “zij” anders zijn, en dat “wij” superieur zijn. Dat verklaart het racisme dat we vandaag ook zien.’

Deze exposities vormden mee het collectieve onderbewustzijn over de blanke superioriteit tegenover andere volkeren. Door hen zo tentoon te stellen werd duidelijk dat er geen gelijkwaardigheid was tussen de kolonisatoren en de gekoloniseerde volkeren.

Het opvoeren van deze mensen als wilden en primitieven werd zo een legitimatie voor de kolonisatieprojecten over heel de wereld. Zulke achtergestelde volkeren hadden er alleen maar baat bij dat ze geciviliseerd werden door meer ontwikkelde landen.

Zo werden op de Taisho exhibitie van 1914 in Tokyo Koreaanse kannibalen opgevoerd, als legitimatie voor de kolonisering van het schiereiland door Japan.

© Groupe de recherche Achac

De wereldtentoonstelling van 1905 in Luik

Plezier en educatie

Deze opvoeringen gaven echter geen realistisch beeld van de ander, maar waren vooral symptomatisch voor de westerse blik op de wereld, een blik van macht. De ware leefomstandigheden werden niet getoond, eerder een geromantiseerd beeld van hoe de westerling de ‘wilden’ verwachtte te zien.

Zo blijken de in 1852 tentoongestelde “wilden van Borneo” in werkelijkheid de Davis-broers uit Ohio en worden Afrikanen in steeds wisselende setting geportretteerd, de ene keer als Congolezen, dan weer als Ivorianen of afkomstig uit Senegal.

Het fenomeen van de menselijke dierentuinen is dan ook een typisch voorbeeld van wat Edward Saïd in 1978 als oriëntalisme definieerde. De ander werd hier niet opgevoerd als een volwaardig menselijk individu, maar werd, vaak tegen zijn wil, gereduceerd tot een Andere. Door hem als vreemd aan ons voor te stellen, geeft hij aanleiding om ons een eigen, superieure identiteit aan te meten, verschillend van de zijne.

‘Sinds het verschijnen van de evolutietheorie van Charles Darwin werden Afrikanen en Aziaten ook vaak opgevoerd als de ‘missing link’ tussen mensen en dieren’

Door mensen als anderen, freaks, beestachtig voor te stellen, worden racistische vooroordelen ingeprent. We krijgen niet-blanken te zien als de ander, die minder dan ons is, enkel goed om tentoongesteld te worden.

Wij kijken naar hen, de ander, als een object voor ons, in plaats van als mens. De ander wordt gecreëerd. Niet om als gelijke te benaderen, maar om als object in onze leefwereld te zien, vrij voor ons om mee te doen wat we willen, voor ons plezier, onze “educatie”.

Het opvoeren van andere volkeren had ook een wetenschappelijk doel. Het diende om rassentheorieën te onderbouwen en aan de hand van de schedel uitspraken te doen over aangeboren intelligentie en moraliteit te doen.

Sinds het verschijnen van de evolutietheorie van Charles Darwin werden Afrikanen en Aziaten ook vaak opgevoerd als de “missing link” tussen mensen en dieren, zoals Krao Farini, een Laotiaanse vrouw die aan hypertrichose, of overbeharing, leed.

Belgisch-Congo

Speciaal voor de tentoonstelling in Luik is een Belgisch luik toegevoegd aan de al bestaande tentoonstelling. Tussen 1885 en 1958 waren er in België elf tentoonstelling waarin “wilden” en “exotische volkeren” werden opgevoerd. Hier werden vaak Congolezen opgevoerd om aan het publiek te laten zien hoe de Belgische kolonie er uitzag.

De meest ambitieuze van deze tentoonstellingen was de koloniale tentoonstelling in Tervuren, waar verschillende Congolese bevolkingsgroepen getoond werden. Met 1,2 miljoen toeschouwers was deze tentoonstelling zo succesvol dat het paviljoen nadien werd omgevormd tot het Congo museum, wat nu het koninklijk museum voor Midden-Afrika is.

Maar ook al voordat Congo eigendom van Leopold II werd, waren er menselijke dierentuinen in België die Aboriginals en Zuid-Amerikaanse indianen aan het publiek toonden.

© Groupe de recherche Achac

Toerisme en vooroordelen

Hoewel het fenomeen in de tweede helft van de 20e eeuw langzaam verdween, bestaat het nog steeds in hedendaagse vormen. Zo werden in 2002 nog Bakapygmeeën tentoongesteld in park Rainforest in het Belgische Yvoir, en bestaat er in de Chinese stad Kunming een themapark met dwergen die in stenen paddenstoelen wonen.

Volgens Pascal Blanchard van de onderzoeksgroep Achac ligt dit volledig in de lijn van de menselijke dierentuinen. ‘Het zit op dezelfde lijn met de freak shows en de etnische shows. Het is voor toeristen, om zich te ontspannen, te amuseren, een filmpje op het internet te zetten.’

De toeristische sector van vandaag zit nog vol met dat soort voorbeelden, aldus Blanchard. ‘In het land van de Masai zijn bijvoorbeeld dorpjes van hoe mensen honderd jaar geleden leefden. En in Noord-Thailand betalen toeristen om zogenaamde giraffe-vrouwen te zien, met ringen om hun hals die daardoor kunstmatig uitgerekt werd.’

‘We betalen om iets vreemds te zien. Het mag niet corresponderen aan de realiteit van hoe de mensen nu leven.’

‘Als toeristen willen zien hoe andere mensen leven, is daar geen probleem mee. Maar we betalen om iets vreemds te zien. Het mag niet corresponderen aan de realiteit van hoe de mensen nu leven. Nee, men maakt de dorpen voor de toeristen die een soort ontdekking van de wilde wereld willen zien.’

De paradox is dat we ‘authentieke’ volkeren willen zien met als gevolg dat er een wereld voor de toerist word gecreëerd, zoals de giraffe-vrouwen in Thailand, een gebruik dat een paar decennia geleden bijna uitgestorven was, maar voor toeristen nieuw leven werd ingeblazen.

‘Een toerist die vierduizend euro betaalt om een reis te maken die een beetje spannend en exotisch is, wil geen mensen met petjes zien, hij wil het “echte exotische” zien. Men maakt het andere, een vorm van decorum die moet beantwoorden aan de verwachtingen van de bezoeker en de toeristen’, aldus Blanchard.

© MO/Daan Nicolay

Pascal Blanchard

De erfenis van de menselijke dierentuinen in onze collectieve verbeelding is zo groot dat we nog steeds een geromantiseerd beeld willen zien dat onze vooroordelen bevestigt. Een toerist is niet geïnteresseerd in de lokale bevolking die net zo goed sportschoenen en t-shirts draagt. We willen traditionele kledij zien, rituelen die de mensen niet per se nog uitvoeren.

Het gaat uit van het idee dat er een soort essentie aan die culturen is, los van de invloed die er al jaren door globalisering en vooruitgang op inwerkt. Masai moeten rode gewaden dragen en rondspringen. De vrouwen in Noord-Thailand moeten ringen rond hun hals dragen.

Lilian Thuram: ‘We moeten mensen laten begrijpen dat we opgesloten zitten in categorieën, dat we het resultaat zijn van een geschiedenis. Als we die mechanismen niet begrijpen, zijn ze moeilijker teniet te doen. Als we meer gelijkheid in de samenleving willen, moeten we begrijpen waarom en hoe bepaalde ongelijkheden ontstaan zijn.’

De tentoonstelling “Menselijke dierentuinen. De uitvinding van de wilde” loopt nog tot 23 december in La Cité Miroir in Luik. Meer info: www.zooshumains.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift