Terreurdreiging: Comité I evalueert Belgisch veiligheidsapparaat

In de tweede helft van februari zal het Comité I een eerste tussentijds verslag overmaken aan het parlement over de informatieposities van de Staatsveiligheid en militaire inlichtingendienst ADIV in het dossier-Syriëstrijders. Ook zijn onderzoeken opgestart rond radicalisering in de gevangenissen en de zogenaamde Joint Information Box van antiterreurorgaan OCAD.

  • © Belga / Nicolas Maeterlinck Nieuw in het Belgische straatbeeld: militairen in gevechtsuitrusting. © Belga / Nicolas Maeterlinck

Hebben de Belgische inlichtingendiensten een kijk op de rekruterings- en vertrekfase, op de activiteiten van de Syriëstrijders ter plekke, en op het reilen en zeilen van de returnees? Die vragen wil het Comité I — dat in opdracht van het parlement de Belgische inlichtingendiensten controleert – in zijn onderzoek beantwoorden.

Wat zijn de sterke en zwakke punten van de aanpak? Loopt het perfect of zijn er nog complicaties – denk aan een gebrek aan middelen, personeel, technologie; juridische uitdagingen; de uitwisseling van informatie met buitenlandse inlichtingendiensten; enzovoort.

In het verleden voerde het Comité I ook al onderzoeken naar de manier waarop de inlichtingendiensten aandacht hadden voor extremistische en terroristische islamistische activiteiten (2001) en naar de opvolging van het radicaal islamisme door de inlichtingendiensten (2006-2007).

Verschillende goedgeïnformeerde bronnen uit de wereld van politie- en inlichtingendiensten bevestigen dat de samenwerking met en tussen de Belgische inlichtingendiensten in het Syriëstrijders-dossier goed verloopt. De recente verijdeling van een terreuraanslag in België onderschrijft die getuigenissen. 

Gevangenissen

In de actualiteit rond Charlie Hebdo en de verijdelde aanslag in België is herhaaldelijk het belang benadrukt van de strijd tegen radicalisering in gevangenissen. De federale regering kondigde afgelopen vrijdag dan ook aan dat gevangenen die een risico vormen inzake terreur – of een radicaliserende invloed uitoefenen op andere gevangenen – voortaan in een devisie in het noorden en een in het zuiden van het land geïsoleerd kunnen worden.

Het Comité I op zijn beurt heeft in december 2014 een onderzoek opgestart naar het samenwerkingsprotocol dat de Staatsveiligheid en het Directoraat-generaal Penitentiare Instellingen (DG EPI) in 2006 hebben afgesloten. Daarin werd de uitwisseling van gegevens geregeld. Op een parlementaire vraag van Martine Taelman (Open VLD) antwoordde toenmalig minister van Justitie Annemie Turtelboom in januari 2014 dat de samenwerking ‘voorbeeldig’ verloopt.

Joint Information Box

Sinds 2009 is het vertrouwen langzaam maar zeker gegroeid; dit resulteerde in een toename van namen in de Joint Information Box.

In een gezamenlijke vergadering eind 2012 beslisten de Comités I en P een toezichtonderzoek te openen naar de manier waarop het OCAD (Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging) de informatie, opgeslagen in de Joint Information Box (JIB) beheert, analyseert en verspreidt. In 2013 werden door de Enquêtediensten P en I diverse onderzoekverrichtingen gesteld en een eerste syntheserapport opgesteld. In de lente van 2015 zullen de resultaten worden overgemaakt aan het parlement.

De oprichting van een zogenaamde Joint Information Box (JIB) vormde het speerpunt van het Actieplan Radicalisme uit 2005. Het gaat om een werkbestand ingeplant bij het OCAD met als doel de ‘structurele verzameling van informatie over entiteiten die in het kader van het Actieplan Radicalisme worden opgevolgd’.

In mensentaal: in die Joint Information Box komen de namen van personen of organisaties terecht waarover bij de inlichtingendiensten een gedeelde bezorgdheid bestaat.

De beslissing om een naam in die JIB op te nemen, wordt bij consensus genomen door de zogenaamde National Task Force. Daarin hebben onder meer het OCAD, de Staatsveiligheid, de ADIV, de federale en de lokale politie, Buitenlandse Zaken en de Dienst Vreemdelingenzaken zitting. Zij bespreken de laatste trends binnen de zeven aandachtspunten (gevangenissen, internet…) van het Actieplan Radicalisme. Eens een naam in de JIB staat, wordt die meteen een focus voor alle diensten, die vervolgens met elkaar informatie moeten delen over de persoon of organisatie in kwestie.

Tot 2008 draaide het systeem absoluut niet. Zelfs tegen het in de JIB opnemen van Nizar Trabelsi maakte een bepaalde dienst bezwaar. Gevolg: eind 2008 bevatte de JIB amper vijftien namen – belachelijk weinig uiteraard. Sinds 2009 is het vertrouwen langzaam maar zeker gegroeid; die positieve dynamiek resulteerde in een toename van namen in de JIB. Vooral in 2011 en 2012 is een aanzienlijk aantal namen toegevoegd. Het gaat om groeperingen en individuen die als ‘radicaliserende vector’ werken, met een klemtoon op het radicale islamisme, een klein segment van het gewelddadig anarchisme en extreem-rechts.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur