Thaise opstandelingen gebruiken landmijnen

Pawyi Lee (CC0)

 

Separatistische opstandelingen hebben landmijnen gebruikt tegen arbeiders op rubberplantages in het zuiden van Thailand, meldt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW). De acties ontwrichten het leven in de zuidelijke grensprovincies.

Volgens HRW zijn etnische Maleise moslimopstandelingen, gelieerd aan de separatistische beweging Barisan Revolusi Nasional (BRN), verantwoordelijk voor het geweld.

Op 2 juli liep een boeddhistische rubberwerker in het district Krong Penang in de provincie Yala op een landmijn die naar verluidt gelegd zou zijn door opstandelingen. Hij verloor zijn voet. Twee andere etnische Thaise boeddhisten raakten eind juni en begin juli ernstig gewond door landmijnen in de districten Yaha en Muang.

Verbod op landmijnen

“Voor het leggen van landmijnen op rubberplantages en op paden die gebruikt worden door dorpsbewoners, heb ik geen woorden”, zegt Brad Adams, Azië-directeur bij HRW. “Het is ongelooflijk wreed. Opstandelingen moeten stoppen met deze onwettige wapens en de landmijnen die ze al gelegd hebben, opruimen.”

Thailand heeft in 1998 het Mine Ban Treaty, het internationale verbod op gebruik, productie en opslag van landmijnen, geratificeerd. Landmijnen zijn verboden omdat ze geen onderscheid kunnen maken tussen burgers en strijders en omdat ze nog jaren nadat ze gelegd zijn slachtoffers maken.

In de meeste gevallen waren de slachtoffers etnische Thaise boeddhisten en etnische Maleise moslims

De opstandelingen vinden dat de etnische Thaise boeddhisten niet thuis horen in de zuidelijke grensprovincies. Sinds de aanvallen van opstandelingen escaleerden in januari 2004, heeft HRW diverse schendingen van het oorlogsrecht gedocumenteerd. In de meeste gevallen waren de slachtoffers etnische Thaise boeddhisten en etnische Maleise moslims in de provincies Pattani, Yala, Narathiwat en Songkhla.

De meest zichtbare impact daarvan is de vlucht van Thaise boeddhisten uit dorpen waar ze generaties lang samenleefden met Maleise moslims. Plantages zijn er verlaten.

Hoewel de opstandelingen hard aangepakt worden door veiligheidstroepen van de overheid, houden ze stand in honderden dorpen. De opstandelingen wijzen op het geweld van overheidstroepen als rechtvaardiging voor hun geweld en gebruiken dat als rekruteringstactiek voor nieuwe leden.

Vergeldingsaanvallen

De Thaise overheidstroepen en milities voerden vergeldingsaanvallen uit die volgens HRW een schending zijn van het oorlogsrecht. “De overheid moet reageren op het gebruik van landmijnen en andere wrede aanvallen op burgers door de wet te handhaven, een einde te maken aan misbruik door veiligheidstroepen en iets te doen aan oud zeer dat in de Maleise moslimgemeenschap leeft”, zegt Adams. “Als de regering zijn troepen in bescherming blijft nemen en niet aansprakelijk houdt, wakkert dat het geweld alleen maar verder aan.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift