Wereldwijd vallen kinderen uit de boot door hun thuissituatie en een beperkte toegang tot media

Scholen gaan weer open, Unicef waarschuwt: ‘Wij vrezen dat de wereldwijde leercrisis alleen maar erger wordt’

UNICEF Ethiopia (CC BY-NC-ND 2.0)

Na een periode van lockdown keren vele landen terug naar ‘normaal’. Dat betekent ook dat kinderen na een periode van thuisonderwijs weer op de schoolbanken zitten. Hoe verliep die periode wereldwijd, wat waren de problemen en wat kunnen wij ervan leren? Samen met Charlotte Van Calster, onderwijsmedewerker bij Unicef, maakt MO* de balans op.

‘De onderwijscrisis is een heel complex probleem, zeker als je het op een globaal niveau bekijkt’, vertelt Unicef-onderwijsmedewerker Charlotte Van Calster. Wereldwijd is er al langer sprake van een onderwijscrisis waarbij elk land andere problemen ervaart die een aparte aanpak vereisen. Dat was niet anders tijdens de lockdown. Toch is één rode draad zichtbaar: ongelijke toegang tot (digitale) media en een moeilijke thuissituatie.

Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot technologie en apparatuur afstandsleren mogelijk maken. Toegangsproblemen hebben te maken met het al dan niet hebben van internet, elektriciteit en een televisie, radio of persoonlijke laptop. Problemen die van kind tot kind en van land tot land verschillen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Al voor het coronavirus zich verspreidde, was er een grote ongelijkheid in de toegang tot onderwijs. Volgens Unicef werd bijna een derde van de jongeren wereldwijd al digitaal uitgesloten. Nu scholen noodgedwongen afstandsleren moesten introduceren, werden digitaal leren en andere technologieën massaal ingezet. ‘Wij vrezen dat daardoor de wereldwijde leercrisis alleen maar erger wordt.’

Wereldwijde ongelijkheid in toegang tot media

Wereldwijd introduceerde twee derde van de landen volgens Unicef een nationaal platform voor afstandsonderwijs. Maar Unicef merkte op dat slechts dertig procent van de lage-inkomenslanden dat deden.

In 71 van de 127 landen die aan Unicef rapporteerden, heeft minder dan de helft van de bevolking toegang tot internet. In vele Afrikaanse landen is dat zelfs minder dan een kwart. Toch kiest 73 procent van de rapporterende regeringen ervoor om het onderwijs via online platforms verder te zetten.

Televisie werd door de meeste landen (75 procent van de landen) aangewend als middel voor afstandsonderwijs. Maar ook daarbij geldt dat niet alle huishoudens een televisie bezitten. Vooral in Europa en Centraal-Azië werd televisie vaak gebruikt voor afstandsleren. De kloof in televisiebezit is volgens Unicef vooral groot tussen kinderen die in stedelijke gebieden wonen en kinderen die op het platteland wonen. Zo hebben kinderen in stedelijke gebieden twee keer zoveel kans toegang tot een televisie te hebben dan kinderen op het platteland.

Naast internet en televisie gebruikte 60 procent van de rapporterende regeringen radio om kinderen te onderwijzen. Het radiobezit hangt af van regio tot regio en verschilt zelfs binnen verschillende regio’s. Zo ligt het radiobezit in Zuid-Azië lager dan dat in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.

In 28 van de rapporterende landen is het verschil in elektriciteitstoegang tussen arm en rijk gigantisch.

Ook de toegang tot elektriciteit belemmert voor vele kinderen de voortzetting van het leren. Volgens Unicef werkt het al dan niet aangesloten zijn op elektriciteit de ongelijkheid tussen arm en rijk in de hand. De middelen die aangewend worden om onderwijs te blijven voorzien tijdens de lockdown vereisen bijna allemaal elektriciteit. In 28 van de rapporterende landen is het verschil in elektriciteitstoegang tussen arm en rijk gigantisch. 65 procent van de armen hebben daar toegang tot elektriciteit in vergelijking met 98 procent van de rijkste huishoudens.

Thuisonderwijs in Ivoorkust zoveel mogelijk aangepast aan de context van elk kind

In Ivoorkust zette Unicef zich samen met de overheid in om met het afstandsonderwijs zoveel mogelijk kinderen te bereiken. Zowel digitaal onderwijs als de publieke zenders van radio en televisie en telefonie werden ingezet om zoveel mogelijk leerlingen van de examenklassen van onderwijs te blijven voorzien.

‘We hebben ons zo georganiseerd dat de opties aangepast waren aan de context van elk kind’, vertelt verantwoordelijke voor onderwijs bij Unicef in Ivoorkust Patricia Safi Lombo. Voor kinderen die geen toegang tot een televisie of radio hadden, was er volgens Patricia Safi Lombo in elk dorp een radio of televisie aanwezig.

Op sommige plaatsen waren ook leerkrachten die leerlingen in kleine groepjes opdeelden om hen zo te kunnen opvolgen. ‘Voor ons was het heel belangrijk om zoveel mogelijk kinderen toegang te geven tot onderwijs.’

Thuissituatie als doorslaggevende factor

Naast de toegang tot (digitale) media, bepaalt ook de thuissituatie het succes van het afstandsleren. Een beperkte ondersteuning thuis of klein wonen heeft een negatieve invloed op het succes van het afstandsleren. Klein wonen en een gebrek aan ruimte kunnen bijvoorbeeld nefast zijn voor de concentratie en/of ontspanning.

Daarnaast zijn heel wat kinderen afhankelijk van scholen voor hun maaltijden en gezondheids- en voedselvoorziening. Daardoor staat nu de gezondheid van zo’n 370 miljoen kinderen op het spel. Zo hebben kinderen bijvoorbeeld geen toegang tot bepaalde vaccinaties of supplementen.

Heel wat kinderen zijn afhankelijk van scholen voor gezondheids- en voedselvoorziening.

Voor kinderen die het sowieso al moeilijker hebben op school, creëert deze crisissituatie bijkomende uitdagingen. Unicef vreest dat de kans bestaat dat zij uit het schoolsysteem stappen doordat ze bijvoorbeeld de leerstof zelfstandig moeten verwerken. Zeker als deze kinderen thuis geen ondersteuning krijgen, ontstaat een riskante situatie.

Ook voor kinderen op de vlucht dreigt deze crisis zware gevolgen te hebben. Zij worden volgens Unicef sowieso al onevenredig hard getroffen door leerstoornissen. Door de schoolsluitingen dreigen ze in een penibele situatie terecht te komen doordat ze vaak geen toegang hebben tot de alternatieve manieren van onderwijs.

Taak overheid

‘Overheden hebben een zekere verantwoordelijkheid in het dichten van de onderwijskloof’, zegt Van Calster. De onderwijskloof verschilt natuurlijk van land tot land, maar Unicef geeft wel enkele globale aanbevelingen. ‘Er wordt nu wel geïnvesteerd in onderwijs en er zijn heel wat initiatieven, maar wij pleiten ervoor dat die investeringen na de crisis blijven’, zegt Charlotte Van Calster.

‘De investeringen die nu gebeuren, moeten ook na de crisis blijven.’

Unicef ziet deze crisis als een kans om het onderwijs te herdenken en zo de structurele ongelijkheid in het onderwijs aan te pakken. In het onderwijs van de toekomst moet volgens hen onder andere voorzien worden in de behoeften van kinderen in armoede, migranten en vluchtelingen. Unicef maant aan om fysiek contact boven virtueel contact te blijven plaatsen om zo te voorkomen dat ongelijkheden vergroot worden. Menselijke interactie voorkomt ook dat de privacy en vrijheid van meningsuiting van kinderen in het gedrang komen en draagt bij aan het sociale leven van kinderen.

Een les voor de toekomst

Deze crisis toont nog maar eens aan hoe belangrijk onderwijs is. Niet alleen voor de ontwikkeling van kinderen maar ook voor hun overleving. ‘Een school is meer dan alleen onderwijs’, zo klinkt het bij Unicef.

Voor veel kinderen is de school een veilige plaats waar ze soms hun enige warme maaltijd krijgen en waar geen geweld heerst. Unicef hamert op een holistische aanpak waarbij niet alleen het leeraspect gegarandeerd wordt maar ook sociale bescherming voorzien wordt. Ook de geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning moeten beschermd worden.

Daarnaast ziet Charlotte Van Calster ook potentieel in de alternatieven die nu door landen aangewend worden om onderwijs te voorzien via televisie en radio. ‘Educatieve programma’s kunnen na de coronacrisis zeker blijven bestaan om bepaalde groepen te bereiken die anders niet geschoold worden.’

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift