Braindrain in Venezuela heeft zware gevolgen voor wetenschap en onderzoek

Venezuela ziet de meeste onderzoekers vertrekken

Rodrigo Suarez CC BY-NC-ND 2.0

Studentenprotest

De braindrain in Venezuela heeft zware gevolgen voor wetenschap, technologie en onderzoek in het land. Venezuela beschikt niet langer over voldoende onderzoekers en wetenschappers. Bovendien daalt het aantal studenten in het hoger onderwijs dramatisch.

Vooral ingenieurs en mensen uit gezondheidszorg en onderwijs verlaten het land massaal. Er is geen consensus over het exacte aantal emigranten –schattingen variëren van drie tot zeven miljoen– en het is nog moeilijker om het exacte cijfer van de wetenschappelijke diaspora vast te stellen.

De reden voor deze emigratie: de verslechtering van de economische situatie. Volgens het Onderzoek naar de Levensomstandigheden (Encovi2017) van de Katholieke Andrés Bello-universiteit, de Centrale Universiteit en de Simón Bolívar-universiteit is de armoede gestegen van 48,4 procent in 2014 naar 87 procent in 2017; 61,2 procent van de gezinnen leeft in extreme armoede.

Hoog opleidingsniveau

De experts zijn het erover eens dat veel Venezolaanse emigranten een hoog opleidingsniveau hebben. “Het gaat om een aanzienlijk aantal mensen met een diploma hoger onderwijs, in verschillende richtingen, en ook onderwijzers en in mindere mate artsen”, stelt het boek El éxodo venezolano (vertaald: De Venezolaanse exodus), dat tien onderzoeken bundelt die zijn uitgevoerd in de Latijns-Amerikaanse landen met de grootste aantallen Venezolaanse migranten en ook in Spanje.

In Chili, Uruguay, Argentinië en Spanje bevinden zich de meeste hoogopgeleide Venezolanen, zegt het boek, dat is uitgegeven door de Antonio Ruíz de Montoya-universiteit (UARM) in Peru, onder auspiciën van de Internationale Organisatie voor Migratie en de Konrad Adenauer-stichting.

In Chili had 64 procent van de 85.461 Venezolaanse inwoners die zich er tot 2017 hadden geregistreerd, een diploma hoger onderwijs.

In Chili had 64 procent van de 85.461 Venezolaanse inwoners die zich er tot 2017 hadden geregistreerd, een diploma hoger onderwijs; in andere migrantengroepen schommelt dat gemiddelde rond de 32 procent.

In Argentinië laat de regering onderzoeken hoe ze dat hoge aantal hoger opgeleiden sneller op de arbeidsmarkt kan inschakelen.

Volgens een andere studie, van Jaime Requena en Carlos Caputo van het Venezolaanse Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek, was in 2014 al 13 procent van de onderzoekers die regelmatig publiceerden, geëmigreerd. Het werkelijke cijfer was wellicht dubbel zo hoog, stellen de auteurs, omdat hun studie zich enkel op de ondergrens van het kleine segment dat publiceert richtte.

Minder studenten hoger onderwijs

Venezuela slaagt er ook niet meer in talent te capteren, waarschuwen experts. Volgens het Encovi2017-onderzoek daalde de dekkingsgraad van het hoger onderwijs in één jaar tijd, tussen 2016 en 2017, van 48 naar 38 procent. In die periode stopten 2,5 miljoen jongeren tussen de 18 en 24 jaar met het volgen van lessen, slechts 426.000 jongeren – op een totaal van meer dan vier miljoen –voltooiden hun hogere studies.

Stella Spattaro gaf tot februari 2018, toen ze naar Peru emigreerde, les en was onderzoekerscoördinator aan de UPEL-universiteit. Vroeger had ze gemiddeld 25 tot 30 bachelorstudenten, maar op het eind was dat gedaald naar 3 à 4 studenten. Niemand wilde nog een master doen.

“Ik ben erin geslaagd om zeven (master)secties te openen door hen persoonlijk, één voor één, te overtuigen, door hen betalingsfaciliteiten, onderzoeksvoordelen aan te bieden. Uiteindelijk moest ik om persoonlijke redenen emigreren. Ik heb gehoord dat het inschrijvingsgeld ondertussen sterk gedaald is.”

Talentencrisis

Door de problemen verschoof het onderzoek ook naar productieve projecten, gericht op het oplossen van dagelijkse problemen, zoals het gebrek aan zeep en voedsel, “zodat de mensen het onderzoeksproces leerden en tegelijkertijd leerden omgaan met hun persoonlijke situatie”, zegt Spattaro.

“Als er geen studenten zijn, is er geen onderzoek of kennisproductie”, zegt UARM-hoogleraar José Koechlin, een van de redacteurs van het boek. “Het toont hoe ernstig de talentencrisis is: de voorwaarden om talent te laten gedijen zijn niet langer aanwezig; integendeel, onder de huidige omstandigheden is het niet langer mogelijk om kennis te produceren.”

“Er moet een plan en terugkeerbeleid komen voor academici, professionals en technici, zodat ze weer hun plaats kunnen innemen in eigen land”

“Er moet een plan en terugkeerbeleid komen, wanneer de omstandigheden dit toelaten, voor academici, professionals en technici, zodat ze weer hun plaats kunnen innemen in de academische, wetenschappelijke productie, in de ontwikkelingsinstellingen van het land.”

Ondertussen moeten de hoger opgeleiden in hun gastland aan werk zien te geraken. “De normalisering van de migratie dwingt veel professionals om andere banen aan te nemen, zelfs onder hun niveau. Ik ken kinderartsen die op de kinderen passen in een huis, en ingenieurs die opdienen in een restaurant”, zegt Spattaro, die nu aan twee universiteiten in Lima doceert.

In landen als Argentinië worden Venezolaanse diploma’s bijna onmiddellijk erkend, in Uruguay wordt het erkenningsproces voor diploma’s versneld, maar landen als Peru verlopen de bureaucratische procedures traag en zijn er bovendien andere vereisten, zoals het betalen van een bijdrage, om bepaalde beroepen te mogen oefenen.

Zoals in Europa

“Deze crisis toont dat de integratie op het vlak van onderwijs en werk niet functioneert, dat een professional niet naar een ander land kan om zich daar op een waardige manier te ontwikkelen”, zegt Koechlin.

“Er is een zeer snelle integratie op zakelijk vlak, met veel incentives voor monetair kapitaal, maar voor menselijk kapitaal bestaat dat niet. We hebben een echte Zuid-Amerikaanse integratie nodig, een educatieve ruimte, net zoals in Europa, die een wetenschappelijke massa creëert voor uitwisseling, voor hulp, voor respons.”

Ook Ildeu de Castro Moreira, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor de Bevordering van de Wetenschap, vraagt een gezamenlijke actie van de wetenschappelijke sectoren in Latijns-Amerika om deze situatie te keren, want die heeft niet alleen gevolgen voor Venezolaanse talenten maar voor de hele regio.

“De ernstige economische situatie en het gebrek aan inzicht dat wetenschappelijke en technologische ontwikkeling en innovatie essentieel zijn om uit de crisis te geraken hebben er samen met de beperkte steun aan wetenschap, technologie en innovatie door verschillende Latijns-Amerikaanse regeringen toe geleid tot veel wetenschappers, in wie de landen veel geïnvesteerd hebben, naar het buitenland gaan en jonge mensen hun beroep opgeven door een gebrek aan studiebeurzen en door een professionele devaluatie.”

Moreira noemt de situatie van de wetenschappers, docenten en studenten in Venezuela “bijzonder verontrustend”. Maar, nuanceert hij, ook in andere Latijns-Amerikaanse landen, zoals Brazilië en Argentinië, is sprake van “een braindrain, en zijn jongeren minder geneigd om voor een wetenschappelijke opleiding te kiezen en een hooggekwalificeerd beroep uit te oefenen, en gaan ze in andere, beter betaalde sectoren werken.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift