Blaast Israël Oslo-akkoorden finaal op met vernieling woonblokken?

Israël overschrijdt nieuwe grens met vernieling Palestijnse woonwijk

Rain Rannu (CC BY 2.0)

De discussies over op welk grondgebied Wadi al-Hummus nu precies ligt, gaan ook om de muur tussen Israël en Palestijnse gebieden. Die zou om praktische redenen rond het dorp zijn gebouwd waardoor het Palestijns grondgebied lijkt, maar Israël claimt dat het dorp wel binnen de stadsgrenzen van het door Israël bezette Oost-Jeruzalem ligt.

Na de vernieling van Oxfam-infrastructuur op 4 juli namen Israëlische troepen nu maandag ook een woonwijk in Oost-Jeruzalem onder handen. Die viel deels onder de bevoegdheid van de Palestijnse Autoriteit, bepaald bij de Oslo-akkoorden in 1993. Is een grens verlegd in de ondermijning van het vredesproces?

Bulldozers slopen Palestijnse woonwijk in Oost-Jeruzalem in het holst van de nacht

In de nacht van zondag op maandag zijn Israëlische troepen met bulldozers begonnen aan de afbraak van zestien wooncomplexen met honderd appartementen in de woonwijk Wadi al-Hummus in het 24.000 inwoners tellende Palestijnse dorp Sur Baher.

Honderden soldaten baanden zich een weg door prikkeldraad, bestormden de gebouwen en verjaagden families uit hun huizen, zo tweette de Palestinian Liberation Organization (PLO). Beelden circuleren van gebouwencomplexen die tot instorten gebracht worden door explosieven. Twintig mensen verloren hun huis, 350 mensen werden rechtstreeks getroffen.

Op 18 juni hadden de Israëlische autoriteiten de bewoners geïnformeerd over hun bedoeling tot sloping, na jaren discussie over de legale status van de complexen. Ze gaven Palestijnen dertig dagen voor evacuatie. Ondanks de lokale protesten en de internationale kritiek die op de aankondiging volgde, zette Israël door.

Op 4 juli verwoestte Israël ook al drie waterreservoirs, 2500 bomen en een afsluithek.

De Israëlische minister van Veiligheid Gilad Erdan gaf als voorwendsel dat de gebouwen illegaal zijn, een veiligheidsrisico inhouden en bescherming kunnen bieden aan zelfmoordterroristen. Israël stelt ook dat de huizen te dicht bij het hek tussen Israël en de Palestijnse gebieden staan. Bewoners verklaren bij de bouw vergunningen te hebben verkregen, maar Israël erkent die niet.

Een deel van de woonwijk valt onder de bevoegdheid van de Palestijnse Autoriteit. De Palestijnse Eerste Minister Mohammad Shtayyeh heeft de internationale gemeenschap opgeroepen te reageren en vraagt een onmiddellijk onderzoek van het Internationaal Strafhof naar “de verplichte hervestiging van de bewoners van Jeruzalem: oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid”.

Vernieling humanitaire hulpinfrastructuur

Op 4 juli verwoestte Israël ook al drie waterreservoirs, 2500 bomen en een afsluithek in Khirbet Ad-Duqaiqah, ten zuiden van Hebron. Ze waren deel van een humanitair project van Oxfam Solidariteit en mee gefinancierd door Belgische ontwikkelingssamenwerkingsfondsen.

De infrastructuur stond in voor een gemeenschap van 300 bedoeïenen, die hun herdersactiviteiten moeilijk in droog woestijngebied kunnen uitoefenen. ‘Die voorzieningen zijn essentieel en garandeerden hun inkomstenbron. Nu moeten ze vijf kilometer wandelen om aan de watervoorraad voor hun bomen te geraken’, getuigt Magali Debiolley, beleidsexperte van Oxfam Solidariteit voor het Midden-Oosten.

Oxfam Solidariteit schat de schade op 75.000 euro

Ze vertelt over de bedoelingen van het project: ‘Oxfam en andere ngo’s proberen Israël niet te boycotten of aan te vallen, maar ze willen Palestijnen hun land doen behouden, de mogelijkheid geven te leven van hun werk en veerkrachtig te worden tegen de Israëlische macht. Enkel zo kunnen ze op hun land blijven en kan de tweestatenoplossing dus een levend idee blijven.’

Oxfam Solidariteit schat de schade op 75.000 euro en moet nog bekijken of en hoe ze het project kunnen heropbouwen. Alexander De Croo, Minister van Ontwikkelingssamenwerking, en Didier Reynders, Minister van Buitenlandse Zaken, veroordeelden de vernielingen in een persbericht en uiten ‘hun bezorgdheid over de onrustwekkende stijging van het aantal afbraken en inbeslagnemingen van structuren en humanitaire projecten.’

Terugkerend patroon om Westelijke Jordaanoever te “doorboren”

Door een strook kolonies vanuit Oost-Jeruzalem dwars doorheen de Westelijke Jordaanoever te bouwen ondermijnt Israël de tweestatenoplossing en maakt het de annexatie van het gebied tot een optie.

Amnesty International rapporteert over de continuïteit waarbinnen deze soort vernielingen plaatsvinden: ‘In werkelijkheid nemen de Israëlische autoriteiten al tientallen jaren willekeurige en buitensporige veiligheidsmaatregelen. Zo kunnen ze de controle over Palestijns land uitbreiden en sturen ze Palestijnen uit gebieden die zij als strategisch beschouwen, verplaatsen onder dwang complete gemeenschappen en vernielen illegaal tienduizenden huizen.’

Waarom zijn deze plaatsen zo belangrijk voor Israël dat ze er flirten met mensenrechtenschendingen? De slopingen van deze maand passen binnen een strategisch kader dat Israël al decennia hanteert met een vaak gelijkaardig verloop.

Vanuit het voorwendsel dat woningen illegaal en onveilig zijn, beginnen Israëli’s aan sloping, waarna ze nederzettingen voor kolonisten kunnen bouwen. Israël timmert zo aan een strook van kolonies vanuit Oost-Jeruzalem dwars doorheen de Westelijke Jordaanoever om het op termijn in twee delen te kunne splitsen. Zo wil het de tweestatenoplossing ondermijnen en de annexatie van het gebied een optie maken.

Deze kaart toont hoe de Israëlische nederzettingen vanuit Oost-Jeruzalem zich een weg snijden door de Westelijke Jordaanoever. De splitsing in twee delen zou nefast zijn voor de tweestatenoplossing.

Debiolley (Oxfam) vertelt: ‘Een cruciale bepaling van de tweestatenoplossing is dat Palestijnen op hun eigen land blijven. De zogenaamde overtreding daarvan gebruikt Israël nu steeds als voorwendsel. Ze vernielen dan alles, want dan moeten de Palestijnen wel wegtrekken en dan kunnen de Israëli’s kolonies vestigen.’

Het VN-kantoor Coördinatie van Humanitaire Zaken stelt dat Israël zo de voorbije tien jaar in de Westelijke Jordaanoever meer dan 6000 complexen heeft vernield, 9488 mensen heeft ontwricht en 97.271 mensen getroffen zijn. Sinds 2 januari 2019 werden alleen al in Oost-Jeruzalem 126 gebouwen vernield en 1036 mensen getroffen.

Doorgaans ging het bij vernielingen om gebieden in Zone C van de Westelijke Jordaanoever: die vallen sinds de Oslo-akkoorden in 1993 onder Israëlische administratieve en militaire controle. De norm voor Israël lijkt nu verschoven naar gebieden uit zone A, die onder Palestijnse controle vallen. ‘Normaal vernielen ze niet in zone A. Daarom is het voorval van maandag gevaarlijk: het kan een precedent zetten’, stelt Debiolley.

Verstikking en apartheid

Israël doet met die nederzettingen aan demografische kolonisatie, die de Palestijnse gebieden steeds meer verstikt en ontbeert door hen van grondstoffen en vruchtbare gebieden af te snijden. De kolonies verbrokkelen het Palestijnse grondgebied zodanig dat een Palestijnse staat geen optie meer lijkt.

Het stelt daar een soort apartheidsregime in tussen Palestijnse burgers zonder basisrechten tegenover geprivilegieerde Israëlische bewoners. Denk maar aan lage belastingtarieven, sociale woningbouw, goedkope leningen en de toegang tot tweehonderd kilometer aan wegen. Hekken, checkpoints en soldaten vormen een strikte scheidingslijn tussen de Israëlische en Palestijnse bevolking in die gebieden.

Israël zet ondanks internationale vermaningen door omdat het zo een realiteit op de grond probeert te creëren die een leefbare Palestijnse staat en zelfbeschikking ondermijnt, stelde de Palestijnse activist Issa Amro op mo.be. Bij eventuele hertekening van de kaarten zou dat in Israëls voordeel kunnen spelen.

Internationale reacties: ‘veroordeling zonder gevolgen’

‘In plaats van huizen te vernielen zou Israël delen van het hek en de muur moeten afbreken, omdat deze in strijd met internationaal recht zijn gebouwd.’

Amnesty International noemt de verplaatsing van Palestijnse burgers onder dwang een oorlogsmisdrijf, en vraagt hier een einde aan te maken. Op de website van Amnesty schrijft Midden-Oosten-vertegenwoordiger Saleh Higazi: ‘In plaats van huizen te vernielen zou Israël delen van het hek en de muur moeten afbreken, omdat deze in strijd met internationaal recht zijn gebouwd. Andere landen hebben de verantwoordelijkheid om druk uit te oefenen op de Israëlische autoriteiten om zich aan hun verplichtingen onder internationaal humanitair recht te houden en om bescherming te garanderen van de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden.’

Die uitoefening van druk blijft binnen Europese landen bij veroordelingen. In het persbericht van De Croo en Reynders over de vernielingen in Ad-Duqaiqah was te lezen: ‘De afbraak van infrastructuur en woonsten op de Westelijke Jordaanoever, bezet Palestijns grondgebied, gaat in tegen het internationale humanitaire recht en meer bepaald de vierde conventie van Genève en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Frankrijk, Duitsland, Spanje en Verenigd Koninkrijk brachten gisteren samen een statement uit over de verwoesting van de woonwijk in Sur Baher, en waarschuwden voor de precedentwaarde ervan in de schending van de Oslo-akkoorden.

Federica Mogherini, Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, stelt dat het nederzettingenbeleid ingaat tegen het internationaal recht en roept op de sloopwerkzaamheden stop te zetten. De EU wijst erop dat de acties van Israël ‘het vooruitzicht op blijvende vrede ondermijnen en de mogelijkheid dat Jeruzalem hoofdstad wordt van beide staten ernstig in gevaar brengen.’ De EU verwijst terug naar de Oslo-Akkoorden en de tweestatenoplossing als uiteindelijke doel.

Sinds de aantreding van Trump vervaagden de diplomatieke initiatieven tot een tweestatenoplossing. Het nederzettingenbeleid kende bovendien een ongeziene opdrijving.

De tocht daarheen lijkt stilgevallen en zelfs stappen terug te zetten. Sinds het aantreden van Trump als president vervaagden bovendien de diplomatieke initiatieven tot een tweestatenoplossing: de Amerikaanse ambassade verplaatste zich naar Jeruzalem en een PLO-kantoor in Washington moest sluiten. Het nederzettingenbeleid kende sindsdien een ongeziene opdrijving.

In de Oslo-akkoorden stonden geen concrete bepalingen over Israëlische nederzettingen en de uitbreiding ervan. Het is in die onduidelijke zone dat Israël zich nu manoeuvreert om binnen het vredesproces de overgang naar Palestijnse controle in zowel zone A, B als C tegen te gaan. Veiligheidsminister Erdan baseerde zich in zijn reactie op de EU ‘die zich in de leugens van Palestina wentelt’, op diezelfde akkoorden voor zijn verdediging: namelijk dat er stond dat Israël mag ingaan tegen illegale, bedreigende constructies.

Michael Lynk, de VN-rapporteur voor Mensenrechten in Palestijnse gebieden, wees in maart op mo.be op een soort internationale verlamming: er volgen, met de EU op kop, steevast veroordelingen, maar sancties blijven achterwege. ‘Israël is een klein land en is in zijn handelsbetrekkingen voor 40 procent afhankelijk van de EU. Als de EU oprecht was in haar streven om een einde te maken aan de bezetting, zou ze dit doen, ze heeft alle juridische middelen in handen. Veroordeling zonder gevolgen is zinloos.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift