Nieuwe vormen van ongelijkheid bedreigen vooruitgang

Vijf voor twaalf: ongelijkheid bestrijden kan, zolang economisch onevenwicht niet politiek verankerd is

UNDP HDR2019

 

Een spiegel waarin we oog in oog staan met wat we verwezenlijkt hebben, maar ook met waar we tekortschieten. Zo omschrijft Michelle Bachelet het jaarlijkse rapport over menselijke ontwikkeling (Human Development Report, uitgegeven door het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP).

‘Zo lang er lijden is omwille van ongelijkheid, hebben we de plicht uit te zoeken wat we fout doen en hoe we dat kunnen rechttrekken.’

Bachelet is momenteel Hoog Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, leidde daarvoor UN Women en was tweemaal president van Chili. ‘Het zou een vergissing zijn om niet te erkennen dat we successen geboekt hebben in menselijke ontwikkeling’, zegt Bachelet nog in haar korte bijdrage aan het rapport. ‘Maar zo lang er lijden is omwille van ongelijkheid, hebben we de plicht uit te zoeken wat we fout doen en hoe we dat kunnen rechttrekken.’

Het Human Development Report 2019 (HDR2019) kreeg als titel: Voorbij inkomen, voorbij gemiddelden, voorbij vandaag. Ongelijkheid in menselijke ontwikkeling in de 21ste eeuw. De klemtoon ligt dus duidelijk op ongelijkheid, maar het rapport kijkt verder dan de gekende vormen van ongelijkheid zoals inkomensongelijkheid of genderongelijkheid. Niet omdat die niet langer relevant zijn, maar omdat nieuwe vormen tijdig om aandacht vragen.

Ongelijkheid allesbehalve verdwenen, nieuwe vormen groeien snel

Het HDR2019 herhaalt wat sinds 2015 een vast refrein is in VN-ontwikkelingskringen: sinds 2000 zijn er grote sprongen gemaakt in het realiseren van meer en betere ontwikkelingskansen voor iedereen. We zijn op weg naar een wereld waarin meisjes evenveel kansen hebben om naar de lagere school te gaan als jongens, bijvoorbeeld. Maar al op de eerste pagina van het rapport wordt duidelijk gemaakt dat die vooruitgang geen einde maakt aan de enorme verschillen in deze wereld.

De vooruitgang is reëel, maar heeft geen einde gemaakt aan de enorme verschillen in deze wereld.

Terwijl meer dan de helft van de twintigjarigen in de rijkste landen hoger onderwijs volgen, is dat in de minst ontwikkelde landen niet meer dan 3 procent – en bovendien is 17 procent overleden voor ze twintig worden.

Of nog: zelfs in ontwikkelde landen is er een kloof van 10 tot 15 jaar (voor respectievelijk vrouwen en mannen) in de levensverwachting voor veertigjarigen als je de rijkste 1 procent vergelijkt met de armste 1 procent. Het verschil in gemiddelde levensverwachting tussen landen met lage of heel hoge menselijke ontwikkeling bedraagt ook nog steeds 19 jaar.

De HDI: Index voor menselijke ontwikkeling

UNDP begon in 1990 met de HDI als alternatief voor het eenzijdig op economische groei gerichte bni (bruto nationaal inkomen). De index kijkt niet enkel naar nationaal inkomen, maar ook naar indicatoren als toegang tot onderwijs, gendergelijkheid, toegang tot gezondheidszorg…

  • Tussen 1990 en 2018 steeg het aantal landen met een zeer hoge menselijke ontwikkeling van 12 naar 62, terwijl het aantal landen met een lage menselijke ontwikkeling daalde van 62 naar 36.
  • De top vijf-posities in de wereldwijde HDI-ranglijst zijn: Noorwegen, Zwitserland, Ierland, Duitsland en Hongkong.
  • De onderste vijf zijn: Burundi, Zuid-Soedan, Tsjaad, Centraal-Afrikaanse Republiek en Niger.
  • 20 procent van de vooruitgang op het gebied van menselijke ontwikkeling in 2018 gaat als ongelijkheden in rekening gebracht worden.
  • De gemiddelde HDI voor vrouwen is 6 procent lager dan voor mannen

Extreme armoede, genderdiscriminatie, de kloof tussen stad en platteland zijn voorbeelden van wat het rapport basiscapaciteiten noemt, naar het werk van Amartya Sen en Martha Nussbaum. Daarmee volgt UNDP de idee dat armoede en ongelijkheid een zware hypotheek leggen op de mogelijkheden van mensen om zelf keuzes te maken om te doen of te worden wat ze zelf kiezen.

De 600 miljoen mensen die vandaag in extreme armoede leven – en het rapport wijst erop dat het eigenlijk om 1,3 miljard mensen gaat, als je niet alleen inkomensarmoede maar ook onderwijs, gezondheid, voedsel in de berekening betrekt – hebben uiteraard nauwelijks kansen om eigen keuzes te maken.

De trend voor ongelijkheid binnen die basiscapaciteiten is positief: het aantal extreem armen daalt, de levensverwachting neemt overal toe, met name in landen met lage ontwikkeling, er wordt vooruitgang geboekt inzake gendergelijkheid – al is de weg nog lang. Vandaag zijn er wereldwijd zo’n 262 miljoen kinderen die niet op de lagere of middelbare schoolbanken zitten.

Vooruitgang, maar te weinig, te traag, te ongelijk.

Als de huidige trend richting geeft, zijn dat er in 2030 toch nog altijd 225 miljoen. In 2019 halen 5,4 miljoen kinderen hun vijfde levensjaar niet, in 2030 zullen dat toch nog 3 miljoen kinderen zijn. Vooruitgang, dus, maar te weinig, te traag, te ongelijk.

De grote zorg van dit rapport gaat uit naar ‘een nieuwe generatie van ongelijkheden’, die minder betrekking hebben op de basiscapaciteiten, en eerder op wat verhoogde capaciteiten genoemd wordt, zoals toegang tot digitale technologieën of hoger onderwijs.

Op die terreinen ziet het rapport eerder toenemende dan krimpende ongelijkheid. Het aandeel volwassenen met een tertiaire opleiding stijgt in landen met heel hoge menselijke ontwikkeling bijvoorbeeld zesmaal sneller dan in landen met lage menselijke ontwikkeling. En vaste breedbandabonnementen groeien er vijftienmaal sneller.

De effecten van ongelijkheden in de verhoogde capaciteiten dreigen in de toekomst alle winst die geboekt wordt op basiscapaciteiten teniet te doen. Dat is dan ook de reden waarom er in de titel van het rapport ‘voorbij inkomen, voorbije gemiddelden en voorbij vandaag’ staat. Wie alleen op gisteren en vandaag focust, ziet de geboekte winst. Wie ook naar morgen kijkt, weet dat die in gevaar is tenzij er preventief actie ondernomen wordt.

Ongelijkheid en macht vormen een koppel

‘Inkomens – en bezitsongelijkheid leiden vaak tot politieke ongelijkheid’, stelt het HDR. Die relatie heeft vele aspecten die niet een richting uitgaan. Wie aan de onderkant leeft, haakt vaak af voor politieke participatie. En wie aan de bovenkant zit, slaagt er dikwijls in om wetten zo te (her)schrijven dat er minder bijgedragen moet worden via belastingen. Als dat gebeurt, verdampt ook in de rest van de samenleving de bereidheid om een sociaal contact te sluiten of daartoe bij te dragen.

Beleid dat aan economische herverdeling doet, zorgt daarom tegelijk ook voor politieke machtsherverdeling. Dat is zo wanneer midden- en lagere klassen versterkt worden door herverdeling via progressieve belastingen. Dat gebeurt overigens veel beter in rijke landen dan in opkomende landen, stelt het rapport vast. Maar de logica geldt ook wanneer doorheen de jaren steeds meer van de economische groei in de richting van de één procent rijkste inwoners vloeit. De risico’s op state capture of de overname van het staatsapparaat door de belangen van de rijke elite neemt in dat geval ook hand over hand toe.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Beleid dat aan economische herverdeling doet, zorgt daarom tegelijk ook voor politieke machtsherverdeling.

Een van de kernboodschappen van het rapport luidt dan ook: ‘We kunnen ongelijkheden aanpakken, als we nu handelen, voordat de onevenwichten in economische macht echt politiek verankerd worden.’ Elke maatschappij kan altijd kiezen welke ongelijkheden ze tolereert en welke niveaus van ongelijkheid ze aanvaardbaar acht, zegt het rapport. Alleen blijken die keuzemogelijkheden ook beperkt te worden door het omvang van bestaande ongelijkheden. In een samenleving met extreem hoge genderongelijkheid, zijn het de mannen die moeten beslissen om hun privileges af te bouwen. Het laat zich raden hoe makkelijk dat gaat.

In een samenleving waar de rijkdom extreem geconcentreerd wordt bij de één procent, kan die economische elite herverdeling tegenhouden door directe politieke invloed, door het inzetten van de grote economische macht of door een onevenredig grote greep op het maatschappelijk debat via media en andere instrumenten. Het rapport stelt trouwens vast dat de inkomensconcentratie aan de top kan samenvallen met belangengroepen die zich verzetten tegen klimaatactie.

Er is een duidelijk verband tussen ongelijkheid en klimaatverandering op manieren die ruim gekend zijn: de rijksten hebben een onevenredig grote uitstoot-voetafdruk, terwijl de armsten en meest kwetsbaren eerst getroffen worden door de gevolgen en er het minst tegen gewapend zijn. Bovendien, stelt het rapport ‘ondermijnt ongelijkheid de bereidheid om tot collectieve actie over te gaan, terwijl dat net cruciaal is om de klimaatverandering aan te pakken’.

‘Machtsonevenwichten liggen aan de basis van veel ongelijkheden.’

‘Machtsonevenwichten liggen aan de basis van veel ongelijkheden’, concludeert het Human Development Report 2019. En die macht kan politiek, economisch, sociaal of cultureel zijn. Werken aan meer gelijkheid kan dan ook betekenen dat de politieke invloed van bepaalde groepen actief ingeperkt moet worden, maar het kan ook betekenen dat bepaalde sociale of culturele normen actief bestreden moeten worden.

‘Uiteraard kan handelen in deze richting politiek risico inhouden, maar de geschiedenis leert ons dat de risico’s van niet handelen veel groter kunnen zijn. Want diepgaande ongelijkheden kunnen de economische, sociale en politieke spanningen in een maatschappij doen oplopen.’

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur