Een vernieuwende aanpak voor academische samenwerkingen

Vlaamse universiteiten willen niet bijdragen aan mensenrechtenschendingen

CC Marco Verch (CC BY 2.0)

 

Goed nieuws in verwarrende tijden. Terwijl mensenrechten onder druk staan en wereldvreemd genoemd worden, pakken de Vlaamse universiteiten in aanloop naar Mensenrechtendag op 10 december uit met een gezamenlijke aanpak om net veel meer en betere aandacht te hebben voor mensenrechten. ‘Universiteiten willen meer doen dan het wettelijke minimum naleven’, zegt Koen Verlaeckt, secretaris-generaal van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). ‘Met de nieuwe mensenrechtentoets spelen de Vlaamse universiteiten zelfs een pioniersrol op internationaal vlak.’

Waarom moeten universiteiten zich bezighouden met mensenrechten? Omdat ze in de ware wereld opereren. Ze sluiten contracten af met bewakingsfirma’s, zijn betrokken bij onderzoek naar de ontginning van grondstoffen, werken samen met staatsuniversiteiten in landen waar autoritaire regimes aan de macht zijn…

Verhoogd risico

Wie aan mensenrechtenschendingen denkt, ziet al snel folterkamers of cybercensoren voor zich. Die versmalde visie op mensenrechten is heel lang comfortabel geweest voor het Westen, want met onze robuuste rechtsstaat en grondwettelijk verankerde recht op vrije meningsuiting lag het probleem altijd elders. En dus vormden mensenrechten wel een academisch onderwerp, maar waren ze geen urgente zorg voor de universiteit.

Meer externe samenwerkingen verhoogt de kans dat universiteiten te maken krijgen met mensenrechtenschendingen 

Twee evoluties verstoren die relatieve rust. Enerzijds blijkt Europa veel minder immuun voor mensenrechtenschendingen dan gedacht of dan in het verleden misschien het geval was. Anderzijds zijn academici en universiteiten steeds meer en verder buiten de veilige perimeters van hun eigen campus gaan opereren. Studentenuitwisselingen zijn legio, gezamenlijke onderzoeksprojecten met faculteiten, professoren of doctorandi zijn eerder regel dan uitzondering, en nu onderzoek soms voor en vaak samen met bedrijven gebeurt, is ook die ooit diepe kloof gedempt. Met de komst van al die externe samenwerkingen is de kans dat universiteiten te maken krijgen met – of actief betrokken raken bij – mensenrechtenschendingen ook exponentieel gestegen.

Meer dan wapentechnologie

In 2017 stelde toenmalig Vlaams parlementslid Tine Soens (sp.a) een vraag aan minister Muyters (N-VA) in verband met de medewerking van Vlaamse universiteiten aan de ontwikkeling van wapentechnologie. Uit die parlementaire uitwisseling bleek dat universiteiten grotendeels op zichzelf aangewezen zijn om af te wegen of een onderzoek of een technologie binnen de grenzen van de morele aanvaardbaarheid valt – wat vooral ingewikkeld is als het over zogenaamde dual use technologie gaat, die zowel civiel als militair ingezet kan worden.

‘Ik weet dat veel universiteiten momenteel een ethisch charter opstellen. We willen vermijden dat universitair onderzoek wordt gebruikt in schendingen van de mensenrechten. Er zijn voor de onderzoekers concrete richtlijnen met betrekking tot dual use. Het zou misschien nuttig kunnen zijn met die richtlijnen rekening te houden’, besloot Soens in haar repliek op de sussende woorden van de minister.

‘Hoe weten we of universiteiten, faculteiten, academisch personeel of studenten betrokken raken bij projecten, praktijken of personen die problematisch zijn vanuit het perspectief van mensenrechten?’

‘Het was die parlementaire vraag die bleef nazinderen in de VLIR’, zegt huidig secretaris-generaal van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, Koen Verlaeckt. ‘De rectoren wilden zich niet beperken tot een duidelijk antwoord op de vraag hoe de Vlaamse universiteiten met dual use technologie moesten omgaan. Men nam de meer fundamentele vragen over mensenrechten serieus: hoe weten we of universiteiten, faculteiten, academisch personeel of studenten betrokken raken bij projecten, praktijken of personen die problematisch zijn vanuit het perspectief van mensenrechten? En als je daar achter komt, hoe reageer je er dan op?’

Het gaat niet zomaar over theoretische bezorgdheid, verduidelijkt Verlaeckt. En de voorbeelden komen niet enkel uit de defensie-industrie. ‘De samenwerking met staatsactoren uit Israël wordt vaak aangehaald als problematisch, omwille van de bezetting van Palestijnse gebieden en andere mensenrechtenkwesties. Of samenwerking met Iraanse universiteiten. Naar aanleiding van de behandeling van VUB-prof Ahmedreza Jalali beslisten de Vlaamse universiteiten vorig jaar unaniem alle nieuwe vormen van academische samenwerking met Iraanse kennisinstellingen op te schorten. Of kijk naar Hongarije en de evolutie die de samenleving, de overheid en daardoor ook de universiteiten daar doormaken – en dan gaat het niet enkel om de druk die uitgeoefend werd op de Central European University, maar ook de plannen om genderstudies te schrappen of het uitkleden van de Hongaarse Academie van Wetenschappen.’

Interuniversitaire gereedschapskist

Het resultaat van de hele denkoefening die in gang gezet werd begin 2018 wordt vandaag (4 december) voorgesteld in een rapport van de ad hoc VLIR-werkgroep Mensenrechten, onder leiding van professor Stephan Parmentier (KU Leuven), getiteld: Aanbevelingen voor de invoering van een mensenrechtentoets aan de Vlaamse universiteiten. Het rapport schetst op een dertigtal bladzijden de context, de focus, de aanpak en het perspectief. In de inleiding maakt de werkgroep duidelijk dat het niet om een marginale oefening gaat, want de aanbevelingen gaan naar 32.700 onderzoekers en medewerkers die verbonden zijn aan de Vlaamse universiteiten.

Centraal in het rapport staat de “mensenrechtentoets”. Koen Verlaeckt: ‘De VLIR levert geen lijst af van samenwerkingen die verboden of toegelaten zijn. De eerste doelstelling is om iedereen die betrokken kan zijn, te sensibiliseren. Maar dat volstaat niet. Men vond dat er meer moest gebeuren en dat er echte handvatten geleverd moesten worden. De werkgroep heeft gezocht naar goede praktijken en bruikbare voorbeelden in het buitenland, maar moest vaststellen dat er eigenlijk weinig voorhanden was. In die zin is deze mensenrechtentoets ook een beetje internationaal pionierswerk.’

Als er te veel knipperlichten aangevinkt worden, moet het dossier voorgelegd worden aan een Contactpunten Mensenrechten

De mensenrechtentoets is een getrapte benadering waarbij vertrokken wordt van de concrete actoren die een samenwerking willen opzetten of hernieuwen. Van hen wordt verwacht dat ze een eerste screening doen aan de hand van een “knipperlichtendiagram”. Als er te veel knipperlichten aangevinkt worden, moet het dossier voorgelegd worden aan een Contactpunten Mensenrechten binnen de universiteit, dat diepgaander onderzoek kan doen en adviezen kan geven.

‘We gaan deze benadering uitrollen in en door elke afzonderlijke universiteit, met veel ruimte voor de eigen manier van werken en organiseren in elke instelling’, zegt Koen Verlaeckt. ‘Eind 2020 wordt dat een eerste keer geëvalueerd, en wordt een antwoord gegeven op de vraag of er een permanente, interuniversitaire werkgroep Mensenrechten nodig is.’

Mensenrechten wil zeggen: alle mensenrechten

In zijn benadering maakt de VLIR heel duidelijk dat de mensenrechten algemeen, universeel, ondeelbaar en onvervreemdbaar zijn. Het gaat dus niet alleen om de klassieke politieke en burgerlijke rechten, maar ook om economische, sociale en culturele rechten, en uiteindelijk ook wat omschreven wordt als “solidariteitsrechten”, zoals het recht op ontwikkeling, het recht op een gezond leefmilieu of het zelfbeschikkingsrecht van volkeren.

De voorbeelden gaan dan ook niet enkel om academische vrijheid of vrijheid van meningsuiting, maar ook om menswaardige verloning van medewerkers, het recht op collectieve organisatie, de impact op lucht- of waterkwaliteit…

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het rapport geeft onder andere volgende voorbeelden van ‘problematische activiteiten in het kader van een samenwerking’. Activiteiten waarvoor kinder-, dwang- of slavenarbeid wordt gebruikt door de partner(s). Activiteiten die een ongeoorloofde discriminatie inhouden, bijvoorbeeld een uitwisselingsakkoord of een ‘joint PhD’ akkoord die niet openstaan voor bepaalde categorieën van personen op basis van hun geslacht, etniciteit, godsdienst, nationaliteit, enz., zonder dat hiervoor gegronde objectieve redenen (vb. ‘positieve discriminatie’) worden gegeven. Activiteiten met schadelijke neveneffecten, bijvoorbeeld de beschadiging of vernieling van gronden en/of culturele eigendommen van inheemse volkeren.

Een streep in het zand

‘Wij willen voorkomen dat universiteiten bijdragen tot of betrokken raken bij ernstige en/of systematische schendingen van mensenrechten’

‘Het is van belang het uitzonderlijk karakter van een dergelijk, reëel risico te benadrukken, aangezien de drempels vrij hoog liggen alvorens een situatie als problematisch kan worden omschreven’, waarschuwt het rapport. ‘Inderdaad,’ bevestigt secretaris-generaal Verlaeckt, ‘het is niet de bedoeling om bijna alle samenwerkingen onmogelijk te maken. Integendeel, wij verwachten dat het eerder uitzonderlijk zal gebeuren dat een project uiteindelijk geschrapt moet worden. We willen bij ernstige vragen eerst in dialoog gaan – in de hoop dat we zo ook een positieve invloed kunnen hebben.

Maar deze nieuwe aanpak heeft wel de bedoeling om te voorkomen dat universiteiten bijdragen tot of betrokken raken bij ernstige en/of systematische schendingen van mensenrechten. In die zin wordt er zeker een duidelijke lijn in het zand getrokken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur