Vrijhandel met de EU maakt armste landen alleen maar armer

Zes Afrikaanse landen zullen onder druk van de Europese Commissie hun bevoorrechte toegang tot de Europese handelsmarkt zien verdwijnen. Wij vinden dat de Europese Commissie al van in het begin heeft gefaald in de onderhandelingen’, stelt Marc Maes van 11.11.11.

  • hiroo yamagata (CC BY-SA 2.0) De ACP-landen vroegen aan de EU om samen te werken zodat hun instellingen, infrastructuren en concurrentievermogen sterk genoeg zouden zijn om een vrijhandelsrelatie met Europa aan te kunnen. hiroo yamagata (CC BY-SA 2.0)
  • Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0) Voor de zes Afrikaanse landen zou het verlies van die markttoegang grote economische gevolgen hebben. Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Vredeseilanden (CC BY-NC 2.0) Door de ratificatie van de akkoorden zouden vooral de minst ontwikkelde landen veel verliezen lijden. Vredeseilanden (CC BY-NC 2.0)
  • Kevin White (CC BY-NC-ND 2.0) Dat de deadline niet kan worden gehaald, ligt aan de koppigheid van de Europese Commissie. Kevin White (CC BY-NC-ND 2.0)

De onderhandelingen over een EPA (Economic Partnership Agreement) tussen de EU en de landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACP) slepen al meer dan vijftien jaar aan. De EU wil daar nu een einde aan maken: 1 oktober 2016 moeten alle EPA’s in werking zijn gebracht.

Als Afrikaanse regio’s de deadline niet halen, zullen Ghana, Ivoorkust, Kenia, Botswana, Namibië en Swaziland hun voorrechten op de Europese handelsmarkt verliezen, zo stelt een vertrouwelijk document dat door het Europese medium EurActiv kon worden bekeken.

Voor de zes Afrikaanse landen zou het verlies van die markttoegang belangrijke economische gevolgen hebben. ‘De economie van Ghana en Ivoorkust steunt vooral op de export van koffie en cacao naar Europa, Kenia exporteert vooral snijbloemen’, aldus Marc Maes die binnen 11.11.11 het handelsbeleid van de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) opvolgt.

Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)

Voor de zes Afrikaanse landen zou het verlies van die markttoegang grote economische gevolgen hebben.

Armste landen worden armer

Door de ratificatie van de akkoorden zouden vooral de minst ontwikkelde landen veel verliezen lijden. Momenteel hebben ze onvoorwaardelijke toegang tot de Europese markt (uitgezonderd wapens), maar door de EPA’s zullen zij hun markt ook moeten openstellen voor Europese producten.

Door de ratificatie van de akkoorden zouden de minst ontwikkelde landen verliezen lijden.

In West-Afrika zijn twaalf van de zestien landen minst ontwikkeld en daardoor vrijgesteld van wederkerige handelsliberalisering. ‘De EU is het eerste rijke landenblok ter wereld dat een vrijhandelsakkoord afsluit met minst ontwikkelde landen die daardoor hun markten moeten opengooien voor de EU’, aldus Maes.

Door exporttaksen te verbieden en importtaksen af te bouwen, zal het overheidsinkomen in die landen drastisch dalen. De enige oplossing daarvoor is een verhoging van de BTW. ‘Consumenten betalen dan minder voor Europese producten, maar verliezen weer geld aan de BTW. Daardoor verdwijnen de voordelen die uit de EPA’s voortvloeien’, verklaart Maes.  

Voor zuidelijk Afrika wijzen studies uit dat de vrijhandelsakkoorden voor niet veel schade zullen zorgen, maar ook niet veel zullen opbrengen. ‘De EPA’s zijn daar eigenlijk tijdsverspilling geweest’, verklaart Maes, ‘de landen hadden zich beter geconcentreerd op verdere regionale integratie en onderhandelingen met hun buurlanden.’

Voor de Oost-Afrikaanse regio zijn nog geen impactstudies gebeurd. Daar moeten de parlementen dus akkoorden ondertekenen zonder te weten wat de gevolgen zijn.

Geen officiële deadline

Opvallend is dat de EU helemaal geen wettelijke reden heeft om de landen zo onder druk te zetten. De deadline van 1 oktober 2016 werd nooit officieel aan het Europese Parlement of de Europese Raad voorgelegd. ‘De deadline is eigenlijk al begin juli, want dan zal de Europese Commissie al voorstellen van gedelegeerde handelingen aan het Parlement moeten voorleggen’, vertelt Maes.

‘De Europese Commissie heeft wettelijk gezien de mogelijkheid om het te doen,’ verklaart Maes, ‘maar het is helemaal geen verplichting. Er is zoveel vertraging geweest aan Europese kant dat het niet redelijk is om dit te eisen. We vinden het onaanvaardbaar.’

Vredeseilanden (CC BY-NC 2.0)

Door de ratificatie van de akkoorden zouden vooral de minst ontwikkelde landen veel verliezen lijden.

Steeds maar uitstellen

In 2000 ondertekenden de EU en de ACP-landen het verdrag van Cotonou waarin werd overeengekomen dat beide partijen zouden onderhandelen over vrijhandelsakkoorden, de zogenaamde EPA’s. Die onderhandelingen zouden lopen tot eind 2007.

‘De Europese Commissie had een vinger gekregen, maar een arm genomen.’

Het ging er echter heel anders aan toe. De akkoorden die de Europese Commissie op tafel legde, waren helemaal niet geschikt voor ontwikkelingslanden. ‘De Europese Commissie had een vinger gekregen, maar nam een arm. Ze wilde de meest ambitieuze vrijhandelsakkoorden onderhandelen die de EU ooit onderhandeld had’, verklaart Maes.  

De onderhandelingen gingen niet alleen over goederen, maar ook over diensten, overheidsaanbestedingen, investeringen, concurrentieregels, intellectuele eigendom en nog veel meer. Daar waren de ACP-landen het niet mee eens. De agenda werd overbelast en de onderhandelingen waren daarom aan het eind van 2007 nog steeds niet afgelopen.

Interim-akkoorden

De minst ontwikkelde landen hadden geluk, via het Everything but Arms-stelsel (EBA) zouden zij nog steeds toegang hebben tot de Europese handelsmarkt, maar de landen die daar niet toe behoorden, dreigden hun toegang te verliezen als de deadline van 2007 niet werd gehaald.

Op het laatste nippertje legde de Europese Commissie interim-akkoorden op tafel. ‘Ze werden voor de neus van de ACP-landen gelegd, met een vervaldatum erop. Als ze niet snel tekenden, verloren de landen hun markttoegang’, vertelt Maes.

Pas achteraf bleek dat de interim-akkoorden zaken bevatten waarover nog niet werd onderhandeld. Zo bepaalden de akkoorden een verbod op exporttaksen, terwijl er tijdens de onderhandelingen alleen over importtaksen werd gesproken. Ook zouden alle bestaande invoertaksen volgens de interim-EPA’s worden bevroren.

Terwijl de EPA-onderhandelingen oorspronkelijk regionaal waren (Caraïben, Stille Oceaan, West-Afrika, Oost-Afrika, Zuid-Afrika, Centraal-Afrika), zorgden de interim-akkoorden voor een sterke verdeeldheid binnen de regio’s.

‘In West-Afrika had alleen Ivoorkust en Ghana zo’n interim-akkoord, terwijl de minst-ontwikkelde landen Everything but Arms hadden. Binnen die ene regio ontstonden er al snel vier verschillende handelsregimes’, aldus Maes. Vanaf 2007 werd er daarom onderhandeld om tot regionale akkoorden te komen en zodoende de problemen met de interim-EPA’s op te lossen.

Nog een deadline

‘Ook die onderhandelingen bleven aanmodderen. De ACP-landen probeerden de EU er vijf jaar van te overtuigen dat een verbod op exporttaksen en bevroren invoertaksen voor hen geen positieve zaak zou zijn, maar de Europese Commissie wilde niet luisteren’, aldus Maes.

Kevin White (CC BY-NC-ND 2.0)

Dat de deadline niet kan worden gehaald, ligt aan de koppigheid van de Europese Commissie.

Hoewel de schuld dus bij de koppigheid van de Europese Commissie lag, was hun geduld op. De interim-akkoorden waren ondertekend, maar ze waren nog niet tot uitvoering gebracht. Uiteindelijk werd 1 oktober 2014 door het Europese Parlement als wettige deadline aangewezen. Als de ACP-landen op die datum nog steeds geen akkoord tot uitvoering hadden gebracht, werd hen de toegang tot de Europese markt afgenomen.

‘Het kan toch niet dat de Europese Commissie zo’n korte deadline stelt?’

In verschillende landen werd het interim-akkoord zo onder druk geratificeerd. In de West-Afrikaanse, Oost-Afrikaanse en Zuid-Afrikaanse regio’s werden onderhandelingen afgesloten over drie regionale EPA’s. Op basis daarvan werd de markttoegang verlengd, maar de Europese Commissie stelde zelf de nieuwe deadline waarop die nieuwe, regionale akkoorden geratificeerd zouden moeten zijn. Zo niet, dan zou de markttoegang toch nog worden ingetrokken.

Het Parlement en de Raad hebben maar een week tijd om dat tegen te houden. ‘Wij willen het parlement wakker schudden, het kan toch niet dat de Europese Commissie zo’n korte deadline stelt? De ratificatie van akkoorden duurt meerdere jaren’, stelt Maes.

Samenwerken

In 2000 werden de EPA’s door de Europese Commissie voorgesteld als instrumenten voor duurzame ontwikkeling. De ACP-landen vroegen daarom aan de EU om samen te werken zodat ook de instellingen, infrastructuren en het concurrentievermogen in ontwikkelingslanden sterk genoeg zouden zijn om een vrijhandelsrelatie met Europa aan te kunnen.

hiroo yamagata (CC BY-SA 2.0)

De ACP-landen vroegen aan de EU om samen te werken zodat hun instellingen, infrastructuren en concurrentievermogen sterk genoeg zouden zijn om een vrijhandelsrelatie met Europa aan te kunnen.

‘De Europese Commissie heeft jarenlang geweigerd om in de EPA’s ook maar iets over samenwerking te zeggen. Ze benadrukte dat het ging om handelsakkoorden, geen samenwerkingsakkoorden. Pas eind 2006 werden er in de EPA’s ook samenwerkingsclausules opgenomen’, aldus Maes.

De akkoorden die de Europese Commissie als EPA’s op tafel legde, waren louter templates of sjablonen die oorspronkelijk bedoeld waren voor meer ontwikkelde landen. ‘Toen ik dat hoorde, was ik echt stomverbaasd’, vertelt Maes, ‘heel de onderhandeling is op die manier helemaal anders verlopen dan oorspronkelijk werd verwacht.’

‘Je zou op zijn minst verwachten dat de Europese Commissie aan de ACP-landen vraagt wat hun problemen zijn en zich dan afvraagt hoe die problemen in de handelsakkoorden kunnen worden opgelost. Nee, in plaats daarvan wordt een dikke tekst op tafel gegooid. Het doel van de onderhandelingen was voor de EU steeds om de ACP-landen in hun ontwerpen in te passen. Dat kan je geen onderhandeling noemen’, stelt Maes.

Europese bedrijven

‘Alles moet de vrijhandel en het bedrijfsleven zo min mogelijk belasten.’

Het handelsbeleid van de EU is gericht op het dienen van Europese offensieve en defensieve economische belangen, die worden bepaald door het Europese bedrijfsleven. ‘Daar gaat het handelsakkoord over en de rest is glijmiddel om het te doen aanvaarden door ontwikkelingslanden’, aldus Maes.

‘De enige die de Europese Commissie daarvoor consulteert is het bedrijfsleven, ervan uitgaande dat wat goed is voor Europese bedrijven, goed is voor al de rest,’ vervolgt Maes, ‘maar dat geldt als maar minder. Handelsakkoorden dringen al maar dieper binnen in de binnenlandse regelgeving. Alles moet de vrijhandel en het bedrijfsleven zo min mogelijk belasten.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift