Ontwikkelingslanden klagen gebrekkige klimaatfinanciering aan

Wat hebben de meest kwetsbare landen gewonnen in Glasgow?

UN Photo / Tobin Jones (CC BY-NC-ND 2.0)

Op de klimaattop in Glasgow werd na meer dan twee weken van onderhandelen een akkoord bereikt. Landen die vandaag al sterk lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering hebben tot op het einde getracht om meer garanties van rijke naties te krijgen. Dat is niet helemaal gelukt, blijkt uit dit overzicht.

Toen de COP26-klimaatbesprekingen zaterdagavond werden afgeklopt, reageerden ontwikkelingslanden dat ze de strijd voor meer vooruitgang zullen verderzetten want dat het voor hun bewoners immers een kwestie is van “leven of dood”.

De garanties waarnaar ze vroegen omvatten onder meer zwaardere uitstootreducties door de grote vervuilers, een stop op het gebruik van fossiele brandstoffen, meer financiering om arme landen te helpen om de overgang naar schone energie te maken en een fonds om verliezen en schade die ze oplopen door extreem weer en een stijgende zeespiegel, het hoofd te kunnen bieden.

Wat betekent Glasgow voor de landen die nu al worden getroffen?

Terwijl er op sommige vlakken aanzienlijke vooruitgang is geboekt, voldoet de slottekst niet aan de verwachtingen van kwetsbare landen. Vooral de afwezigheid van voldoende financiering om hen te helpen beter om te gaan met toenemende overstromingen, droogte en stormen, valt velen zwaar.

‘Het akkoord is een belediging voor de miljoenen mensen wiens levens worden verscheurd door de klimaatcrisis.’

Teresa Anderson, expert klimaatbeleid bij ActionAid International, noemt het bereikte akkoord ‘een belediging voor de miljoenen mensen wiens levens worden verscheurd door de klimaatcrisis.’

‘Er waren hoge verwachtingen dat deze klimaattop eindelijk echte steun zou opleveren voor kwetsbare gemeenschappen, boeren, vrouwen en meisjes die vaak het meest direct worden getroffen door klimaatrampen’, zei ze in een verklaring.

‘Maar de meest rijke landen, zij die het meest vervuilen, en dan met name de Verenigde Staten, hadden daar geen oren naar en lieten zo velen in de steek.’

Wat zijn de zaken waar arme landen, van Afrika tot Azië en het Caribisch gebied, meer garanties hadden willen zien? Een overzicht.

Een internationaal klimaatrampenfonds

G77, een coalitie van ontwikkelingslanden en China legden een voorstel op tafel om een soort van internationaal klimaatrampenfonds op te richten om getroffen landen te helpen met de “loss and damage”, de verliezen en de schade die deze landen nu al vaak ondervinden door de opwarming van de aarde met 1,1 graden Celsius. 

Onder meer laaggelegen eilandstaten zoals de Marshalleilanden en Antiqua en Barbuda deden een felle oproep voor de oprichting van zo’n fonds. Ze argumenteerden dat ze het geld nodig hebben voor acties zoal het herbestemmen van mensen die in gebieden wonen die kwetsbaar zijn voor overstromingen en vaker door dit soort rampen worden getroffen nu de zeespiegel stijgt, de oceanen warmer worden en cyclonen vaker aan land komen.

Onder meer laaggelegen eilandstaten zoals de Marshalleilanden en Antiqua en Barbuda deden een felle oproep voor de oprichting van zo’n fonds.

Een dergelijke passage heeft de definitieve COP26-overeenkomst echter niet gehaald, wat door hulporganisatie Oxfam ‘zeer zorgwekkend’ wordt genoemd. 

De slotovereenkomst maakt melding van een jaarlijkse dialoog ‘over regelingen inzake de financiering van activiteiten om verlies en schade af te wenden, te minimaliseren en aan te pakken tot 2024.’  

Experts waren van mening dat de rijkere landen in Glasgow eindelijk de kwestie van “loss and damage” meer aandacht gaven dan in het verleden, misschien omdat ook zij ondertussen ook zelf te maken krijgen met meer gevolgen van de klimaatverandering.

Toch wilden sommige geïndustrialiseerde landen met een hoge uitstoot, geen apart financieringskanaal voor “loss and damage”, omdat dit hun financiële verplichtingen de lucht in zou kunnen jagen.  

Andere ideeën die nog werden geopperd om dergelijk rampenfonds te voeden, waren onder meer een belasting op de verkoop van fossiele brandstoffen of een luchtvaarttaks.

Geld voor adaptatie 

In de aanloop naar COP26 riepen de secretaris-generaal van de VN en ontwikkelingslanden op tot een aanzienlijke verhoging van de financiering om risicogemeenschappen te helpen om zich aan te passen (adaptatie) aan de klimaatverandering, zoals het verstevigen van hun huizen en bijvoorbeeld landerijen en oogsten te beschermen tegen orkanen of een stijgende zeespiegel. 

Er heerste op dat moment al teleurstelling over een eerder gemist doel om tegen 2020 honderd miljard dollar per jaar op te halen om arme landen bij te staan in de verduurzaming van hun energieaanbod. Wellicht zal dat doel pas tegen 2023 worden gehaald. 

In Glasgow hebben enkele rijke regeringen wel nieuwe toezeggingen gedaan – voor in totaal ongeveer 960 miljoen dollar - voor twee belangrijke fondsen die kwetsbare landen moeten helpen om zich aan te passen aan de klimaatverandering.

De financiering voor adaptatie blijft - met ongeveer 20 miljard dollar per jaar - ver onder de jaarlijkse 70 miljard die ontwikkelingslanden momenteel nodig hebben.

Maar de financiering voor adaptatie blijft - met ongeveer 20 miljard dollar per jaar - ver onder de jaarlijkse 70 miljard die ontwikkelingslanden momenteel nodig hebben.

Tegen 2030 zou die jaarlijkse behoefte aan financiering zelfs kunnen stijgen tot 300 miljard dollar, stellen de VN. 

Het Akkoord van Parijs sprak nog over een evenwicht tussen internationale financiering voor emissiereductie en adaptatie-inspanningen in kwetsbare landen. Maar tot nu is enkel een kwart van die klimaatfinanciering naar programma’s gegaan die landen effectief veerkrachtiger maken, zoals bijvoorbeeld het installeren van early warning-systemen die vroegtijdig melding maken van stormweer, het aanplanten van mangroves in kustgebieden en meer investeringen in gewassen die aangepast zijn aan droogte. 

Het Glasgow-akkoord ‘dringt er bij de rijke landen op aan om de klimaatfinanciering voor adaptatie – ten opzichte van de som van 2019 - minstens te verdubbelen tegen 2025 om zo “een balans te vinden tussen het afzwakken van de klimaatverandering en de aanpassing eraan.’

Dat leidt er uiteindelijk toe dat er tegen 2025 een budget voor adaptatie zal zijn van 40 miljard dollar per jaar, wat volgens experts hoogstwaarschijnlijk niet voldoende zal zijn om aan de groeiende nood te voldoen.  

Uitfasering van steenkool

Het is voor het eerst dat een formeel besluit van een klimaattop een directe verwijzing bevat naar de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen - in de Overeenkomst van Parijs van 2015 werd dat nog met geen woord genoemd.

Een ontwerptekst die zaterdag vroeg in omloop was, riep landen op om ‘inspanningen te vergroten voor de geleidelijke afschaffing van unabated coal ’- steenkool waarvan de uitstoot niet beperkt wordt door bijvoorbeeld koolstofopslagsystemen – en inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen. Ook was er sprake van de nood aan steun voor ‘een rechtvaardige transitie’.

Rechtvaardige transitie is nodig om de gevolgen van de uitfasering van fossiele brandstoffen te verzachten voor landen die daar nog erg op steunen, en voor arbeiders in de kolen-, olie- en gasindustrie. De toevoeging van deze term had als bedoeling om olierijke landen en sommige ontwikkelingslanden die nog steeds sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, tevreden te houden.

Maar India drong er uiteindelijk op aan dat de taal in de overeenkomst om steenkool ‘uit te faseren’ zou worden veranderd in pogingen om steenkool ‘af te bouwen’.

1,5 graden overeind houden

COP26 erkende dat de impact van de klimaatverandering veel minder ernstig zal zijn bij een maximale globale stijging van de temperatuur met 1,5 graden in plaats van 2 graden boven het pre-industriële niveau – de meest ambitieuze doelstelling in het Parijsakkoord. 

Volgens prognoses op basis van de huidige nationale plannen, zal de uitstoot tegen het einde van dit decennium nog steeds toenemen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Om dat te behalen – de huidige uitstootnormen tegen 2030 zouden de temperatuur wellicht doen stijgen met 2,4 graden Celsius – werden alle landen in de ontwerptekst gevraagd om hun nationale klimaatplannen tegen eind 2022 te herbekijken en indien nodig aan te scherpen om in overeenstemming te komen met het Akkoord van Parijs. 

Sommige ontwikkelingslanden vonden daarop dat de grootste vervuilers de grootste inspanningen moesten leveren. Het akkoord zegt uiteindelijk enkel dat de updates ‘rekening moeten houden met de nationale omstandigheden’. 

De deal omvat ook een passage over een jaarlijkse bespreking over de voortgang van de vermindering van uitstoot in overeenstemming met wat wetenschappers zeggen dat nodig is om niet hoger dan 1,5 graden uit te komen. Dit blijft echter wel een daling van de uitstoot van CO2 van 45 procent tegen 2030 ten opzichte van het niveau van 2010.

En volgens prognoses op basis van de huidige nationale plannen, zal de uitstoot tegen het einde van dit decennium nog steeds toenemen. De grootste vraag aan het einde van COP26 blijft dan ook of er wel genoeg is gedaan om het gestelde doel van de conferentie te bereiken de 1,5 graden ‘levend’ te houden. Wellicht wordt dat nog een punt van twist in de komende weken en maanden. 

Natuurbehoud en biodiversiteit 

Natuurbeschermingsgroepen zoals het Wereldnatuurfonds (WWF) waren in het algemeen opgetogen over het feit dat de eindtekst spreekt van een ‘onderlinge link tussen de wereldwijde klimaatcrises en het verlies van biodiversiteit’. 

De overeenkomst erkent ook ‘de cruciale rol van de bescherming, het behoud en het herstel van natuur en ecosystemen bij het leveren van voordelen voor klimaatadaptatie en –mitigatie’.

Het beschermen van bossen heeft een grote impact op de doelstellingen om de opwarming van de aarde te beteugelen.

Het beschermen van bossen heeft een grote impact op de doelstellingen om de opwarming van de aarde te beteugelen, aangezien bomen ongeveer een derde van de wereldwijd geproduceerde uitstoot van CO2 absorberen. Ze geven die echter wel weer af als bomen rotten of worden verbrand.

In Glasgow klonk er dan ook lof voor de toezegging om de ontbossing tegen 2030 een halt toe te roepen en de schade te herstellen. 

Die belofte, gedaan naast de formele gesprekken van zo’n honderd leiders die meer dan 85 procent van de bossen in de wereld vertegenwoordigen, wordt ondersteund door meer dan 19 miljard dollar aan publieke en private financiering.

Toch zijn ook eerdere beloften van bedrijven en regeringen om de ontbossing te vertragen, niet ingelost, en blijft de wereld oerwoud en tropische bossen verliezen.

Tuntiak Katan, de coördinator van de Global Alliance of Territorial Communities, een belangengroep voor inheemse bosvolkeren in Afrika, Latijns-Amerika en Indonesië, zegt dat 80 procent van de voorgestelde nieuwe financiering de landrechten van inheemse gemeenschappen zou moeten beschermen. Zij zijn immers een cruciale schakel om de vernietiging van de natuur terug te draaien. 

Tijdens de onderhandelingen om regels vast te leggen voor de globale koolstofmarkt in het kader van het Parijsakkoord, werden vorderingen gemaakt om te voorkomen dat uitstootreducties door zowel verkopers als kopers van CO2-compensaties worden geteld.

Maar milieuactivisten en advocaten waarschuwden dat de nieuwe regels onvoldoende bescherming bieden om een einde te maken aan de schendingen van de rechten van inheemse volkeren, die afhankelijk zijn van bossen om te overleven. 

Deze bijdrage is eerder verschenen bij IPS-partner Thomson Reuters News Foundation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift