Weg naar duurzame palmolie uit Indonesië is lang

Vijftig procent van Kalimantan, het Indonesische deel van het eiland Borneo, is de afgelopen dertig jaar overgenomen door de palmolie-industrie. Indonesië is wereldwijd de grootste palmolieproducent. Critici eisen echter dat de weinig duurzame productiemethoden veranderen.

  • CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0) 'Voedselproductie is de belangrijkste bron van inkomen en werkgelegenheid op het platteland. Twee derde van de werknemers op het platteland werkt in deze sector.' CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0) Experts wijzen erop dat winst niet bij de lokale bevolking terechtkomt. Het economische model is gebaseerd op patronage. CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

Mina Setra van de Inheemse Volksalliantie van de Archipel (AMAN), die strijdt voor het behoud van de traditionele manier van leven van de inheemse bevolking, vreest dat de palmoliebedrijven blijven uitbreiden ‘tot we in zee gedreven worden.’ Productie van palmolie mag volgens haar alleen op duurzame wijze plaatsvinden, want op de huidige manier  dreigen de plantages de plaatselijke economie, inheemse gemeenschappen en de Indonesische biodiversiteit te ondermijnen.

Het verbruik van palmolie is de afgelopen 20 jaar jaarlijks gestegen met 7 procent, blijkt uit nieuwe cijfers van onderzoeksbureau Research and Markets uit Dublin. In 2014 produceerde Indonesië 31 miljoen ton palmolie. Maleisië en Indonesië zijn samen goed voor 85 procent van de wereldwijde palmolieproductie.

Voedselproductie

‘De palmoliesector heeft weinig reële waarde voor de Indonesische economie.’

Hoewel de productie naar verwachting dit jaar lager zal zijn dan in 2014, blijft de industrie zich snel uitbreiden. Daarbij worden miljoenen hectares bos gekapt om plaats te maken voor plantages. De Indonesische overheid en woordvoerders uit de industrie wijzen erop dat de sector werkgelegenheid creëert en dat de plaatselijke bevolking ervan profiteert.

Uit een recente studie van het Rights and Resources Initiative (RRI) in Washington, blijkt dat vooral grote investeerders en bedrijven die 80 procent van de wereldmarkt in handen hebben, de sector een warm hart toedragen.

‘De palmoliesector heeft weinig reële waarde voor de Indonesische economie. De gemiddelde bijdrage van plantagegewassen, inclusief palmolie en rubber, aan het bruto binnenlands product was ongeveer 2,2 procent per jaar’, staat in het rapport.

‘Voedselproductie is de belangrijkste bron van inkomen en werkgelegenheid op het platteland. Twee derde van de werknemers op het platteland werkt in deze sector, zo’n 61 miljoen mensen. Palmolieproductie staat pas op de achtste plaats als het gaat om werkgelegenheid op het platteland. In die sector werken ongeveer 1,4 miljoen mensen.’

Mazen in de wet

De industrie zag haar winst vorig jaar met 15 procent dalen, maar verwacht dit jaar weer meer winst te maken met prijzen die liggen tussen 470 en 570 euro per ton. Toch pleiten veel producenten in Indonesië en Maleisië ervoor om de salarissen te verlagen om de winst hoog te houden.

Experts wijzen erop dat die winst niet bij de lokale bevolking terechtkomt. Het economische model is gebaseerd op patronage. ‘Dit patronagesysteem is de basis voor productie, marketing en distributie van palmolie. Het verbindt belangrijke spelers in de sector met elkaar via legitieme mechanismen, zoals palmolieconsortiums die vaak bestaan uit plaatselijke leiders, hoge ambtenaren en invloedrijke zakenlieden die nauwe banden onderhouden met de nationale leiders’, staat in het RRI-rapport.

CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

Experts wijzen erop dat winst niet bij de lokale bevolking terechtkomt. Het economische model is gebaseerd op patronage.

Activisten zoals Setra beweren dat de industrie mazen in de wet misbruikt om door te gaan met uitbreiding van plantages. Zo heeft de Indonesische regering een moratorium ingesteld op het kappen van bossen voor nieuwe plantages, in een poging wetenschappers, westerse landen en burgers die zich zorgen maken over monocultuur en het verdwijnende regenwoud, gerust te stellen.

Dat verbod geldt echter alleen voor nieuwe vergunningen, niet voor bestaande. Bedrijven met langlopende vergunningen kunnen dus gewoon doorgaan met hun activiteiten. Zelfs als de centrale overheid optreedt, zeggen activisten, gebruiken bedrijven plaatselijke connecties met invloedrijke politici om de regels te omzeilen. ‘Het is een kwaadaardig systeem dat zichzelf in stand houdt’, zegt Setra.

Niet duurzaam

Als plaatselijke activisten opkomen voor hun rechten, resulteert het in isolatie of criminalisering.

Volgens Bryson Ogden, analist bij RRI, zit de industrie zo in elkaar dat de plaatselijke bevolking niets in te brengen heeft. ‘De grootste verliezers zijn de locals die hun land en inkomsten kwijtraken en onder ongunstige voorwaarden in een nieuwe economie belanden.’

Als plaatselijke activisten opkomen voor hun rechten, lopen dat soort campagnes vaak uit op isolatie van een hele gemeenschap of criminalisering van hun activiteiten. In juli 2014 werd een demonstrant tijdens een protest doodgeschoten door de politie in Zuid-Kalimantan. Een soortgelijk bericht dateert van 28 januari van dit jaar. Toen werd in Jambi, aan de oostkust van Sumatra, een demonstrant doodgeschoten.

‘Mensen die al generaties lang hier leven van het land, worden nu gezien als criminelen omdat ze hun manier van leven in stand willen houden’, zegt Setra. Zonder internationale campagne die de schijnwerpers zet op de impact van de palmolieproductie op de lokale bevolking, zullen bedrijven hun gedrag niet veranderen, denkt ze.

Anderen beweren dat het probleem zit in het gebrek aan data. Scott Poynton, oprichter van The Forest Trust (TFT), een milieuorganisatie, zegt dat de informatie over de sociaaleconomische impact van palmolieproductie inadequaat is. De focus op ontbossing in Indonesië en elders is volgens hem het resultaat van ‘onvermoeibaar werk van ngo’s die zich inzetten voor deze zaak, gecombineerd met tools als Global Forest Watch van het World Resource Institute.’ Global Forest Watch is een systeem dat ontbossing in kaart brengt, zodat mensen zich snel en goedkoop hierover kunnen informeren.

Volgens het Wereldnatuurfonds (WNF)zijn is Indonesië en Maleisië in de afgelopen 35 jaar 3,5 miljoen hectare bos gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages.

LEES OOK

Denis Vahrushev (CC BY 2.0)
Bandenfabrikant Vredestein zoekt al jaren naar een alternatief voor het schaarse natuurrubber van de rubberboom. Die lijkt nu te zijn gevonden in de wortel van de Russische paardenbloem.
CC ILO/Ferry Latief (CC BY NC-ND 2.0)
CEPA, de handels- en investeringsovereenkomst waarover de EU en Indonesië onderhandelen, vormt een ernstige bedreiging voor de mensenrechtensituatie in Indonesië.
© Kemal Jufri / Friends of the Earth
Je smeert het op de boterham en poetst er je tanden er mee: palmolie. Ruim de helft van alle levensmiddelen in de supermarkt bevat de olie. De productie ervan loopt echter verre van vlekkeloos.
© Keoma Zec/11.11.11
In Zuidoost-Azië branden maandelijks duizenden hectares natuur af. Het milieu, de lokale bevolking en de buurlanden blijven niet ongemoeid.