Unicef en ILO waarschuwen voor een 'vicieuze armoedecirkel'

Wereldwijd krijgen zes op de tien kinderen geen sociale bescherming

Pierre Holtz (CC BY-SA 2.0)

Zes op de tien kinderen wereldwijd hebben geen toegang tot enige vorm van sociale bescherming, ondanks de cruciale rol ervan voor het ontkomen aan armoede. Dat blijkt uit een gezamenlijk rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie en Unicef. De organisaties spreken van een ‘vicieuze armoedecirkel’.

Volgens het rapport dat deze week werd gepubliceerd leven wereldwijd 385 miljoen kinderen in extreme armoede, waarvan de meerderheid jonger is dan negen jaar. Dagelijks moeten ze het stellen met minder dan 1,90 dollar. Een derde van die kinderen leeft in Zuid-Azië, de helft in Afrika. Onder de huidige economische en demografische vooruitzichten trekt deze ongelijkheid zich in de toekomst enkel nog verder scheef en leeft tegen 2030 negen op de tien kinderen in extreme armoede in Afrika.

Onder sociale bescherming rekent het rapport alle maatregelen die dienen om economisch en sociaal kwetsbare groepen te beschermen. Denk in ons land aan de kinderbijslag of de studietoelage. Voor de 385 miljoen kinderen in extreme armoede kunnen dergelijke bijdragen een substantieel verschil maken, maar opnieuw zijn ook hier grote contrasten tussen de verschillende regio’s. Terwijl in Europa en Centraal-Azië 87 procent van de kinderen op enige vorm van sociale bescherming kan rekenen, is dat voor Azië slechts 28 procent en voor Afrika 16 procent. Veel hangt dan ook af van de budgetten die door de landen worden vrijgemaakt. In Europa wordt gemiddeld 2,5 procent van het BBP uitgegeven aan de bijstand voor kinderen. In Afrika daarentegen wordt slechts 0,6 procent van het BBP geïnvesteerd in de sociale bescherming van kinderen, hoewel kinderen er maar liefst veertig procent van de bevolking uitmaken.

‘Dit is geen privilege van welvarende landen. Het is een kwestie van prioriteiten en politieke wil’

‘We stellen een buitengewone kloof vast die dringend moet worden opgevuld’ zegt Isabel Ortiz van de Internationale Arbeidersorganisatie. ‘Dit is geen privilege van welvarende landen. Het is een kwestie van prioriteiten en politieke wil. Zelfs de allerarmste landen hebben de ruimte om hun middelen beter te investeren in de sociale bescherming van kinderen.’

Het belang daarvan wordt in het rapport veelvuldig onderstreept. ‘Armoede treft kinderen in de meest bepalende en tegelijk meest kwetsbare periode van hun leven’ stelt Alexandra Yuster van Unicef. ‘Ondervoeding en een gebrek aan behoorlijk onderwijs hebben directe gevolgen op de verdere levensloop van het kind.’ Hoewel in de eerste plaats de kinderen er natuurlijk zelf onder lijden, heeft armoede en het gebrek aan sociale bescherming echter ook een impact op de bredere gemeenschap. Onderzoek van de Wereldbank toont aan dat het investeren in gezondheidszorg en onderwijs voor kinderen een rechtstreekse invloed heeft op de productiviteit en de economische groei van die landen. Het is een vicieuze cirkel die volgens het rapport dringend moet doorbroken worden.

Het rapport merkt verder ook op dat kinderarmoede zeker niet enkel een probleem is van ontwikkelingslanden. In 27 landen van de OESO rijst kinderarmoede boven de tien procent en in een aantal Europese landen, waaronder België, Frankrijk, Spanje en Zweden, is dit cijfers sinds de financiële en economische crisis van 2007 terug aan een opmars bezig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift