5 jaar na Rana Plaza

Wat houdt ondernemingen tegen om zelf behoeders van mensenrechten te worden?

Solidarity Center (CC BY-ND 2.0.)

 

Vijf jaar geleden verloren meer dan duizend werknemers het leven na een verschrikkelijke ramp in een grote kledingfabriek in Bangladesh. Verschillende overheden van de ons omringende landen hebben sinds die dag maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat grote bedrijven mensenrechten ernstig nemen en arbeidsstandaarden naleven. Niet zo in ons land. Toch hoeven kmo’s en grote bedrijven niet op een talmende regering te wachten. Ze kunnen het heft in eigen handen nemen en mensenrechten in hun productieproces opnemen én promoten.

De diagnose is ondertussen bekend: de “hypermondialisering” leidt tot rücksichtlose kostendrukking. Helaas niet door vernieuwende en duurzame producten of productiemethoden te ontwikkelen, maar al te vaak door loonmatiging, uitbuiting van werknemers en de afwenteling van milieukosten op de samenleving.

Vijf jaar geleden werd de wereld geconfronteerd met een dramatische reality check: meer dan 1.100 werknemers - vooral textielarbeiders - vonden hun tragische dood bij de instorting van een kledingfabriek in Rana Plaza in Bangladesh. Deze ramp zette de vraag op scherp naar verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van multinationals als het gaat om schending van mensenrechten, arbeidsstandaarden en impact op milieu.

In het verleden werden al initiatieven genomen zoals de VN-Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten uit 2011. Internationaal was er onvoldoende draagvlak om tot bindende regels te komen, maar de marsrichting was uitgezet. Multinationale ondernemingen zouden in de toekomst een aantal verplichtingen hebben ten aanzien van mens en milieu.

Mensenrechten en de regering, het lijkt een moeilijke match in dit land.

België liet zich door deze richtlijnen inspireren om zelf met een Nationaal Actieplan “Ondernemingen en Mensenrechten” te komen. Dat bleek al snel een maat voor niets. Op geen enkele manier werd in de 33 actiepunten een wettelijk kader voorzien om bedrijven op een ernstige manier te responsabiliseren. Mensenrechten en de regering, het lijkt een moeilijke match in dit land.

Frankrijk gaat bijvoorbeeld veel verder. De Franse wet inzake “zorgplicht” (“due diligence”), van vorig jaar is een goed model. Bedrijven moeten kunnen aantonen dat ze goed werkende en transparante ‘Due Diligence’ processen hebben en dat hun activiteiten geen negatieve impact zullen hebben op sociale rechten en mensenrechten. Deze wet draagt niet alleen bij aan een betere risicopreventie, maar vergroot ook de mogelijkheden van slachtoffers en belanghebbenden om schadeloosstelling te eisen. In Nederland en Duitsland kiest de overheid ook voor de weg vooruit door zorgplicht-akkoorden met de bedrijven af te sluiten.

Ondanks een gebrek aan initiatieven door de regering, zit maatschappelijk verantwoord ondernemen gelukkig in het DNA van veel van onze KMO’s en grote bedrijven.

Ondanks een gebrek aan initiatieven door de regering, zit maatschappelijk verantwoord ondernemen gelukkig in het DNA van veel van onze KMO’s en grote bedrijven.

Steeds meer bedrijven en sectoren nemen al hun verantwoordelijkheid. Maar er kan meer. Een ‘can do’ en ‘hands on’ mentaliteit wordt nu alleen van werknemers gevraagd. Dit wijst immers op het denken in mogelijkheden, toekomstgerichtheid en passie voor het werk en het product. Vijf jaar na de verschrikkelijke ramp in Bangladesh is het de hoogste tijd dat grote bedrijven zelf zich deze mentaliteit eigen maken om mensenrechten in hun productieproces op te nemen én te promoten. Het is aan de overheid om deze can-do-mentaliteit brandstof te geven. Ook bedrijven kunnen zo enthousiaste mensenrechtenverdedigers worden.

Dirk Van der Maelen en Maya Detiège zijn actief als kamerlid voor sp.a.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift