Een radicaal andere lezing van het verleden en het heden

60 jaar Congolese onafhankelijkheid: tijd voor een echte dekolonisering van de geschiedlezing

© Miriam Syowia Kyambi

 

Elke poging om een evaluatie te maken van 60 jaar Congolese onafhankelijkheid moet niet alleen wegstappen van een eurocentrische visie, maar ook van bestaande Afro-pessimistische en Afro-optimistische perspectieven, schrijven Aymar Nyenyezi en Koen Vlassenroot in een opiniestuk naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid.

De huidige internationale context kan nauwelijks interessanter zijn dan vandaag om de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid van de Democratische Republiek Congo te vieren. Terwijl politiegeweld tegen zwarten in de Verenigde Staten leidt tot golven van verontwaardiging over de hele wereld, plaatsen antikoloniale en antiracistische sociale bewegingen in Europa enkele van de open wonden van het koloniale verleden opnieuw centraal in het publieke debat. Menigten in Engeland ontmaskeren de beelden van voormalige slavenhandelaren, straten die de naam dragen van voormalige kolonisten worden hernoemd in Frankrijk, de standbeelden van Koning Leopold II worden beklad of verwijderd in België.

Het dekoloniseren van de geesten en gedachten misschien wel de grootste uitdaging van allemaal.

Zestig jaar na het formele einde van de kolonisatie en het begin van de Congolese onafhankelijkheid vragen delen van de bevolking van voormalige koloniserende machten (in Congo en daarbuiten), meer dan ooit, om een ​​herschrijven van de koloniale geschiedenis en een echt debat over de koloniale erfenissen en herinneringen.

Verenigingen die campagne voeren om de koloniale herinnering levend te houden en tegen racisme te strijden, stellen dat de “oude machten” nog een lange weg te gaan hebben in het dekoloniseren van het collectief bewustzijn, de publieke ruimte, schoolprogramma’s, ontwikkelingssamenwerking enz.

Zoals sommigen terecht opmerken, is het dekoloniseren van de geesten en gedachten misschien wel de grootste uitdaging van allemaal.

In de Democratische Republiek Congo wachtte men niet tot 30 juni om een ​​verband te leggen tussen de bestaande levensomstandigheden en de herdenking van onafhankelijkheid. Het proces tegen Vitale Kamerhe, de stafchef van de Congolese President, was een ideaal platform om een ​​nauwgezette diagnose te stellen van de huidige stand van zaken.

Het proces van vorige week veroordeelde de stafchef voor het verduisteren van meer dan 50 miljoen USD en sprak een straf uit van 20 jaar dwangarbeid. Het verwijderde niet alleen een van de belangrijkste politieke spelers van het toneel, maar uitte ook een belangrijke boodschap aan politieke elites dat ze ter verantwoording kunnen worden geroepen wanneer ze openbare middelen verduisteren voor particulier gewin.

De zaak doet direct denken aan een dominante klassieke lezing van de geschiedenis van Congo in termen van patrimonialisme, plundering van openbare middelen en gewapende conflicten, waarvan het land door veel externe waarnemers als een typisch (en extreem) voorbeeld wordt beschouwd. De discussies die zijn uitgelokt naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid, zullen wederom geen uitzondering vormen op het gekende verhaal dat er nauwelijks moeite is gedaan om het welzijn van de Congolese bevolking te verbeteren. Congo had al die jaren veel beter gekund; een analyse die ook in het land zelf breed wordt gedeeld.

Deze lezing van de geschiedenis, hoe slecht de huidige levensomstandigheden in het land ook zijn, krijgt steeds meer de terechte kritiek van een aantal Afrikaanse denkers dat ze een enge eurocentrische visie op de relatie tussen dekolonisatie, tijd en vooruitgang is. De herdenking van de onafhankelijkheid biedt een ideaal moment op een ​​meer genuanceerde en minder westerse lezing van Congo’s geschiedenis. Een lezing die de nodige ruimte biedt voor een Afro-kritisch perspectief op de postkoloniale periode, en die oog heeft voor de endogene processen, betekenissen en strijd die het schrijven van Congo’s eigen geschiedenis mee hebben ingevuld. We doen er goed aan dergelijk perspectief als uitgangspunt te nemen om 60 jaar onafhankelijkheid te evalueren, en te kijken naar de complexiteit van een postkoloniale periode waarin een sociale strijd zit vervat waarmee Congolezen altijd hebben geleefd.

Het zou ons alvast een stuk vooruit helpen in het begrijpen hoe sporen van het verleden en het post-koloniale heden onlosmakelijk verbonden zijn met de huidige ambitie tot een echte emancipatie in de toekomst.

***

In januari 1960 zongen de Congolese artiest Le Grand Kallé en zijn groep African Jazz voor het eerst hun nummer “Table Ronde” in het Brussels Plaza Hotel. Het lied was gemaakt ter gelegenheid van de rondetafelconferentie tussen de Congolese politieke en traditionele elites en de Belgische politieke en zakelijke leiders, met als doel de onafhankelijkheid van Congo voor 30 juni 1960 voor te bereiden.

Een zelfs nog meer emblematisch lied van Le Grand Kallé, die zelf ook deelnam aan de ronde tafel, was ‘Independence cha-cha’. Het lied verhaalt en prijst de overwinning van onafhankelijkheid als een resultaat van de eenheid tussen de meeste Congolese politieke partijen en hun charismatische leiders. De song werd een symbool van de
onafhankelijkheid op het hele Afrikaanse continent en verspreidde een wind van vrijheid en hoop naar al haar uithoeken. Of met de woorden van Grand Kalle:

‘We hebben onafhankelijkheid bereikt
We zijn eindelijk vrij
Aan de ronde tafel hebben we gewonnen
Lang leve de onafhankelijkheid die we hebben gewonnen’.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Vijftig jaar later voert Thsiani Baloji, een Belgische artiest van Congolese afkomst, een hiphop-herinterpretatie van hetzelfde nummer uit. Met de titel ‘Le Jour d’Apres / Siku Ya Baadaye’ gaat Baloji terug naar de beloften van de onafhankelijkheid en bekritiseert hij de fouten die zijn gemaakt door Congolese elites, waarnaar hij refereert als ‘fouten van de jeugd’. Het postkoloniale heden vormt voor de kunstenaar een verwevenheid van verleden, heden en toekomst.

Als we de postkoloniale periode op een degelijke manier willen beoordelen, vertelt Baloji, moeten we de soevereiniteit verkregen tijdens de onafhankelijkheid zien als een vorm van ‘wapenstilstand’ die in wezen de afhankelijkheid verlengt, en dus ook de strijd die ermee gepaard gaat (tegen schulden, plundering van middelen en neokolonialisme in het algemeen).

Hij vervolgt dat we rekening moeten houden met zowel de fouten van de jeugd als met de politieke keuzes die de Congolezen en hun elites blijven maken. Maar ook met de progressieve aspiraties van het Congolese volk, die vervat zijn in “de revolutie na de stemming”, in “de kracht van het getal als tegengif” om evenveel rechten als plichten te verkrijgen. Baloji vervolgt:

Tussen onafhankelijkheid en wapenstilstand
om onze democratieën vooruit te helpen
moeten ze leren van hun jeugdige fouten
Mijn land is een opkomend continent
Gebouwd in minder dan 50 jaar’.

Vandaag, bij de viering van 60 jaar onafhankelijkheid van Congo, moeten we deze visie op het verleden in gedachten houden om het heden te begrijpen en naar op een correcte manier naar de toekomst te kunnen kijken. Zoals een andere Congolese kunstenaar, Sammy Baloji, verkent in zijn fototentoonstelling ‘Congo, fragmenten van een geschiedenis’, betekent spreken over Congo vandaag kunnen spreken over zijn hele historische traject, over de gevoerde strijd in het verleden en het heden, en over zijn successen en mislukkingen die moeten gesitueerd worden in de verstrengeling van het verleden, heden en de toekomst.

Het doet denken aan hoe Achille Mbembe de tijd beschrijft als het ontmoetingspunt tussen het verleden (dat het kader uitzet), het heden (dat probeert dit kader te beïnvloeden) en de toekomst (die dient als horizon voor deze invloed). Mbembe’s opvatting moet worden opgevat als een waarschuwing om de tijd niet vanuit een westerse opvatting te lezen die er vooral een is in termen van vooruitgang, maar om zich te concentreren op de strijd die er betekenis aan geeft.

Het dwingt ons om de manier waarop we terugkijken op de postkoloniale periode van Congo grondig te herzien en te investeren in een radicaal andere lezing van het verleden en het heden.

***

Deze alternatieve lezing van verleden en heden moet volgens ons op een aantal basisprincipes zijn gebaseerd. Ten eerste, zoals Sammy Baloji op overtuigende wijze illustreert in zijn foto’s, moeten we afstand nemen van de epistemologische vertekening die in iedere historische beoordeling die de kolonisatie of onafhankelijkheid als startpunt neemt, zit vervat. Een dergelijke benadering is per definitie koloniaal, omdat het de neiging heeft om het Westen een centrale plaats te geven in de historicisering van Afrika. Andere tijdsperiodes, die geen deel uitmaken van deze twee historische momenten, dreigen immers onopgemerkt te blijven ondanks hun betekenis in wat Congo maakt tot wat het vandaag is.

Elke poging om een evaluatie te maken van 60 jaar Congolese onafhankelijkheid moet niet alleen wegstappen van een eurocentrische visie, maar ook van bestaande Afro-pessimistische en Afro-optimistische perspectieven.

Ten tweede moeten we rekening houden met de lokale utopieën, heterotopiëen, endogene processen van betekenisgeving en de verschillende vormen van voortdurende strijd die de Congolese geschiedenis invullen. Dominante teologische overwegingen die vooruitgang zien als een resultaat van geschiedenis, beschouwen het westerse model vaak als een universele referentie en zijn dus per definitie a-historisch. Ze zijn bovendien problematisch omdat ze wederom de lezing van de geschiedenis koloniseren.

Ten derde bevestigt de antikoloniale kritiek van bovengenoemde kunstenaars dat de toekomst van de Congolezen niet vanuit het perspectief van (externe) experts moet worden bekeken, maar vanuit het perspectief van de basis. In zijn foto’s wil Sammy Baloji afstand nemen van een eurocentrische visie die de afwezigheid van mislukking als een succescriterium beschouwt. Voor hem hangt succes samen met hoe mensen zich de ruïnes van het verleden opnieuw toe-eigenen, ze bewonen en ze uiteindelijk zichzelf in de toekomst zien.

Ten slotte moet elke poging om een evaluatie te maken van 60 jaar Congolese onafhankelijkheid niet alleen wegstappen van een eurocentrische visie, maar ook van bestaande Afro-pessimistische en Afro-optimistische perspectieven. Spreken over Congo op een dekoloniale manier, is zich ook onderscheiden van het Afro-pessimistische discours, dat, vaak met enige neerbuigendheid, de uitdagingen van Afrikanen nogal essentialistisch invult en ze loskoppelt van hun eigen sociaal-historische en politieke realiteit.

Maar ook een Afro-optimistische discours helpt ons weinig vooruit omdat het de neiging heeft blind te blijven voor wat niet werkt en ertoe neigt de bevolking in Afrika te infantiliseren. We dienen toe te geven dat de geschiedenis complex is en wordt beïnvloed door zowel structurele als conjuncturele factoren die continuïteiten en breuken creëren verklaren. Het is op het kruispunt van zulke continuïteiten en breuken dat het heden moet worden gelokaliseerd en dat die verwezenlijkingen zijn te vinden die de wortels voor verandering in zich dragen.

Wanneer we terugkijken op de geschiedenis van Congo dan kunnen we niet anders dan vast te stellen dat dergelijke verwezenlijkingen bestaan ​​en tot verandering leiden. Een belangrijke verwezenlijking is zonder meer het groeiende politieke bewustzijn van de bevolking als gevolg van opeenvolgende en diverse sociaal-politieke strijd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Deze strijd, die vaak in de straten wordt gevoerd, dwong bijvoorbeeld het respect voor de grondwet af bij politieke elites voorafgaand aan de presidents- en parlementsverkiezingen van 2018. Een ander resultaat van deze strijd is een breder gedragen erkenning van politieke machtswisseling als bouwsteen van een stabiel politiek systeem.

Maar er is ook het opnemen van de wapens als uitdrukking van de behoefte tot gemeenschapsintegratie, of de verschillende lokale, nationale en regionale vredesakkoorden als een teken van geleidelijke versterking van de positie van de bevolking zelf. Dit soort verwezenlijkingen moeten vandaag centraal staan ​​in onze beoordeling van de geschiedenis van Congo, een geschiedenis waarop de toekomst van Congo zal worden gebouwd door zowel de Congolezen als haar uiteindelijk gedekoloniseerde partners.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift