Milieuramp dreigt door bouw Afrikaanse Gibe III-dam

Doron (CC BY-SA 3.0)

Het Turkanameer dreigt net zoals het Aralmeer, te verdwijnen.

Een milieuramp vergelijkbaar met die in het Aralmeer in Centraal-Azië dreigt voor het Turkanameer, dat zich uitstrekt van Kenia tot in het noorden van Ethiopië. Dat zegt Timothy Clack, archeoloog en antropoloog aan de Universiteit van Oxford.

Het gebied rond de Omo-rivier en het Turkanameer beslaat delen van Ethiopië, Zuid-Soedan en Kenia. Het is een van de oudste landschappen ter wereld waarvan bekend is dat de homo sapiens er leefde. Het gebied kent een bijzondere etnische diversiteit. In de lagere Omo-Vallei alleen al, leven acht verschillende etnische groepen, die talen spreken die variëren van Afro-Aziatisch tot Nilo-Saharaans.

Bij een veeverzamelplaats aan oevers van de rivier Omo, smeekte een Mursi-oudste mij om “ons verhaal te vertellen, zodat anderen het kennen voordat we allemaal dood zijn in de woestijn.”

“Je zult onze botten in de woestijn vinden.”

Daar waar de rivier uitmondt in het Turkanameer, klonken onder plaatselijke vissers soortgelijke geluiden: “Je zult onze botten in de woestijn vinden.” Het verhaal van het Omo-Turkana-stroomgebied is nu het verhaal geworden van Ethiopië dat zijn periferie exploiteert onder de noemer “ontwikkeling”, en daarbij weinig rekening houdt met de rechten van burgers.

Waterkrachtcentrale

In de afgelopen tien jaar werd op initiatief van de Ethiopische overheid een grote waterkrachtcentrale gebouwd in de Omo, de Gibe III. De bevolking in de regio is daarbij nauwelijks geconsulteerd. De overheid heeft zich ook weidegrond en zoetwater toegeëigend, essentiële hulpbronnen en erfgoed van de bevolking.

Mimi Abebayehu (CC BY-SA 4.0)

In de afgelopen tien jaar werd op initiatief van de Ethiopische overheid een grote waterkrachtcentrale gebouwd in de Omo, de Gibe III.

Dit alles gebeurde ondanks het feit dat het gebied de status van Unesco Werelderfgoed kreeg in 1980. Zoals Richard Leakey, de Keniaanse paleo-antropoloog, natuurbeschermer en politicus het zei: “Deze gebeurtenissen zijn diep verontrustend.”

De afronding van de bouw van Gibe III, Afrika’s grootste dam tot nu toe, heeft de jaarlijkse vloed stopgezet en de stroming van de Omo radicaal verminderd. De Omo levert 90 procent van het nieuwe water dat het Turkanameer instroomt. Hierdoor zijn er ook minder sedimenten en voedingsstoffen beschikbaar die van belang zijn voor de traditionele landbouw, weidegronden in de rivierbedding en de vishabitat.

Door het onttrekken van de instroom in het meer kan het zijn dat het niveau van het meer daalt op een manier die vergelijkbaar is met het Aralmeer in Centraal-Azië.

Meer dan 30 procent van de instroom in het meer wordt onttrokken voor commerciële irrigatieprojecten. Het gevolg hiervan kan zijn dat het niveau van het meer daalt op een manier die vergelijkbaar is met het Aralmeer in Centraal-Azië. Dat meer kromp sinds de jaren 1960 met meer dan twee derde door onttrekking van irrigatiewater. Het Aralmeer wordt door sommigen de “ergste milieuramp ter wereld” genoemd.

Om plaats te maken voor commerciële plantages in de Omo-Vallei, moeten tienduizenden hectares land onteigend worden en moeten duizenden lokale bewoners vertrekken.

Ontwikkeling ten koste van alles

Dat “ontwikkeling” meer is dan eenvoudig het verhogen van het bruto binnenlands product, is door economen al duidelijk gemaakt. In zijn werk Development as Freedom, laat Nobelprijswinnaar en econoom Amartya Sen zien dat duurzame ontwikkeling gebaseerd moet zijn op universele toegang tot sociale en economische behoeften, en ook op politieke en civiele rechten. De vele bevolkingsgroepen in het Omo-Turkana-stroomgebied hadden te lijden onder systematische inperking van hun basisrechten.

Internationale overeenkomsten die de Ethiopische regering ondertekende, zoals het Internationale Convenant inzake Burgerlijke en Politieke Rechten uit 1993 en het Internationale Convenant voor Economische, Sociale en Culturele Rechten, verplichten tot bescherming van de rechten van minderheidsculturen en garanderen “het recht van iedereen om deel te nemen aan het culturele leven.”

Sinds 1948 is Ethiopië ook ondertekenaar van de Conventie inzake de Preventie en Bestraffing van de Misdaad van Genocide. Artikel II gaat over de vernietiging van “een nationale, etnische, raciale of religieuze groep.” Raphael Lemkin, de geestelijk vader van het begrip ‘genocide’, wijst specifiek op de noodzaak tot bescherming tegen “desintegratie van politieke en sociale culturele instituten, nationale gevoelens, religie en het economische bestaan van nationale groepen.”

MauritsV (CC BY-SA 4.0)

een veeverzamelplaats aan oevers van de rivier Omo

Sociale rechtvaardigheid

Het is moeilijk niet te concluderen dat wat we in de Omo-Vallei zien volledig in strijd is met deze commitments van de Ethiopische regering. Haar ontwikkelingsbeleid verandert niet alleen het landschap en erfgoed, maar verwoest complexe systemen van duurzaam leven die al duizenden jaren bestaan. Het grote onrecht hiervan is dat de ecologische kosten gedragen zullen worden door de plaatselijke bevolking, terwijl de winsten naar centrale en internationale bedrijven gaan.

Intussen worden eeuwen van collectieve kennis over veeteelt en vloedafhankelijke cultivatie overbodig gemaakt.

Daarmee ontken ik niet, uiteraard, dat ontwikkeling op de manier die Sen definieert, een prijzenswaardige en noodzakelijke onderneming is. Maar we moeten ook erkennen dat grootschalige infrastructuurprojecten zeer waarschijnlijk verstrekkende gevolgen hebben voor de levensstijl en culturele identiteit van de mensen die daardoor ontheemd raken.

Projecten gericht op economische groei, zonder oog voor sociale rechtvaardigheid en individuele rechten, zijn het niet waard om “ontwikkeling” genoemd te worden. Van ontwikkeling moet de plaatselijke bevolking profiteren, en om dat te bereiken moet niet alleen hun stem gehoord worden, maar moeten ze een centrale en doorslaggevende rol krijgen in elke discussie over de toekomst van hun land en bestaan.

Als wieg en smeltkroes van onze menselijke soort, is het Omo-Turkana-stroomgebied uniek en kostbaar. Het erfgoed en de geschiedenis, en ook de verantwoordelijkheid voor de toekomst van dit gebied, wordt door ons allemaal gedeeld.

Bron: The Conversation

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift