Arabische lente in Syrië dreigt uit te monden in jihadi winter

Auteur en publicist Marc Vandepitte brengt enkele markante maar weinig gekende feiten die de burgeroorlog in Syrië in een ander daglicht stellen.

  • CC FreedomHouse Gevechten in Idlib, Noord-Syrië. CC FreedomHouse

De bloedige aanslag in Damascus op 18 juli, waarbij twee ministers en de schoonbroer van Assad om het leven kwamen, gaf de Syrische milities de wind in de zeilen. Naast een aanval op Damascus lanceerden ze kort daarop een groot offensief, om Aleppo, de tweede stad van het land in te nemen. Het Westen reageerde aanvankelijk euforisch, de regering van Assad zou nu spoedig vallen.

Maar de rebellen slaagden er niet in om bij de stadsbewoners, inclusief de sympathisanten en onbeslisten, steun te krijgen voor hun aanval. Het offensief ging ook hun mogelijkheden te boven en was in feite een ‘strategische overstretch’. Het legde ook heel wat zwakheden bloot: gebrek aan coördinatie, tactische en logistieke tekortkomingen en het ontbreken van politieke eenheid.

Buitenlandse inmenging

Die verdeeldheid wordt ook aangewakkerd van buitenaf. De twee belangrijkste leveranciers van wapens en geld, Qatar en Saoedi-Arabië, steunen namelijk rivaliserende milities en groeperingen in Syrië. Qatar mikt, net zoals Turkije op de Moslimbroeders, terwijl Saoedi-Arabië steun verleent aan de meer radicale Salafisten.

In de gebieden die de rebellen controleren krijgen de islamisten het ondertussen meer en meer voor het zeggen en waar zij kunnen voeren zij een harde versie van de sharia in. Seculiere rechters worden vervangen door clerici en voortaan moeten verdachte criminelen lijfstraffen ondergaan. In Aleppo worden die toegediend met rubber slangen en geknoopte touwen. In een stadje vlakbij de grens met Turkije dreigden de islamisten de handen van de vermeende dieven te amputeren en paradeerden ze met hen door de stad om ze te schande te maken. Libië en Mali wenken.

Jacques Beres, medeoprichter van Artsen zonder Grenzen heeft het van nabij meegemaakt. Hij werkte twee weken in een ziekenhuis in Aleppo. Minstens de helft van de rebellen die hij verzorgde waren van niet-Syrische afkomst. Deze lui zijn blijkbaar vooral bezig met hoe ze na de val van Assad een Islamitische staat kunnen oprichten als onderdeel van een wereldemiraat, uiteraard met invoering van de sharia. Onder hen enkelen afkomstig uit Frankrijk die zegden geïnspireerd te zijn door Mohammed Merah. U weet nog wel, de man die in maart in Toulouse zeven mensen vermoordde in naam van Al Qaeda.

De milities geraken beter bewapend. Ze beschikken over automatische geweren, raketgranaten, antitankraketten, luchtafweergeschut en wellicht zelfs enkele draagbare grond-luchtraketten. Deze wapens worden voornamelijk geleverd door de Golfstaten. Het Westen heeft er ook wel geleverd, maar gaat nu meer en meer op de rem gaan staan uit vrees dat deze wapens in de verkeerde handen (jihadis, Al Qaeda) zouden kunnen terechtkomen. Zo hebben de VS Qatar al gewaarschuwd om geen draagbare grond-luchtraketten te leveren.

Interventie?

Volgens waarnemers heeft de aanval op Aleppo de slagkracht van de rebellen verzwakt. Komt daarbij dat de Syrische Nationale Raad (SNC) omwille van interne verdeeldheid en gebrek aan geloofwaardigheid op het terrein, meer en meer irrelevant geworden is. Is het toeval dat de roep om militaire interventie daarom steeds luider klinkt?

Die roep komt in de eerste plaats vanuit de Golfstaten. De eerste minister van Qatar heeft CNN gemeld dat Arabische landen aan een plan B werken. Dat plan bevat een no-fly zone voor sommige delen van Syrië en het opzetten en erkennen van een voorlopige regering in het noorden van het land. Dit plan wordt ook bediscussieerd met niet-Arabische landen als Turkije en Frankrijk, beiden lid van de NAVO.

Maar over een no-fly zone rondom een ‘safe haven’ moet men zich niet teveel illusies maken. Volgens defensiespecialist Haggerty van het befaamde Massachusetts Institute of Technology is de idee dat zo’n no-fly zone zou kunnen beperkt worden tot een defensieve operatie ‘wishful thinking’. Het zou om een grootschalige en offensieve militaire interventie gaan. De Syrische luchtmacht is vijf keer zo gesofisticeerd als die van Libië en tien maal zoveel als die van Servië. Bij het begin van de interventie zouden er minstens tweehonderd gevechtsvliegtuigen nodig zijn en nog eens meer dan honderd begeleidende vliegtuigen. Dat is een veelvoud van wat in Libië ontplooid werd. Er zouden daarnaast zo’n 600 à 700 kruisraketten noodzakelijk zijn. Ter vergelijking, in Libië werden er 221 ingezeten en bij de invasie in Irak in 2003 802.

In de Westerse wereld is in elk geval geen meerderheid voor militaire interventie in Syrië. In de Europese Unie is 59% tegen en 33% voor. In de VS is dat respectievelijk 55% en 35%, in Turkije 57% en 32%. Mohamed Morsi, de president van Egypte – het grootste Arabische land – heeft zich in de VN uitgesproken tegen zo’n militaire interventie: “Egypte doet inspanningen om een einde te maken aan de tragedie in Syrië binnen een Arabisch, regionaal en internationaal kader. Een kader dat de eenheid van deze broederlijke staat bewaart, dat alle groepen van het Syrische volk omvat zonder discriminatie op basis van ras, geloof of sekte, en dat de Syriërs de gevaren bespaart van een militaire interventie, waartegen we gekant zijn.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift