'Er is nood aan dwingende internationale actie rond bedrijfsactiviteiten en hun impact op mensenrechten'

Bedrijven en mensenrechten: mist België een historische kans?

© Karel Ceule/Broederlijk Delen

Multinationals die boeren- en inheemse gemeenschappen van hun gronden verdrijven, hun water vervuilen en hun gezondheid aantasten. Het wereldwijde geweld tegen activisten en sociale organisaties dat nooit geziene proporties aanneemt. De wijdverspreide straffeloosheid die slachtoffers aan hun lot overlaat. Het wordt iedere dag duidelijker: er is nood aan dwingende internationale actie rond bedrijfsactiviteiten en hun impact op mensenrechten. In de eerste plaats om mensenrechtenschendingen door bedrijven te voorkomen, maar ook om toegang tot rechtspraak en remediëring voor slachtoffers te garanderen.

Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen voelen deze urgentie het sterkst. Maar ook bij ons komen burgers steeds meer in beweging. Ze zijn bezorgd over schadelijke bedrijfsactiviteiten, die een bedreiging vormen voor ons leefmilieu, onze gezondheid en de toekomst van onze kinderen. Denk maar aan de acties tegen de mijnbouw- en agro-business na de recente bosbranden in Brazilië en Bolivia. Groeiende verontwaardiging van kritische consumenten, maar ook de klimaatmobilisaties en een petitie voor bindende regels die al door 600.000 Europese burgers werd ondertekend: ze wijzen allemaal op een groeiend draagvlak voor meer aansprakelijkheid en een verantwoorde economie.

Zorgplicht

Vangen onze politici dit steeds luidere signaal op? Op het niveau van de Verenigde Naties kwam het debat het voorbije decennium in een stroomversnelling. In 2011 werden de VN-Richtlijnen rond Bedrijven en Mensenrechten aangenomen.  Een stap in de goede richting, maar net als de Nationale Actieplannen die eruit voortvloeiden (ook België heeft er één), bleken die Richtlijnen tot op vandaag onvoldoende om in de praktijk een einde te maken aan mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling. Ook de straffeloosheid waarmee bedrijven hun gang kunnen gaan, werd met deze vrijwillige richtlijnen niet aangepakt.

Daarom dienden Ecuador en Zuid-Afrika, niet toevallig twee landen waar multinationals heel wat schade aanrichten, in 2014 een resolutie in bij de Mensenrechtenraad voor de start van de onderhandelingen over een afdwingbaar VN-verdrag. Sindsdien vonden al vier sessies plaats. Vanaf dit jaar ligt een aangepaste ontwerptekst voor en moet het ten gronde over de inhoud gaan. Van staten wordt verwacht dat ze actief bijdragen aan de discussie, en dat ze beginnen te onderhandelen.

De nieuwe Commissie moet nu ook de daad bij het woord voegen en een prioriteit maken van een Europese wet rond zorgplicht voor bedrijven.

De Europese Unie (EU) heeft dit proces tot nu toe eerder vertraagd dan actief meegewerkt. Ook deze week verscheen de EU zonder onderhandelingsmandaat op de sessie in Genève. Een houding die in schril contrast staat tot het enthousiasme rond handelsakkoorden en initiatieven zoals een Multilateraal Investeringshof (MIC), die bedrijven toelaten om staten aan te klagen wanneer sociale en milieunormen hun winsten in de weg staan. Over dit MIC wordt overigens ook net deze week onderhandeld in Wenen, mét mandaat van de EU. Economische belangen blijken dus nog steeds voorrang te krijgen op mensenrechten.

Toch lijkt er ook op Europees niveau stilaan het een en ander te bewegen. Getuige daarvan Didier Reynders, kersvers EU-Commissaris voor Justitie, die onlangs op de rooster werd gelegd door het Europees Parlement. Gevraagd hoe hij respect voor milieu en mensenrechten door bedrijven zou garanderen, antwoordde hij dat vrijwillige internationale richtlijnen niet werken en dat hij zich engageert voor wetgevende initiatieven. Dit antwoord was enigszins verrassend, gezien Reynders’ buitenlandbeleid in België de voorbije jaren, met vrijwilligheid als uitgangspunt. De nieuwe Commissie moet nu ook de daad bij het woord voegen en een prioriteit maken van een Europese wet rond zorgplicht voor bedrijven. Frankrijk gaf alvast het voorbeeld met een nationale wet.

Lopende zaken

En ons land? In België engageren de Brusselse en Waalse regeringen zich in hun regeerakkoorden alvast expliciet vóór een bindend internationaal verdrag. Daarmee volgen ze de positie van een meerderheid in het Europees Parlement. Het Vlaamse regeerakkoord houdt het iets voorzichtiger bij “medewerking aan het internationale kader rond bedrijven en mensenrechten”.

De tijd is met andere woorden rijp. Toch blijft België in dit VN-proces te sterk op de achtergrond. Uit goede bron vernamen we dat België ook deze week niet van plan is het woord te nemen, hoewel ons land zegt het proces te steunen en het verdrag op de EU-agenda te willen houden. Een gemiste kans, want als voortrekker van de mensenrechten, zou België op zijn minst actief zijn steun kunnen uitspreken en een inhoudelijke bijdrage kunnen leveren. Lopende zaken mogen daarvoor geen excuus vormen. De talrijke slachtoffers van mensenrechtenschendingen door bedrijven, van Colombia over Sierra Leone tot Indonesië, rekenen op een rechtvaardig systeem dat een einde maakt aan de voortdurende straffeloosheid.

Wies Willems, beleidsmedewerker Broederlijk Delen.  Hanne Flachet, beleidsmedewerker FIAN België

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift