‘Wij vragen België om zich in te zetten voor internationale solidariteit’

‘België zou de schulden van de armste landen moeten kwijtschelden tijdens deze pandemie’

Imelda (Unsplash)

‘Het gaat voor ons land om zeer kleine bedragen.’

‘België scheldt onvoorwaardelijk de schulden van een privéonderneming kwijt, maar weigert wel om hetzelde te doen wanneer het gaat om de schuld van een land in het Zuiden.’ Verschillende spelers uit de Vlaamse Noord-Zuidbeweging klagen die dubbele standaard aan. ‘Wij vragen dat België zich inzet voor internationale solidariteit.’

Na de vergadering van de ministers van Financiën van de G20 op 26 februari heeft David Malpass, de voorzitter van de Wereldbank, zijn teleurstelling uitgesproken over het geringe effect van het moratorium op de schulden van de ‘armste’ landen.

De leiders van de G20 beslisten in april 2020 tot uitstel van de afbetaling van bepaalde schulden als antwoord op de financieringsnoden van ontwikkelingslanden in covidtijden. De landen keken namelijk aan tegen een steeds verder aangroeiende schuldenberg.

Een jaar na het begin van de pandemie “genieten” maar 43 landen van dit moratorium. Het gaat ook maar over een tijdelijke opschorting van de betaling van bepaalde schulden voor een zeer beperkt bedrag van 5,7 miljard dollar. Dat komt overeen met 1,66 procent van de aflossingen die alle ontwikkelingslanden in 2020 verschuldigd zijn.

Hoewel Malpass betreurt dat de private sector en de Chinese ontwikkelingsbank geen deel uitmaken van dit initiatief, heeft hij het nooit over de afwezigheid van de belangrijkste schuldeisers: de multilaterale kredietverleners, waaronder de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

De ongeziene gezondheidscrisis zette de al bestaande crisis in de overheidsfinanciën van landen van het globale Zuiden verder onder druk. Zoals de conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD) al aankaartte, hadden deze landen het nog moeilijker dan de geïndustrialiseerde economieën om nationale begrotingsmiddelen vrij te maken in antwoord op de pandemie.

Aangezien het moratorium ontoereikend blijkt om de dramatische gevolgen van de crisis op te vangen, is zowel een internationale als een nationale inspanning van essentieel belang: een kwijtschelding van een deel van de schulden bij de Wereldbank en het IMF en schuldverlichting van de vorderingen die België rechtstreeks heeft op landen van het Zuiden.

Voortrekkersrol

België kan een deel van zijn schuldvorderingen onmiddellijk en onvoorwaardelijk kwijtschelden: de in 2020 opgeschorte betalingen en de voor 2021 geplande betalingen. Die maatregel is sinds het begin van de coronacrisis een centrale eis van het internationale middenveld aan alle schuldeisers, om zo de nodige liquiditeit te garanderen aan landen in nood.

De geplande terugbetalingen voor de landen die deelnemen aan het moratorium, bedragen 12,43 miljoen dollar voor 2020 (van mei tot december) en 9,03 miljoen dollar voor 2021. Een dergelijke unilaterale maatregel zou voor België zeer beperkte budgettaire gevolgen hebben, vooral omdat de nettowaarde van deze vorderingen veel lager is dan hun nominale waarde.

Ter vergelijking: BIO, de Belgische openbare ontwikkelingsbank, schold onlangs 50 procent (dat is bijna 5 miljoen euro) van de schuld van Feronia kwijt, een Canadees bedrijf dat palmolie produceert in de Democratische Republiek Congo (DRC). De enige voorwaarde die daaraan werd vastgekoppeld is de uitvoering van een nieuw milieu- en sociaal actieplan.

Enerzijds scheldt België onvoorwaardelijk de schulden van een privéonderneming kwijt en anderzijds weigert het om dat te doen wanneer het gaat om de schuld van een land in het Zuiden.

Deze kwijtschelding van schulden van een bedrijf dat beschuldigd wordt van landroof en schendingen van de arbeidsrechten in DRC, gebeurde zonder dat het actieplan al operationeel is. Hoe valt die dubbele standaard in het ontwikkelings­beleid van België te verklaren? Enerzijds scheldt België onvoorwaardelijk de schulden van een privéonderneming kwijt en anderzijds weigert het om dat te doen wanneer het gaat om de schuld van een land in het Zuiden.

Op korte termijn zou een kwijtschelding van de Belgische schuldvorderingen een sterk politiek signaal zijn. Dat besluit zou een concrete daad zijn van solidariteit tegenover de verarmde landen van het Zuiden. Tijdens de coronacrisis een ‘voortrekkersrol’ spelen zou ook een positief domino-effect kunnen hebben en andere kredietverlenende landen kunnen aansporen dezelfde keuze te maken.

Het Noorse precedent

Die voortrekkersrol is niet ongezien in de geschiedenis: er is een Noors precedent. In 2006 erkende Noorwegen zijn verantwoordelijkheid voor de onrechtmatige schuldenlast van vijf landen in het Zuiden en schold het unilateraal en onvoorwaardelijk zijn schuldvorderingen kwijt voor een bedrag van ongeveer 62 miljoen euro.

Voor het eerst gaf een lid van de Club van Parijs (de informele groep van rijke crediteurlanden waartoe België behoort) zijn verantwoordelijkheid toe voor een inadequaat leenbeleid en nam als antwoord daarop de noodzakelijke corrigerende maatregelen. De Club van Parijs gaf toen aan dat het beginsel van solidariteit tussen de schuldeisers geen belemmering vormt voor eenzijdige schuldkwijtschelding.

Als Noorwegen het heeft gedaan, waarom zou België dat dan niet kunnen? Zeker aangezien het voor ons land om zeer kleine bedragen gaat. Plaats daartegenover bijvoorbeeld de bedragen – tussen 20 en 30 miljard euro – die België jaarlijks misloopt door belastingontduiking. Bovendien nam België eerder al een soortgelijke voortrekkersrol op: het federaal parlement nam in 2015 een wet aan, als eerste in de wereld, die aasgierfondsen aan banden legt door speculatie op de schulden van staten te voorkomen.

Schuldenaudit nodig

Naast deze noodmaatregel om de schuldvorderingen van 2020 en 2021 kwijt te schelden, moet er ook een schuldenaudit naar Noors model worden uitgevoerd, waarbij het middenveld van zowel de kredietverlenende als de debiteurlanden wordt betrokken.

Die audit zou het mogelijk maken om de onregelmatigheden en onwettigheden aan het licht te brengen van bepaalde schulden die niet-democratische regeringen zijn aangegaan of waarvan het geleende bedrag niet ten goede is gekomen aan de plaatselijke bevolking.

Om klaarheid te scheppen in de aard en samenstelling van de opgebouwde schuldvorderingen, moet een volledige audit van de schulden aan België gebeuren.

Bij wijze van voorbeeld: in 1960 handelden België en de Wereldbank in strijd met het internationaal recht, door aan DRC, op het moment van haar onafhankelijkheid, een schuld na te laten zonder instemming van de Congolese bevolking aangezien het land onder Belgisch koloniaal bewind stond.

Die koloniale schuld is zowel illegaal als ongeoorloofd. Om klaarheid te scheppen in de aard en samenstelling van de opgebouwde schuldvorderingen, moet een volledige audit van de schulden aan België gebeuren. Dat is ook wat we vragen in onze petitie voor schuldkwijtschelding.

De geschiedenis en het precedent van Noorwegen kunnen onze parlementsleden inspireren. Zij zullen deze maand debatteren over de parlementaire ontwerpresolutie omtrent de kwijtschelding van de schuld van landen van het Zuiden. In de huidige context van een crisis die alle landen treft maar ook de bestaande ongelijkheden versterkt, vragen wij België om zijn stem te laten horen en zich in te zetten voor internationale solidariteit.

Dit opiniestuk werd geschreven door Anaïs Carton (CADTM), Committee for the Abolition of Illegitimate Debt, Renaud Vivien (Entraide et Fraternité), Aurore Guieu (Oxfam Belgique), Els Hertogen (11.11.11), Leïla Oulhaj (CNCD-11.11.11) en verscheen eerder in het Frans in Le Soir.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift