‘De Soedancrisis was opgelost en ik werd weggezet als leugenaar’

Hoe België samenwerkte met de geheime dienst van Soedan: ‘Meteen begon de delegatie elke vluchteling te bedreigen’

Ahmed Fouad (CC BY-NC 2.0)

Jongemannen in Tokar, een dorp in Soedan vlakbij de Rode Zee, 30 september 2020.

De Belgische staat heeft de mensenrechten geschonden, dat oordeelt het Europees Gerechtshof over de gedwongen deportatie van Soedanese migranten in 2017. Toenmalig staatssecretaris Theo Francken hield vol dat Soedan veilig was, maar eenmaal in Khartoem werden sommige mensen gemarteld. Onderzoeker en journalist Koert Debeuf volgde de ophefmakende kwestie op de voet.

Cairo, 2013. Ik zat in een ‘ahwa (koffiehuis) in downtown Caïro, waar ik op dat moment leefde en werkte. Tegenover mij zat Mubarak, een Soedanese vluchteling die na omzwervingen in Caïro was verzeild. Hij vertelde me zijn levensverhaal. De jongeman was getekend door tegenslagen, ironisch want zijn naam ‘Mubarak’ betekent ‘gezegend’ in het Arabisch.

Hoe kon België samenwerken met een van de meest misdadige dictaturen ter wereld?

Mubarak had als soldaat in het Soedanese leger geweigerd een onschuldige man te doden. Als deserteur was hij daarna gedwongen tot een vluchtend bestaan. Driemaal had hij geprobeerd zijn vaderland te ontvluchten, tweemaal werd hij opgepakt, gevangen gezet en gemarteld. De derde keer slaagde hij erin de Egyptisch hoofdstad te bereiken. Maar de angst bleef. Elke week pakte Mubarak zijn spullen bij elkaar en verhuisde. Elke week naar een ander appartement. Hij was er zeker van dat de Soedanese geheime dienst hem probeerde op te sporen tot in Caïro.

Daarom wilde Mubarak naar Europa, daar zou hij tenminste veilig zijn. Ik probeerde te helpen, schreef brieven naar verschillende Europese ambassadeurs, en legde zijn situatie uit. Niemand antwoordde. ‘Dan maar met de boot’, zei Mubarak. Ik probeerde dat idee uit zijn hoofd te praten, maar tevergeefs.

Mei 2015. Mubarak stuurt me een berichtje: ‘Ik ben Italië.’ Na twee volle weken op zee, kwam hij aan in Italië waar hij de lange tocht aanving naar België. Te voet, met de trein, België is ver. Eenmaal aangekomen in Brussel begon een slopende asielprocedure.

België en de Soedanese geheime dienst

Brussel, augustus 2017. Mubarak stuurt me een tweet van Theo Francken, toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

In zijn tweet postte Francken een foto van zichzelf met de Soedanese ambassadeur. Soedan en België zouden samenwerken rond migratie, zo kondigde Francken aan op Twitter. Soedan zou een ‘identificatie delegatie’ naar België sturen om de Soedanese vluchtelingen, die vooral sliepen en leefden in het Brusselse Maximiliaanpark aan te pakken. De Soedanese delegatie zou de vluchtelingen in het Maximiliaanpark identificeren om hen dan papieren te geven waarmee ze zo snel mogelijk konden teruggestuurd worden naar Soedan.

Ik panikeerde.

Wist Theo Francken dan niet dat de delegatie zou bestaan uit geheime agenten? Ik kende de mukhabarat (de geheime dienst) van mijn tijd in Caïro. Folteringen waren de norm. Vrienden van me die naast het lokale politiebureau woonden, werden elke nacht wakker van het geschreeuw. En dat was in Egypte, waar de situatie minder erg was dan in Soedan. De mensenrechtenschendingen in Soedan waren niet bij te houden. Toenmalig president Omar al-Bashir was op dat moment de enige president die door het Internationaal Gerechtshof in den Haag werd gezocht voor genocide en oorlogsmisdaden.

Hoe kon België samenwerken met een van de meest misdadige dictaturen ter wereld?

Inmiddels was ik opnieuw in Brussel als hoofd van het Tahrir Institute for Middle East Policy. Ik besloot de gevaren van die beslissing publiek aan te kaarten. Maar Fracken veranderde niet van koers, integendeel, het bezoek van de Soedanese delegatie leek net versneld te worden.

‘Geboeid en beledigd’

Theo Francken stuurde me een sms: dat ik de samenstelling van de delegatie niet kende, en dus mijn mond moest houden over geheime agenten. Diezelfde dag nog kreeg ik een anoniem bericht van iemand die werkte in een van de hotels waar de delegatie verbleef. In bijlage vond ik de identiteitskaarten van elk lid van de Soedanese delegatie.

Mijn vermoedens werden bevestigd. Via mijn Soedanese contacten kwam ik te weten dat minstens de helft van de delegatie bekend stond als geheime agenten binnen verschillende Soedanese overheidsinstellingen.

En hier begint het verhaal pas.

Een zeventigtal Soedanezen werd opgepakt door de Belgische politie en moest verschijnen voor de delegatie. Enkelen van hen vertelden me in detail hoe het er aan toeging. Eerst werden ze gearresteerd en moesten geboeid op de grond zitten. Benen gespreid, de een achter de ander, terwijl de politie beledigingen schreeuwde. De gearresteerden werden een voor een voor de delegatie geleid. Er waren geen Belgische agenten of ambtenaren aanwezig, en als die er al waren begrepen ze duidelijk geen Arabisch.

Meteen begon de delegatie elke vluchteling te bedreigen. De delegatie had een lijst ontvangen met de namen van wie gearresteerd was. Ze wisten dus heel goed wie er voor hen zat. Ze dreigden ermee dat hun familie in de problemen zou komen indien ze niet meewerkten en vrijwillig zouden terugkeren.

De meeste Soedanese vluchtelingen panikeerden: sommigen die al asiel hadden aangevraagd in België, annuleerden die aanvraag. Uit angst voor de veiligheid van hun familie, stemden ze in met een terugkeer naar Soedan. Anderen bleven zwijgen en weigerden elke vorm van medewerking.

Maar akkoord of niet, de meesten werden uiteindelijk op het vliegtuig richting Soedan gezet.

Een van de Soedanese vluchtelingen sprak met een advocaat in de hoop zijn uitzetting tegen te houden. Een Belgische rechtbank oordeelde dat de Belgische staat hem niet kon deporteren voordat de rechtbanken zich definitief hadden uitgesproken over de procedure. Toch werd hij naar de luchthaven gebracht. Een man dreigde in het Arabisch hem te verdoven als hij moeilijk bleef doen. De vluchteling tekende ontzet een document, en stemde zo in met zijn deportatie.

Terug in Soedan: gevangenis of marteling

Ik bleef contact houden met zes gedeporteerde Soedanezen, eenmaal ze terug waren in het land dat ze eens wanhopig waren ontvlucht.

Alle gesprekken verliepen via WhatsApp, de enige veilige manier van communicatie. Het contact verliep moeizaam. Stuk voor stuk waren ze doodsbang dat de geheime dienst er achter zou komen dat ze nog contact hadden met buitenlanders.

Een aantal van hen vertelden me dat ze na hun aankomst op de luchthaven van Khartoem werden vastgehouden en gemarteld.

Ik documenteerde zorgvuldig al hun verhalen en bracht ze naar buiten in een rapport van het Tahrir Instituut. Het rapport leidde tot een regeringscrisis. Sommigen eisten het ontslag van Theo Francken. De Belgische regering vroeg het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen om de getuigenissen te onderzoeken.

Het rapport volgde drie maanden later en was voorzichtig kritisch. Het verklaarde dat de procedure in de Soedan-zaak gebrekkig was en dat men de mensenrechten niet altijd kon garanderen. Maar, en dat bleek belangrijker voor de media, het rapport vond geen bewijzen dat de gedeporteerde Soedanezen gemarteld waren.

Het Commissariaat is bezwaarlijk onafhankelijk te noemen; het werkt wekelijks, zo niet dagelijks, samen met de staatssecretaris. Daarnaast is de commissaris-generaal zelf benoemd door de regering. Een van mijn Soedanese contacten had wel degelijk bevestigd aan het Commissariaat dat hij gemarteld was. Maar die cruciale getuigenis werd niet vermeld in het rapport.

Maar daarmee was de zogenaamde Soedancrisis voorbij. En ik werd weggezet als leugenaar. Of op zijn minst als iemand die neigt naar overdrijvingen.

Gerechtigheid

Straatsburg, 27 oktober 2020. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geeft de regering en het Commissariaat ongelijk.

Het EHRM oordeelt dat de Belgische staat de artikels 3 en 13 van het Europees Verdrag tot de bescherming van de rechten van de mens heeft geschonden in de uitwijzing van een gedeporteerde, Soedanese migrant. Het besluit was bijna woordelijk gebaseerd op het rapport van het Tahririnsituut.

Het oordeel drukt België met de neus op de feiten: de Belgische staat schond de rechten van de mens door samen te werken met de Soedanese ‘identificatie delegatie’. Uit het oordeel blijkt ook dat het rapport van het Commissariaat ‘bevooroordeeld’ was, om het zacht uit te drukken. Wat meer is: dit is geen louter Belgisch probleem. Andere landen zoals Italië, Frankrijk en Nederland hebben Soedanezen gedeporteerd in vergelijkbare omstandigheden.

Eindelijk gezegend?

Intussen wierp een erg moedige revolutie het moorddadig regime van Omar al-Bashir omver. Soedan bevindt zich middenin een democratische transitie. Een van de eersten die veroordeeld werd na de revolutie was de Soedanese ambassadeur in België, de man in de tweet van Theo Francken. Als adjunct-hoofd van de Soedanese geheime dienst was hij verantwoordelijk voor vele misdaden van het regime.

Een van de eersten die veroordeeld werd na de revolutie was de Soedanese ambassadeur in België, de man in de tweet van Theo Francken.

Mubarak werd inmiddels erkend als vluchteling. Hij is opgeleid tot metselaar en heeft een vriendin. Momenteel is hij op zoek naar werk. Is hij dan eindelijk toch gezegend?

De veroordeling van het EHRM voelt als gerechtigheid voor alle gedeporteerde Soedanezen. Maar ik wou dit verhaal vooral vertellen in de hoop dat we dit nooit meer laten gebeuren.

Want dit is de Europese Unie, toch?

Dit opiniestuk verscheen eerder bij EUobserver en werd vertaald door Fien Portier.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift