‘Boycot Israël, niet de Israëlische kunstenaars die kritisch over hun realiteit schrijven’

Isabelle Rossaert, journaliste en schrijfster, was vorige week heel blij met de lezingen van David Grossman in Brussel en Gent. En ze werd treurig van de persoonlijke aanvallen op Grossman die daarop volgden. Een open brief aan Lieven De Cauter, naar aanleiding van zijn open brief aan David Grossman op DeWereldMorgen.be.

  • Bokmässan (CC BY-NC 2.0) David Grossman op de Göteborg Book Fair in september 2014. Bokmässan (CC BY-NC 2.0)

Geachte heer De Cauter,

Op dinsdag 8 december bracht de Israëlische schrijver David Grossman een bezoek aan ons land, een bezoek dat –financieel en organisatorisch- mogelijk werd gemaakt door het Studium Generale van HoGent, waar hij die avond in gesprek ging met Sigrid Bousset. Het was zoals steeds wanneer hij in het land is een bijzonder groot privilege om deze man, die niet alleen een groot schrijver is maar ook iemand met een zeer grote persoonlijke integriteit, te horen spreken.

In de context van dit bezoek ontstond commotie in de kringen van mensen die een culturele boycot van Israël een geschikte manier vinden om hun, zeer terechte, afkeur tegenover de politiek van de Israëlische regering vorm te geven. Daarmee lijken deze mensen verder te gaan dan de princiepsverklaring van de Belgian Campaign for an Academic and Cultural Boycott of Israël (BACBI), die handelt over het boycotten van Israëlische instituten, niet van individuele academici en kunstenaars.

‘Grossman is een schrijver die al jaren haatmails en doodsbedreigingen ontvangt omwille van zijn kritische houding tegenover de Israëlische politiek.’

U woonde het lunchgesprek met David Grossman bij in Passa Porta. In uw open brief aan de schrijver, nog diezelfde dag gepubliceerd in De Wereld Morgen, schrijft u vol lof over de mooie en wijze woorden die u Grossman hoorde spreken en u getuigt van het gevoel van treurnis waarmee u na dat gesprek vertrok.

Die treurnis hoeft niet te verwonderen na een gesprek dat ook, hoe kan het anders, ging over de Midden-Oostenproblematiek, verwoord door een man die over deze problematiek vertelt van binnenuit, vanuit het standpunt van de gewone burger. Wat mij verwondert is waaraan u precies die treurnis toeschrijft.

David Grossman is een schrijver die in eigen land al jaren haatmails en doodsbedreigingen ontvangt omwille van zijn kritische houding tegenover de Israëlische politiek. Hij woont ook in een stad waar de mensen, wanneer ze op de bus wachten, nooit stil blijven staan, beducht als ze zijn voor de Palestijnse zelfmoordenaars die Joodse Israëliërs met messen of scharen aanvallen.

Op clandestiene Palestijnse televisiezenders worden demonstraties gegeven van hoe je zo’n mes precies moet plaatsen zodat je de halsslagader raakt. Grossman vertelde erover, bij pot en pint, na het optreden in Gent. Elke messenaanvaller in Jeruzalem –meestal jonge mensen – wordt onmiddellijk gedood. Een honderdtal zijn het er intussen, en die dood, van hele jonge mensen, wordt op die Palestijnse televisiezenders verheerlijkt.

Enkele jaren geleden, tijdens een gesprek in de stadsschouwburg in Leuven, naar aanleiding van zijn eredoctoraat bij de Leuvense universiteit, vertelde Grossman dat Israëliërs geen toekomstplannen maken. Ze hebben eenvoudigweg geen toekomstperspectieven. Uiteraard geldt dat ook, en nog in veel grotere mate, voor de Palestijnse bevolking in Israël en in de Palestijnse gebieden.

U schrijft uw treurnis toe aan het feit dat Grossman ondanks alles blijft spreken over het mirakel dat de stichting van de Israëlische staat, de terugkeer van de Joden na een diaspora van 2000 jaar en de heropleving van het Hebreeuws voor hem nog steeds is.

U verwijt hem dat hij tijdens dat gesprek naliet te vermelden dat deze terugkeer gebaseerd is op een etnische zuivering, het uitmoorden en wegjagen van de Palestijnse bevolking. U verwijt hem dat hij daarmee de beste ambassadeur is waar Israël van kan dromen, een die het menselijke gezicht van Israël toont.

Ook ik hield mijn adem in toen ik Grossman, s’ avonds, in Gent, over het mirakel hoorde vertellen, en ik ademde pas uit toen ik hem meteen daarna, in zijn volgende zin, de nachtmerrie hoorde benoemen die dit mirakel bijna meteen geworden is.

Ook ik word ziek, ziek van woede en verdriet, als ik zie en lees wat de bewoners van de Palestijnse gebieden wordt aangedaan. De muur, de vernederingen aan de checkpoints, de generaties lang gekoesterde olijfgaarden die Israëliers met bulldozers vernietigen, de dicht bevolkte woonwijken die worden gebombardeerd tot er alleen maar puin overblijft, de kinderen die worden gedood terwijl ze op het strand aan het spelen zijn… De vernederingen en pesterijen, ook, van Palestijnse inwoners van de Joodse gebieden. De historische reeks VN-verdragen die systematisch door de Israëliërs met de voeten worden getreden.

De verleiding is op zo’n moment groot om Israël te zien als een monolithisch blok van blinde, gewetenloze agressie. Om te denken in simpele schema’s: Israël is gestoeld op een historische vergissing, een staat gesticht op onrechtmatig verkregen land. Het zou er eenvoudigweg niet mogen zijn.

Maar Israël bestaat. Dat kan niet meer ongedaan worden gemaakt. En net daarom is het verfrissend, onthutsend én verfrissend, om een man als Grossman te horen spreken over het mirakel van Israël, de droom van het beloofde land die leefde en nog steeds leeft bij veel mensen die in dat land wonen, er geïmmigreerd of geboren zijn. Een droom waaraan ze niet minder dan hun identiteit ontlenen. Een droom die hen in een situatie heeft geworpen, helaas, waarin ze in een toestand van voortdurende schizofrenie moeten leven.

In de zomer van 2006 riep David Grossman samen met collega schrijver Amos Oz regeringsleider Ehud Olmert op om de aanvallen op Libanon te staken. Aanvallen waaraan nota bene ook zijn eigen zoon als soldaat deelnam. Twee dagen later sneuvelde die zoon en werd Grossman een rouwende vader van een kind dat stierf in een oorlog waar hij zelf actief verzet tegen had aangetekend. Dit is maar één voorbeeld van de schizofrenie waarin de bevolking in Israël leeft.

Het is moeilijk om Grossman te horen spreken over het mirakel Israël. Het is moeilijk omdat hij daarmee een barst slaat in de monoliet van agressie dat wij, weldenkenden, van op een afstand in Israël zien, omdat hij ons daarmee dwingt te kijken naar iets dat nog veel complexer is dan we, in onze hang naar eenvoudige schema’s over goed en kwaad, wensen te zien. Omdat De Situatie, zoals Grossman het steeds benoemt, er daardoor op het eerste gezicht nog uitzichtlozer door wordt.

Ik zie Grossman niet als een ambassadeur van de Staat Israël, ik zie hem als de vertolker van de positie van gewone mensen, geworpen in een bijzonder onthutsende situatie.

‘Ik kan het me niet veroorloven wanhopig te zijn’, zegt Grossman hierover. Hij pleit voor het streven naar normaliteit, een normaal dagdagelijks leven, als mogelijk uitweg uit de impasse. ‘Ik droom van een tijd dat Joden en Palestijnen samen voetballen, samen musiceren in orkesten’, zei hij hierover dinsdagavond in Gent. Dat mag hopeloos naïef klinken, ik vind het sterk door de grote, moedige kwetsbaarheid die Grossman met dit pleidooi aan de dag legt.

Grossman wordt herhaaldelijk gevraagd waarom hij überhaupt nog in Israël blijft wonen. ‘Natuurlijk hebben wij ons geregeld die vraag gesteld’, zei hij dinsdagavond in Gent hierover. ‘Zeker na de dood van mijn zoon hebben we ons afgevraagd of er voor ons nog een plek is in Israël. Maar dit is het land waarin ik schrijver ben, dit is het land waarvan ik begrijp hoe de mensen er in elkaar zitten, waarin de taal gesproken wordt waarin ik mijn boeken schrijf.’ En elders in het gesprek zei hij: ‘Ik ben een atheïst maar zeer Joods.’

U en vele goed menende collega’s met u, lijken te willen zeggen dat een schrijver, hoe kritisch ook tegenover zijn eigen land, alleen maar recht van spreken heeft, dat we hem alleen maar een platform mogen aanbieden als hij de grondvesten van het land waarin hij geboren is en waaraan hij zijn identiteit ontleent, en de taal die de zijne is en waarin hij zijn boeken schrijft, als hij dat alles verwerpt.

In de filosofische en politiek-ideologische arena zijn er goede argumenten te vinden voor deze vraag. Maar wie diezelfde vraag als mens aan een andere mens stelt, moet beseffen dat het een onmogelijke vraag is. En dat het precies die vraag is, onder andere, die brandstof blijft geven aan het gruwelijke conflict tussen Israël en de haar omliggende gebieden.

‘Cultuur is misschien de enige plek waar een weg gewezen wordt uit de spiraal van haat en geweld.’

Wie Grossman leest en beluistert weet dat hij op geen enkele manier het kwaad goedkeurt dat voortdurend aangericht wordt aan weerszijden van de niet gerespecteerde grenzen tussen Israël en de Palestijnse gebieden. Maar wat Grossman doet is inderdaad het menselijke verhaal brengen. Hij vertelt het verhaal als Israëliër, iemand die in een land woont waar mensen voortdurend in angst leven. En naar dat menselijke verhaal luisteren, aan weerszijden van het vijandschap, is wellicht de enige mogelijke manier om de uitzichtloze spiraal van angst, haat en geweld een halt toe te roepen.

Ik citeer hem graag in zijn eigen, zoveel betere woorden. ‘Want als we de ander van binnenuit kennen – ook als deze ander een vijand is – dan kunnen we nooit meer helemaal onverschillig tegenover hem staan. Iets binnen in ons zal zich verplicht voelen aan hem, of op zijn minst aan zijn complexiteit. Het zal ons moeilijk vallen om hem volkomen te negeren. Hem af te doen als ‘geen mens’. We kunnen ons niet, met ons gebruikelijke, beproefde gemak, onttrekken aan zijn lijden, aan zijn verhaal. Misschien zullen we zelfs iets toleranter staan ten opzichte van zijn fouten. Want ook zijn fouten zullen we dan begrijpen als een onderdeel van zijn tragedie; trouwens, als we nog kracht en edelmoedigheid over hebben, kunnen we zelfs de voorwaarden scheppen waaronder we het onze vijand eveneens gemakkelijker maken te ontkomen aan zijn innerlijke valstrikken. Zo winnen we er zelf ook bij.’(David Grossman, de ander van binnenuit kennen, 2007)

Ik wil hierbij een warme oproep doen om een stem als die van David Grossman net wel, en zoveel mogelijk, te laten horen. Ik wil ook een oproep doen aan wie pleit voor een culturele boycot van Israël. Laten we voorzichtig en genuanceerd zijn met een culturele boycot, waar dan ook. Cultuur, die doorgedreven poging om onze fatale menselijkheid te overstijgen, is misschien de enige plek waar een weg gewezen wordt uit de spiraal van haat en geweld.

Hoogachtend,

Isabelle Rossaert

Isabelle Rossaert is schrijfster en journaliste. Lees ook dit verslag van een gesprek tussen Rossaert en Grossman in 2012.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift