Brand in vluchtelingenkamp Lipa: ‘De uitzondering wordt de regel’

Ann Vermeulen & Pascal Debruyne

29 december 2020
Opinie

‘Dit is geen “Bosnische en lokale kwestie”, dit is een Europese en mondiale kwestie’

Brand in vluchtelingenkamp Lipa: ‘De uitzondering wordt de regel’

Brand in vluchtelingenkamp Lipa: ‘De uitzondering wordt de regel’
Brand in vluchtelingenkamp Lipa: ‘De uitzondering wordt de regel’

In het tijdelijke vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië woedde vorige week een grote brand. Een vijfhonderdtal mensen verkeren in onmiddellijk gevaar vanwege de sneeuw en vrieskou. Ann Vermeulen en Pascal Debruyne: ‘Het Europees migratiebeleid heeft anno 2020 niet enkel Moria als schandvlek.’

© Reuters/Dado Ruvic

Zolang men geen rekening houdt met de kern van zaak – dat deze mensen naar Europa willen komen – zullen de crisissen blijven komen.

© Reuters/Dado Ruvic

In het tijdelijke vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië woedde vorige week een grote brand. De bewoners moesten het kamp eerder op de dag verlaten. Men vermoedt dat bewoners de brand uit onvrede met hun leefomstandigheden aanstaken, er vielen geen slachtoffers. Een vijfhonderdtal mensen verkeren in ‘onmiddellijk gevaar’ vanwege de sneeuw en vrieskou. Ann Vermeulen en Pascal Debruyne: ‘Het Europees migratiebeleid heeft anno 2020 niet enkel Moria als schandvlek.’

Na een brand op 23 december 2020 in het Lipa-kamp in Bihac, in het noordwesten van Bosnië, strandden vele van de ruim 1500 bewoners die eerder op de dag het kamp moesten verlaten in de sneeuw zonder voedsel of water. Velen onder hen zitten vast zonder voorzieningen en verzamelen in de bijtende kou in de enige overgebleven tent in het uitgebrande kamp.

Het beleid creëert zowel aan de binnen- als aan de buitengrenzen mensonterende situaties.

Opnieuw een brand in een miserabel overbevolkt vluchtelingenkamp. Deze keer gebeurt het niet aan de binnengrenzen van Europa, zoals in Moria op Lesbos, maar aan de buitengrens. Deze realiteit vertelt ons iets over de gevolgen van het Europees asiel- en migratiebeleid.

Een Europees migratiebeleid dat focust op migratiemanagement en migratiebeheer als doel stelt, heeft anno 2020 — op het kantelpunt naar 2021 — niet enkel Moria als schandvlek. Dit beleid creëert zowel aan de binnen- als aan de buitengrenzen mensonterende situaties. Deze brand in Bosnië legt een pijnlijke realiteit bloot over dat beleid: er worden enorme budgetten vrijgemaakt voor bordermanagement, maar de gevolgen voor mensen en de regio worden compleet genegeerd.

Het nieuws over de brand zet meteen alle zintuigen op scherp. Eens je de vluchtelingenkampen in de Balkan hebt bezocht, ben je voorgoed wakker geschud: De onmogelijke leefomstandigheden in kampen van meer dan duizend mensen, de amper ingerichte hangars of verlaten fabrieksgebouwen zonder elektriciteit of stromend water, de gebrekkige of afwezige medische zorg, voedselbedeling alsof het dieren waren, sanitaire blokken waar je al kokhalzend overeind probeert te blijven en geen enkele toegang tot juridische bescherming. De wanhoop giert er door de straten en de kampen.

Achter ‘de praat’ over Europa en mensenrechten, zit ‘de daad’ van het werkelijke asiel- en migratiebeleid. En daar vormt “het kamp” niet de uitzondering, maar wordt het de regel. Het verleden en heden tonen ons weinig goeds, de toekomst van het Europese migratiepact belooft niet veel beter.

Niemand wil ze hebben

Meer dan 1000 mensen blijven in de kou staan, zonder voorzieningen of verwarming. ‘We leven als dieren. Zelfs dieren leven beter dan wij!’ zegt een man uit Pakistan die zichzelf als Kasim identificeert op het journaal. ‘Als ze ons niet helpen, zullen we sterven, dus help ons alstublieft.’

Deze brand zou een druppel kunnen zijn die zowel Europa, de Bosnische autoriteiten en officiële hulporganisaties ertoe aanzetten om binnen de vierentwintig uur noodhulp op te starten en eindelijk te focussen op structurele en duurzame oplossingen voor de regio en de betrokken mensen.

De plannen om deze mensen in nood te helpen, botsen echter op verzet. In Bihac wil men niet opnieuw een kamp. De lokale bevolking is het zat. Bosnië is een bottleneck geworden waar duizenden migranten die Europa proberen te bereiken samenkomen. Momenteel leven er ongeveer 8000 mensen op de vlucht in Bosnië en Herzegovina. 5000 van hen worden opgevangen in kampen en 3000 anderen overleven in informele kampen en verlaten gebouwen.

De etnisch verdeelde regio kreunt zelf nog onder de gevolgen van de oorlog: spanningen tussen etnische groepen, enorme werkloosheid, lage lonen en dus amper toekomstperspectief. De buurlanden sluiten zich hermetisch af met financiële steun van de Europese Unie om migratie onder controle te houden.

Vergeet- en verdwijngaten

De situatie voor de brand was reeds precair. Meerdere rapporten van internationale functionarissen en hulporganisaties beschreven de kampen als mensonwaardig, een tikkende tijdbom, een aanslag op de mensenrechten. Het doet denken aan de zogenaamde ‘vergeet- en verdwijngaten’ die de Nederlandse onderzoeksjournaliste Linda Polman beschrijft. Het is door het wegkijken van mensen dat kampen eerst ‘vergeetgaten’ en dan ‘verdwijngaten’ worden. De contouren van het beleid worden bepaald door wat aanvaard wordt.

Het Lipa-kamp werd eerder dit jaar gebouwd als een reactie op overbevolking in een ander kamp in Bihac, het uitbreken van de pandemie en de onleefbare leefomstandigheden in andere kampen. Het kamp was echter nooit menswaardig, laat staan winterklaar. Leven zonder toegang tot noodzakelijke voorzieningen, zonder privacy en in onmenselijke omstandigheden: het lokt veel agressie en spanning uit. Mensen worden boos en gefrustreerd als ze vast zitten zonder perspectief.

Het herleidt het leven in de Bosnische opvangkampen tot een kwestie van overleven. Dag en nacht worden getekend door een hard spel op leven en dood: ‘The Game’. Vooral ’s nachts wordt geprobeerd om, al dan niet met de hulp van smokkelaars, bossen, rivieren en bergen te trotseren om op Europees grondgebied te geraken. Het is een spel met onmogelijke routes, waarbij een confrontatie met politie en grensbewaking kan leiden tot stokslagen, vernederingen, diefstal en pushbacks. Met als grootste dreiging de Kroatische politie en de onvoorspelbaarheid van het weer.

Een vicieuze cirkel dus. De Europese Unie biedt geen enkele legale en veilige weg voor mensen om vanuit Bosnië binnen te komen. Wanneer mensen de grens proberen over te steken, worden ze illegaal teruggedrongen en geconfronteerd met extreem geweld.

Migratiebeheer

De Europese Unie, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en humanitaire partners hebben de autoriteiten in Bosnië en Herzegovina opgeroepen dringend actie te ondernemen. ‘Met de recente hevige sneeuwval en temperaturen onder het vriespunt, lopen tot 500 mensen die momenteel zijn gestrand op de locatie van het voormalige Lipa-kamp een onmiddellijk risico op veiligheid, gezondheid en bescherming’, klinkt het bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de Hoge commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR) van de Verenigde Naties in een gezamenlijke verklaring op 26 december 2020.

Middelen worden toegewezen aan internationale organisaties, maar de grondoorzaken negeert men en houdt men zelfs in stand.

Maar wat is de rol van deze internationale actoren zélf? Wat is er de voorbije jaren gebeurd met de meer dan 70 miljoen euro die de Verenigde Naties aan IOM beschikbaar stelde voor het beheer van de kampen in de regio? Wanneer komt er transparantie over de werkelijke bedragen, de aanbestedingen en een audit over hoe de organisatie deze situatie heeft beheerd? Wie is verantwoordelijk voor deze mensen? Wie zal de kosten dragen voor opvang en het noodzakelijke ‘bed, bad en brood’? En kijkt men verder dan noodkampen zonder begeleiding en juridisch advies, zonder de kans om asiel aan te vragen? Het migratiebeheer lijkt een politiek gefabriceerd doolhof waarbij transparantie ontbreekt en enige eindverantwoordelijkheid veelal verdwijnt.

Internationale organisaties roepen de kibbelende politici in de regio op tot politieke actie. Ze verleggen daarmee de verantwoordelijkheid voor de oplossing naar lokale autoriteiten, die zelf dagelijks de gevolgen van het Europese migratiebeleid ondervinden. Middelen worden toegewezen aan internationale organisaties, maar de grondoorzaken negeert men en houdt men zelfs in stand. Bovendien gaat men voorbij aan de financiële en politieke realiteit van de regio. Meer nog: het Europese migratiebeleid houdt de regio in een houdgreep op maatschappelijk, politiek en economisch vlak.

Wat is er nodig?

Linda Polman stelt dat ‘we niet op zoek zijn naar de “dekentjes tegen de koude”’. Dat zijn pleisters op enorme wonden. Zo veilt men de scherpe kantjes van de poltieke praktijk af. Autoriteiten worden aansprakelijkheid ontnomen, die op die manier een vrijgeleide krijgen om hun verantwoordelijkheid te blijven ontlopen.

Europa moet collectief verantwoordelijkheid nemen, de systeemfouten uit het asiel- en migratiebeleid halen door een eenduidige toepassing van het recht op asiel en een gedeeld coherent opvangbeleid dat tegemoetkomt aan het recht op menselijke waardigheid. Het asiel- en migratiebeleid moet geen mensen ontkleden van rechten — tot ze letterlijk en figuurlijk ‘naakte mensen’ zijn — maar mensen op de vlucht bekleden met rechten.

De belangrijkste vraag die dan ook gesteld moet worden is de volgende: ‘Wanneer zal men eindelijk aan tafel gaan zitten met de betrokkenen en niet langer beslissen boven de hoofden van wie de realiteit ondergaat?’ Er wordt tot op heden gegoocheld met Europees geld, er worden jobs en verantwoordelijkheden gegeven aan Europeanen, beslissingen worden genomen op Europees grondgebied en de lokale bevolking en lokale besturen dienen enkel te ondergaan.

Nog meer druk uitoefenen op de regio, nog meer verwachten van lokale autoriteiten en nog meer noodkampen bouwen, het zal de situatie niet ontmijnen. Zolang het ontbreekt aan erkenning en respect en de betrokken mensen zelf niet deelachtig zijn aan de oplossing, zal er geen vooruitgang geboekt worden. Zolang men de druk op nationale en lokale autoriteiten blijft opdrijven zonder rekening te houden met de uiteindelijke kern van zaak – dat deze mensen naar Europa willen komen – zullen crisissen blijven volgen. Dit is geen ‘Bosnische en lokale kwestie’, dit is een Europese en mondiale kwestie.

Wanneer zal men die collectieve verantwoordelijkheid erkennen? Wanneer zal men die verantwoordelijkheid ook omzetten in een beleid dat vertrekt vanuit rechten en bescherming? Alleen als men vanuit Europa ook bereid is om in overleg met de regio te zoeken naar structurele en duurzame oplossingen, kan deze en hopelijk ook volgende humanitaire rampen vermeden worden. En zo kunnen de verdwijnputten zelf verdwijnen. Dat is het moment waarop mensenrechten geen vodje papier meer zijn, maar een praktisch appel van zij die mensenrechten ontberen.

Ann Vermeulen is mensenrechtenactiviste, ex-OKAN-coördinator en lid van de partijraad van Groen. Pascal Debruyne is doctor in de politieke wetenschappen en onderzoeker bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen (Odisee).