Brusselse parlementsleden vragen erkenning Armeense genocide

De erkenning van de Armeense genocide zou een rechtstreeks en positief effect hebben op de sociale samenhang in Turkije, zeggen verschillende volksvertegenwoordigers van het Brusselse parlement. Zij engageerden zich daarom tot een oproep aan Turkije om de gruwelijke gebeurtenissen van 100 jaar geleden te erkennen als volkerenmoord.

  • Serouj Ourishian (cc by-sa 3.0) Serouj Ourishian (cc by-sa 3.0)

Onder andere omwille van de ontkenning van een genocide die tot de barbaarse en gruwelijke dood van meer dan anderhalf miljoen personen leidde, blijft de Turkse identiteit worstelen met wat Guillaume Perrier “de Armeense schim” heeft genoemd. Een schim, omdat het nog altijd voortsluimert in het collectief onderbewustzijn van een hele bevolkingsgroep die bij gebrek aan erkenning van deze misdaad nog steeds van ver of nabij geraakt wordt door een immer voortdurend genocideproces.

Vanaf 1915 stond de eendracht van de Turkse identiteit op het spel: alle vorm van planning van deze massamoord, die qua omvang, organisatie en vastberadenheid alle kenmerken van een genocide vertoont, zou worden ontkend – al is genocide een begrip dat pas een dertigtal jaar later zou opduiken.

Armeniërs waren trouwens niet de enige slachtoffers van de genocide

Maar de Armeense genocide vond niet alleen plaats in 1915. Ze vindt haar oorsprong in gewelddaden die aan het einde van de XIXde eeuw werden gepleegd en heeft daarna een bloedige wending genomen tot in 1935. Deze genocide heeft voortgeduurd doorheen de twintigste eeuw met de invoering van scherpe structurele, discriminerende maatregelen tegen Armeniërs, gekenmerkt door verdwijningen, doodslagen en moorden.

Armeniërs waren trouwens niet de enige slachtoffers van de genocide. Arameeërs, Assyriërs, Chaldeeërs, Oud-Syriërs, Pontische Grieken… werden ook vervolgd. Allemaal christenen van het Midden-Oosten waarvan een deel sinds kort nu ook onder de onderdrukking van de IS-strijders lijdt.

Wat onmogelijk lijkt te zijn voor de Turkse overheden, namelijk de erkenning van de Armeense genocide, kan niet gerechtvaardigd worden door financiële overwegingen betreffende herstelbetalingen, evenmin door het onvermogen om de gevolgen van toegang tot het kadaster van de in illo tempore in beslag genomen eigendommen te beheren.

Sinds een aantal jaren gaan er steeds meer stemmen op, zelfs in Turkije, om de genocide te erkennen. Een erkenning die alle Turkse gezinnen als een soort bevrijding zouden ervaren omdat zij zich, als gevolg van de globalisering, niet meer kunnen terugvinden in deze steeds harder wordende confrontatie. Een erkenning die ook nieuwe verstandhoudingen tot stand zou kunnen brengen, iets waar Armenië nog steeds op wacht.

Turkije, dat omwille van haar geografische ligging een echte brug is tussen het oosten en westen en tussen de christelijke en de islamitische wereld, en ook een echte economische partner van zowel het oosten als het westen is, zou hiermee voor iedereen aan geloofwaardigheid en respect winnen. En dus ook voor Europa dat onlangs een resolutie over dit onderwerp heeft aangenomen.

Kinderen van slachtoffers blijven altijd slachtoffers, kinderen van folteraars zijn geen folteraars.

Hier moet aan toegevoegd worden dat deze erkenning ook tot verduidelijking, mogelijkerwijs pacificering, kan leiden in een algemenere context van religieuze spanningen. Deze zijn namelijk aangewakkerd door het conflict met IS waarvan de slachtoffers niet alleen de christenen uit het oosten zijn, maar – en dit wordt vaak over het hoofd gezien – vooral ook veel moslims.

Ten slotte zou deze erkenning ook wat soelaas bieden aan het geheugen van honderdduizenden gezinnen verspreid over de hele wereld. De kinderen van overlevenden van deze genocide hebben zich de woorden van de overleden advocaat Edouard Jakhian eigen gemaakt: Kinderen van slachtoffers blijven altijd slachtoffers, kinderen van folteraars zijn geen folteraars. 

Wij, volksvertegenwoordigers, brengen deze eis naar voren omdat ook wij beseffen hoe rechtstreeks en positief het effect van de erkenning van deze genocide door Turkije op de sociale samenhang zou zijn. Het omgekeerde voedt alleen maar argwaan en wantrouwen, om niet te spreken van het onvermijdelijk boemerangeffect van een in dergelijke mate vernederd collectief geheugen.

André du Bus, Brussels volksvertegenwoordiger (CDH)
Paul Delva, Brussels volksvertegenwoordiger (CD&V)
Hervé Doyen, Volksvertegenwoordiger en burgemeester (CDH)
Fatoumata Sidibé, Brussels volksvertegenwoordiger (FDF)
Simone Susskind, Brussels volksvertegenwoordiger (PS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift