Handelsakkoord plaatst handelsbelang boven algemeen belang

‘CETA-handelsakkoord met Canada is historische vergissing’

CNCD-11.11.11 (CC BY-NC-SA 2.0)

 

Sinds het verzet van Magnette in oktober 2016 is het stil geweest rond CETA, het handelsakkoord tussen de EU en Canada. Nochtans moeten zo’n 30 parlementaire vergaderingen in de EU het nog goedkeuren.

Tijdens de onderhandelingen heeft 11.11.11 volop meegedaan aan het protest tegen CETA en we blijven erbij dat het akkoord een historische vergissing is. Deze nieuwe soort handelsakkoorden plaatst handelsbelang boven algemeen belang en vermindert de democratische beleidsruimte die nodig is om de noodzakelijke transitie te maken naar een meer duurzame economie en samenleving.

Elke dag worden we geconfronteerd met nieuws dat de noodzaak van een transitie naar meer duurzaamheid bevestigt: de nog steeds toenemende CO2-uitstoot, de opwarming van de aarde, de vergiftiging en verstikking van de oceanen, de vervuiling van rivieren, de vermindering van de biodiversiteit, maar ook de toenemende ongelijkheid. 87% van de economische welvaartsgroei van de laatste jaren is terecht gekomen in de zakken van de 1%.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (Agenda 2030) en het Klimaatakkoord van Parijs vragen om dringende en uitgebreide inspanningen om de sociale en ecologische dimensie van economische ontwikkeling te versterken.

Elk nieuw handels- en investeringsakkoord vergroot de armslag van de bedrijfsbelangen en vermindert het democratisch zeggenschap en de mogelijkheid om de handel en de economie te richten op duurzame ontwikkeling.

EU, behoeder van de vrije handel?

In het Europese handelsbeleid is daar niet veel van te merken. Het draait sinds enkele jaren op volle toeren en rijgt de (onderhandelingen voor) handels-en investeringsakkoorden aan elkaar. De EU maakt handig gebruik van de afkeer van het unilateralisme en protectionisme van Trump, om zich voor te stellen als de behoeder en de kampioen van de vrije handel. Maar met elk nieuw handels- en investeringsakkoord, vergroot de armslag van de bedrijfsbelangen en vermindert het democratisch zeggenschap en de mogelijkheid om de handel en de economie te richten op duurzame ontwikkeling. CETA staat daarbij model.

Via het handelsbeleid, waarvan de details niet bekend zijn, kan er van alles geregeld worden dat in de normale democratisch arena geen grond zou raken.

Het handelsbeleid en de manier waarop het tot stand komt, is an sich al een toonbeeld van democratisch deficit: parlementen hebben er nauwelijks zicht op of er iets over te zeggen. Op het einde van de rit kunnen ze alleen maar ja of nee knikken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat handelsakkoorden alsmaar uitgebreider worden, zich alsmaar moeien met meer domeinen (ook als die amper iets met handel te maken hebben) en uiteindelijk ook met de binnenlandse regelgeving én zelfs hoe die moet tot verlopen. Via het handelsbeleid, waarvan de details niet bekend zijn, kan er van alles geregeld worden dat in de normale democratisch arena geen grond zou raken.

Ten minste drie elementen uit CETA geven de 1%, of het handels- en bedrijfsbelang, een stevige voet voor op de 99%. Ten eerste, de zogenaamde investeerder-staat geschillenregeling. Deze regeling bestond met Canada tot nu toe enkel voor de voormalige Oostblok landen. CETA breidt ze uit tot alle 28 EU lidstaten.

Ondanks de veranderingen die de Europese Commissie heeft aangebracht aan deze regeling blijft het een instrument dat volop kan ingezet worden door buitenlandse investeerders (en alleen door hen) om beleidsmaatregelen, inclusief sociale en milieumaatregelen, aan te vallen en geldelijke compensaties te eisen als ze vinden dat hun belangen zijn geschaad. Een handig instrument dus voor multinationale ondernemingen om beleidsplannen af te dreigen. Met CETA krijgen de tienduizenden VS-ondernemingen die in Canada gevestigd zijn er meteen ook toegang toe.

Ten tweede verzwakt CETA het “voorzorgsprincipe” dat een fundament is van de Europese regelgeving. Het voorzorgsprincipe komt er op neer dat in geval van onvoldoende wetenschappelijke zekerheid over het bestaan van een risico, de besluitvormer toch actie mag ondernemen en beperkingen mag opleggen aan een producent of een product om gezondheid, milieu en consumenten te beschermen.

In het verleden hebben Canada en de VS in de Wereldhandelsorganisatie met succes Europese maatregelen aangevallen die gebaseerd zijn op het voorzorgsprincipe. Met CETA heeft Canada bijkomende gronden en middelen gekregen om dit te doen en om aanpassingen of sancties en compensaties te bekomen. Bovendien geeft CETA Canada bijkomende mogelijkheden om Europese beslissingen uit te stellen.

Ten derde is er de “regelgevende samenwerking”. CETA bepaalt dat de EU en haar lidstaten elke nieuw regelgevend voorstel moeten publiceren en Canada en Canadese bedrijven de mogelijkheid moet geven om hun bedenkingen te formuleren. CETA stelt een uitgebreid regelgevend overleg in tussen Canada en de EU om de regelgeving op elkaar af te stemmen, wederzijds te erkennen of te aanvaarden als evenwaardig. CETA richt daarvoor een hele reeks van gemengde comités op die ‘stakeholders’ en ook andere handelspartners kunnen betrekken.

De bedrijvenlobby’s zijn alvast zeer tevreden met deze bijkomende mogelijkheid om de regelgeving naar hun hand te zetten.

CETA zegt niets over hoe die comités en samenwerking precies moet verlopen, noch iets over hoe de deelnemers zullen geselecteerd worden, de agenda’s, deelnemers of resultaten gepubliceerd. De bedrijvenlobby’s zijn alvast zeer tevreden met deze bijkomende mogelijkheid om de regelgeving naar hun hand te zetten. Volgens hen is deze ‘regelgevende samenwerking’ een instrument dat “helps us to co-write regulations” en “the gift that keeps on giving”.

De Vlaams en federale regering zeggen dat CETA van groot economisch belang is, maar studies van de EU komen niet verder dan een mogelijke éénmalige verhoging van de economische groei met 0,08% wanneer CETA helemaal uitgevoerd is. Het kan zijn dat CETA voor sommigen een geschenk is, maar met z’n allen zullen we er dus nauwelijks op vooruit gaan. De planeet ook niet. Waarom zouden we er dan zoveel aan opofferen?

Marc Maes is beleidsmedewerker bij 11.11.11

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift