Chinese investeringen zijn kans en risico voor ontwikkelingslanden

Daud Khan

05 april 2019
Opinie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is de boodschap

Chinese investeringen zijn kans en risico voor ontwikkelingslanden

Chinese investeringen zijn kans en risico voor ontwikkelingslanden
Chinese investeringen zijn kans en risico voor ontwikkelingslanden

Chinese investeringen in ontwikkelingslanden bieden die landen een belangrijke kans op vooruitgang, maar alleen als deze bedrijven gedwongen worden maatschappelijk verantwoord te ondernemen, schrijft Daud Khan, ontwikkelingsexpert en econoom.

Pixabay

Pixabay

Chinese investeringen in ontwikkelingslanden bieden die landen een belangrijke kans op vooruitgang, maar alleen als deze bedrijven gedwongen worden maatschappelijk verantwoord te ondernemen, schrijft Daud Khan, ontwikkelingsexpert en econoom.

Vijftig jaar geleden was China een arm land met weinig invloed in de internationale arena. Het land had zelfs geen zetel bij de Verenigde Naties. Sindsdien heeft de economie zich snel ontwikkeld. China is een economische wereldmacht geworden die steeds vaker een leidende rol speelt op het wereldtoneel, als handelspartner en investeerder.

De meest iconische en veelbesproken manifestatie van de toegenomen Chinese economische en politieke invloed is de Nieuwe Zijderoute.

Het Chinese ontwikkelingstraject verschilt sterk van dat van veel andere ontwikkelingslanden die vaak geplaagd worden door politieke en economische problemen, en die er niet in slagen hun potentieel te benutten.

De meest iconische en veelbesproken manifestatie van de toegenomen Chinese economische en politieke invloed is de Nieuwe Zijderoute, die China moet verbinden met markten in Europa en Azië.

Het initiatief is vooral gericht op het verbeteren van handel en logistiek. Tegelijkertijd worden grote investeringen gedaan in mijnbouw, productie, landbouw en diensten – zowel voor export naar Chinese markten als voor verkoop op binnenlandse markten. Deze investeringen worden zowel in rijke landen als in ontwikkelingslanden gedaan.

De impact ervan voor die laatste groep zal waarschijnlijk groot zijn, vooral in ontwikkelingslanden die klem zitten in een val van trage groei en lage investeringen. Dit biedt voor de landen een enorme kans om te profiteren, maar om de winst te maximaliseren is het van groot belang dat de investeringen goed beheerd en gereguleerd worden.

Sterke onderhandelingspositie

De meeste Chinese bedrijven die in het buitenland investeren, zijn middelgrote tot grote bedrijven. Vaak zijn het staatsbedrijven of dochterondernemingen van die bedrijven. Als zodanig hebben ze goede connecties met de overheid en een stevige positie.

Dit brengt ook met zich mee dat ze een zeer sterke onderhandelingspositie hebben ten opzichte van lokale partijen. Het risico bestaat dat ze daardoor gunstige voorwaarden kunnen afdwingen voor henzelf. Dat risico bestaat vooral in landen waar lokale bedrijven klein zijn, en beperkte financiële middelen en bestuurskwaliteiten hebben.

Er bestaat dringend behoefte aan wetgeving en regulering die garandeert dat contracten en overeenkomsten eerlijk en onpartijdig zijn.

Er bestaat dringend behoefte aan wetgeving en regulering die garandeert dat contracten en overeenkomsten eerlijk en onpartijdig zijn. Dit is belangrijk voor alle sectoren, maar in het bijzonder voor activiteiten zoals mijnbouw, waarvoor grote investeringen nodig zijn en waar soms contracten voor tientallen jaren aan vasthangen. Het is van belang dat hier toezicht op is, en dat gekeken wordt naar betaling van royalty’s, de rente, afschrijvingspercentages en verzekeringsbedragen.

Ook moet gegarandeerd worden dat de de producten van de Chinese bedrijven die verkocht worden op de lokale markten een eerlijke prijs hebben en betaalbaar zijn voor de binnenlandse consument; dat er geen transfer pricing is in het geval van export – een praktijk waarbij bedrijven tegen te lage prijs verkopen aan moederbedrijven om belastingen te ontduiken, terwijl er tegelijkertijd minder buitenlandse valuta binnenkomen in het gastland; dat belastingen op tijd betaald worden; dat de negatieve impact op het milieu beperkt wordt; dat werknemers een eerlijk loon krijgen en dat essentiële diensten zoals medische bijstand en onderwijs beschikbaar zijn. Ook moet voorkomen worden dat landeigenaren, boeren en huurders van van hun land of uit hun huis gezet worden.

Gedeelde belangen

Misschien lijkt het alsof deze voorwaarden streng zijn en Chinese investeerders afschrikken. Maar Chinese investeringen moeten niet eenvoudigweg een kans op snelle winst zijn, maar een partnerschap voor langere tijd, gebaseerd op wederzijdse en gedeelde belangen, ook voor werknemers.

Deze voorwaarden, inclusief met betrekking tot transfer pricing, zijn gemeengoed voor transnationale investeerders in de meeste rijke landen en in deze landen hebben Chinese bedrijven er geen moeite mee zich daaraan te houden. Er is geen reden om aan te nemen dat soortgelijke condities niet geaccepteerd zullen worden door Chinese investeerders in ontwikkelingslanden.

In de laatste decennia hebben veel Amerikaanse en Europese bedrijven, inclusief de grote multinationals, al dan niet onder druk van de consumentenlobby, boycots en rechtszaken in landen van herkomst, zich steeds meer geconformeerd aan dergelijke wetten en regels.

Veel van deze bedrijven hebben inmiddels ook programma’s voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Chinese bedrijven zullen hetzelfde moeten doen, als ze op de middellange en lange termijn willen concurreren met westerse bedrijven.

Capaciteitsopbouw

Het is de verantwoordelijkheid van regeringen om wetten en regels te maken om overzeese investeringen in goede banen te leiden. Dergelijke wetten zijn echter vaak moeilijk te implementeren in ontwikkelingslanden met beperkte bestuurscapaciteit.

Het is onwaarschijnlijk dat ngo’s en pressiegroepen in China de lobby tegen oneerlijke handel of productiepraktijken door Chinese bedrijven in het buitenland op zich zullen nemen, iets wat wel gebeurde bij Amerikaanse en Europese bedrijven.

Dat is nog sterker het geval wanneer het gaat om Chinese investeerders die, zoals gezegd, groot zijn en een goed netwerk van relaties hebben.

Het is onwaarschijnlijk dat ngo’s en pressiegroepen in China de lobby tegen oneerlijke handel of productiepraktijken door Chinese bedrijven in het buitenland op zich zullen nemen, iets wat wel gebeurde bij Amerikaanse en Europese bedrijven.

In deze situatie rust een grote verantwoordelijkheid op de schouders van ngo’s, de pers en het rechtssysteem in ontwikkelingslanden. Deze instituten moeten de uitdaging aangaan.

Dat zal niet eenvoudig zijn en hulp van de internationale ontwikkelingsgemeenschap is daarbij zeer welkom. Op politiek niveau moeten de Verenigde Naties en andere instituten regeringen helpen wetten en regels te formuleren. En internationale ngo’s, lobbygroepen en consumentenverenigingen zullen organisaties in ontwikkelingslanden moeten oprichten en ondersteunen.

De moeilijkste hindernis is echter voor regeringen in ontwikkelingslanden. Zij moeten leren inzien dat ngo’s, de pers en het rechtssysteem belangrijke partners zijn in het ontwikkelingsproces, en geen beletsel voor handel en financiële partnerschappen.

Daud Khan is ontwikkelingsexpert en econoom.