Regeringen moeten CO2-belasting overwegen en internationale instellingen moeten het aanmoedigen

CO2-taks is de sleutel om ontbossing tegen te gaan

Szabolcs Molnar / Pixabay

 

In Colombia en Costa Rica, twee landen die een CO2-belasting hebben opgelegd, is de ontbossing verminderd en stijgen tegelijk de inkomsten voor bosherstel, schrijven hoogleraar Economie Edward Barbier en Sebastian Troëng, vicedirecteur van Conservation International.

Mensen vernietigden tropische bossen vorig jaar in een moordend tempo – de bosvernietiging in de Amazone steeg zelfs met 85 procent sinds 2018. Maar midden in die ontbossingsgolf gaan twee landen tegen de stroming in.

Colombia en Costa Rica stelden niet alleen een daling van de ontbossing vast, maar ook meer inspanningen om eerder aangetaste bossen te herstellen en zo meer inkomsten voor hun economieën op te leveren.

Uitstoot verminderen

Wat hebben de twee groene landen gemeen? Beide hebben belastingen op CO2-uitstoot geheven.

Economen en wetenschappers zijn het erover eens dat CO2-belastingen helpen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, omdat ze het gebruik van fossiele brandstoffen afremmen. Maar dat is niet alles wat ze kunnen doen, zoals wij opmerken in een essay in Nature.

Zowel in Colombia als Costa Rica zijn de ontbossingspercentages lager, terwijl de inkomsten voor het herstel van de bossen stijgen

Een CO2-taks blijkt ook effectief in het verminderen van de uitstoot veroorzaakt door de vernietiging van tropisch regenwoud, waardoor ze nog crucialer zijn om de klimaatcrisis aan te pakken.

Tropische ontbossing

Als tropische ontbossing een land zou zijn, zou het na China en de VS de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld zijn. Bovendien zijn tropische regenwouden net belangrijk om koolstof uit de atmosfeer op te slaan: het Amazonewoud absorbeert bijvoorbeeld elk jaar vijf procent van de wereldwijde koolstofemissies.

Dit betekent dat, als we onze regenwouden kappen, we ook een van onze beste instrumenten elimineren om de klimaatcrisis aan te pakken.

Maar zowel in Colombia als Costa Rica zijn de ontbossingspercentages lager, terwijl de inkomsten voor het herstel van de bossen stijgen.

Zelfde effect

De twee programma’s hebben verschillende structuren, maar vergelijkbare effecten. Sinds 1997 heeft de CO2-belasting van Costa Rica bijgedragen tot de bescherming en het herstel van wouden in een kwart van het land. Ze genereert elk jaar 26,5 miljoen dollar aan inkomsten, die de overheid vervolgens uitbetaalt aan boeren en landeigenaren die zich inzetten voor bescherming of herstel van het regenwoud op hun eigendom.

Ondertussen heeft het programma van Colombia de afgelopen drie jaar meer dan 250 miljoen dollar aan inkomsten gegenereerd. Meer dan een kwart van die inkomsten gaat naar milieu-ingrepen zoals de strijd tegen ontbossing en de bescherming van natuurgebieden.

Armoede

De programma’s bieden ook een antwoord op het argument dat koolstofbelastingen onevenredig grote gevolgen hebben voor mensen met een lager inkomen.

In Costa Rica helpt de overheid inwoners met lagere inkomens bij het voltooien van hun aanvragen en geeft ze prioriteit aan regio’s met lagere inkomens bij het verdelen van betalingen. Twee op de vijf mensen die een betaling ontvangen van het programma leven onder de armoedegrens.

We wilden zien wat er zou gebeuren als andere landen een vergelijkbaar beleid zouden aannemen, dus we analyseerden hun potentiële impact op twaalf landen met tropische regenwouden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.

Groot potentieel

Ons model toont aan dat, als alle twaalf landen een beleid zouden voeren zoals dat van Colombia, deze landen gezamenlijk jaarlijks 1,66 miljard euro zouden genereren. Als ze zouden besluiten een nog ambitieuzer voorstel aan te nemen in het licht van de toenemende wereldwijde uitstoot, zouden hun inkomsten stijgen tot bijna 12 miljard – vergelijkbaar met het bbp van een land als Nicaragua.

Ons onderzoek toont aan dat een CO2-belasting een van de meest effectieve ingrepen is die een land kan doen

Beide scenario’s zouden een diepgaande invloed hebben op de inspanningen voor bescherming en herstel. Landen met de grootste bedreigingen door ontbossing, zoals Indonesië, zouden krachtige financieringsstromen hebben om verwoeste landschappen te helpen herstellen.

Andere landen, zoals Mexico en Maleisië, zouden hun beschermde gebieden beter kunnen controleren. En elk land zou tegelijk de eigen afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen.

Bijzonder eenvoudig

Ons onderzoek toont aan dat een CO2-belasting een van de meest effectieve ingrepen is die een land kan doen, en een bijzonder eenvoudig initiatief voor landen met bestaande CO2-compensatieprogramma’s, zoals Peru en Ecuador.

Het biedt een krachtig hulpmiddel voor overheden om ontbossing te bestrijden, emissies te verminderen en plattelandsgemeenschappen te ondersteunen. Regeringen moeten het overwegen en internationale instellingen moeten het aanmoedigen.

De wetenschap vertelt ons dat de mensheid ongeveer tien jaar de tijd heeft om van koers te veranderen en een worst-case klimaatscenario te vermijden. Een CO2-belasting in tropische landen zou daartoe een heel eind komen – en tegelijkertijd degenen helpen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van het klimaat.

Edward Barbier is hoogleraar Economie aan de Colorado State University; Sebastian Troëng is vicevoorzitter van Conservation International.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift