Dossier: 
‘We willen “stoppen met stoppen” in het wilde weg’

COVID-19: ‘Cultuur is geen pasmunt!’

Max Tarkhov (CC BY 2.0)

 

Meer dan 450 artistieke en sociaal-culturele organisaties, waaronder kunstencentrum BOZAR en burgerbeweging Hart Boven Hard, doen een oproep om ‘de draagkracht van de maatregelen’ te verdelen over de hele samenleving: ‘Tot nu toe besloot de Belgische overheid om bepaalde sectoren te beschermen, ten koste van andere die het sociale weefsel van onze samenleving vormen.’

We willen niet ingaan op wat tot de huidige situatie heeft geleid en hoe die misschien voorkomen had kunnen worden. Feit is dat de aanpak van de corona-epidemie in België leidde tot twee grote lockdownperiodes.

‘Leven met het virus’ betekent dat we de draagkracht van de maatregelen verdelen over de hele samenleving.

De eerste werd als een noodtoestand uitgeroepen in het voorjaar; een tweede, voorspelbare lockdown volgde in het najaar. Al in maart kondigden wetenschappers aan dat de gezondheidscrisis waarschijnlijk twee jaar zou duren. Pas dan zou het virus vanzelf verdwijnen, of zouden er preventieve of medische oplossingen zijn gevonden. In de zomer had men dus een meer vooruitziende en anticiperende aanpak kunnen uitwerken om een nieuwe lockdown te vermijden.

Het onveranderlijke uitgangspunt voor het beleid is de ziekenhuiscapaciteit. Maar aan de echte noden van de zorgsector wordt geen gehoor gegeven. Men houdt ook geen rekening met de nefaste gevolgen van deze lockdown voor de fysieke en psychische gezondheid van de bevolking. Om maar te zwijgen van de economische ramp voor de sectoren zoals de horeca, cultuur, sport, contactberoepen en kleinhandel, die telkens als eerste moeten sluiten en als laatste kunnen heropenen.

Het zal niemand zijn ontgaan dat de beperkingen niet op dezelfde manier gelden voor de verschillende segmenten in onze samenleving. Sommige sectoren lijken als pasmunt te dienen. Ze worden stopgezet opdat andere, zogenaamd ‘essentiële’, sectoren zouden kunnen blijven functioneren.

Tijdens de eerste lockdown bleef een derde van de actieve bevolking pendelen naar het werk. De tweede lockdown voorziet vrijstellingen die alle bedrijven, fabrieken en ondernemingen waar telewerk niet mogelijk is toelaten te blijven functioneren. In september heropenden de scholen zonder de nodige middelen om de verspreiding van het virus in te dijken. Sinds de versoepeling van de lockdownmaatregelen in de zomer paste het openbaar vervoer zijn aanbod niet meer aan. Het organiseerde ook geen minimum aan voorzorgsmaatregelen. Met de invoering van de avondklok in de herfst – een zorgwekkende maatregel voor de openbare vrijheid – mogen we ’s avonds niet buitenkomen, zelfs niet alleen, en dat terwijl de mensenmassa overdag blijft circuleren op het openbaar vervoer, in supermarkten, in bepaalde bedrijven …

De maatregelen evolueerden evenwel. In het voorjaar werden markten in open lucht verboden, terwijl supermarkten op volle toeren draaiden. In het najaar kunnen voedingsmarkten openblijven, en zelfs ook boekhandels. Maar er is een zorgwekkende tendens, die tot uiting kwam in het besluit om de winkels te heropenen in aanloop naar Kerst, terwijl andere vragen op de lange baan worden geschoven.

In juni ging de cultuursector weer aan de slag met strikte protocollen die werden toegepast. Bovendien werden die protocollen voortdurend gewijzigd, wat zwaar woog op de publiekscapaciteit en bijgevolg ook op het economische voortbestaan van de cultuurhuizen. Maar goed, het was alvast mogelijk om geplande activiteiten te laten doorgaan en zo ook een sociaal leven te behouden – met uitzondering van de concertzalen met staand publiek, die niet konden heropenen. Intussen heeft nog geen enkele studie aangetoond dat culturele ruimtes een bron van besmetting zouden zijn (ze zouden zelfs tot de veiligste sectoren behoren). We twijfelen er daarom ten zeerste aan dat de sluiting van de cultuursector bijdraagt aan het bestrijden van de epidemie.

Wij zijn boos. En onze boosheid wordt gevoed door de catastrofe die deze tweede lockdown veroorzaakt. Tussen de twee lockdowns door werd niets ondernomen om de gezondheidszorg structureel te ondersteunen. De sectoren die grote winsten maakten in deze periode, werden niet aangesproken. Na bijna een jaar van variërende inperkingen zien we hoe grote retailbedrijven bevoorrecht worden, ten koste van de lokale economie.

Virtuele gewoontes installeren zich en zullen ons samenleven nog lange tijd markeren. Productiviteit en werktijd krijgen voorrang op sociale en culturele tijd. Psychische problemen en mentale kwetsbaarheid door mislukte carrières, verloren jobs of verwaterde sociale contacten worden niet in acht genomen. Senioren raken geïsoleerd of leven opgesloten in rusthuizen. Niet alles draait om geld. En ook al is er financiële ondersteuning (vaak ontoereikend of onbestaand in situaties waarin onzekerheid sowieso al de norm is), de overheid voorziet niet de nodige middelen om het overleven van de sectoren die stopgezet werden te waarborgen.

De volgende maanden blijven we wellicht nog niet gespaard van het virus. Maar we weigeren te blijven leven in dezelfde repetitieve cyclus van gericht intomen van het sociale, educatieve, culturele, sportieve en verenigingsleven. We willen ‘stoppen met stoppen’ in het wilde weg. We willen weg van de kortetermijnvisie, van de ellendige keuze tussen lockdown en ramp, van een beleid gedicteerd door curves en hun angstaanjagende interpretaties, van autoritair en willekeurig beleid dat een grotere impact heeft op onze toekomst dan op de pandemie zelf.

Dit betekent niet dat we het lot tarten. Er bestaan andere manieren om met een epidemie om te gaan.

Dit betekent niet dat we het lot tarten. Er bestaan andere manieren om met een epidemie om te gaan. In vergelijkbare omstandigheden kiezen andere landen bijvoorbeeld voor maatregelen die afgestemd zijn op de omvang en capaciteit van gebouwen in plaats van op de aard van de activiteiten. Of ze sparen de kwetsbare sectoren die de opeenvolgende maatregelen misschien niet overleven …

‘Leven met het virus’ betekent dat we de draagkracht van de maatregelen verdelen over de hele samenleving. Tot nu toe besloot de Belgische overheid om bepaalde sectoren te beschermen, ten koste van andere die verbinding creëren en die het sociale weefsel van onze samenleving vormen.

In een periode van fundamentele inperking van onze vrijheid en van ons democratisch systeem, is de kritische en emancipatorische dynamiek van cultuur meer dan ooit nodig. Alle activiteiten en plekken voor ontmoeting, uitwisseling, dialoog en debat, zijn essentieel voor het sociale leven en voor alles wat menselijk is, en moeten opnieuw hoog op de agenda komen te staan.

***

Deze tekst werd ondertekend door meer dan 450 artistieke en sociaal-culturele organisaties uit het hele land, voornamelijk in Brussel en Wallonië. Alle disciplines zijn vertegenwoordigd: zalen en culturele instellingen (bioscopen, theaters, concertzalen, culturele centra, kunstencentra, musea, galerijen …), festivals, platformen en federaties, creatieve en collectieve ruimtes, workshops, filmproductie, dans- en theatergezelschappen, circusgezelschappen, uitgeverijen, muzieklabels, bookingsagenten … Ook verenigingen die actief zijn op het gebied van volwassenenvorming, culturele democratie, bemiddeling, erfgoed, onderwijs, gezondheid, geestelijke gezondheid, jeugd en ouderen … Organisaties kunnen zich nog steeds aansluiten.

De volledige lijst van organisaties vindt u hier.

Deze tekst werd ook in het Frans gepubliceerd in Le Soir.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift