De andere moet zijn zoals ik mezelf zie

Wie op de een of andere manier met media bezig is, weet dat de discussie over de zichtbaarheid van allochtonen in de media al meer dan twintig jaar loopt. Ze ebt af en toe weg om dan weer op te flakkeren. Iedereen die bij deze discussie betrokken is, vindt dat het tijd wordt dat de media, de openbare omroep op kop, de samenleving weerspiegelt. Maar wat is er ondertussen gerealiseerd? Bitter weinig.

  • Brecht Goris Samira Bendadi Brecht Goris

‘Zijn er goedpratende vrouwelijke allochtone non-fictieautrices in de zaal? ‘t is voor Interne Keuken, Radio 1. Kwestie van de quota te halen.’

Dat twitterde Koen Fillet toen bekend raakte dat de VRT zichzelf quota oplegde om meer vrouwen en allochtonen op het scherm te brengen. Wel, hier ben ik, mijnheer Fillet. Ik heb in 2008 een non-fictie boek geschreven. Het heet Dolle Amina’s. En raad eens: het gaat over feminisme bij moslima’s. Een erg populair onderwerp in medialand. Maar u bent gewaarschuwd. Mijn boek is gebaseerd op grondige research en veel interviews met vrouwen in vier verschillende landen. Het gaat dus om kwaliteit.

Wie op de een of andere manier met media bezig is, weet dat de discussie over de zichtbaarheid van allochtonen in de media al meer dan twintig jaar loopt. Ze ebt af en toe weg om dan weer op te flakkeren. Iedereen die bij deze discussie betrokken is, vindt dat het tijd wordt dat de media, de openbare omroep op kop, de samenleving weerspiegelt. Maar wat is er ondertussen gerealiseerd? Bitter weinig. Hier en daar kwam er een initiatief, zoals een gids voor journalisten met gegevens van allochtone deskundigen, de Diversiteitscel van de VRT en stages voor allochtone aspirant-journalisten en programmamedewerkers. Quota kwamen er niet, tot nu.

Burgers van Allochtonië

Nu de top van de VRT toch beslist heeft om streefcijfers vast te leggen, wordt er opnieuw gezwaaid met het label kwaliteit en komen de denigrerende commentaren weer naar boven. Het is alsof het opleggen van streefcijfers per definitie de kwaliteit in het gedrang brengt. Alsof die kwaliteit per definitie niet te vinden is bij allochtonen. Men focust op jobs en op zichtbare functies en gaat voorbij aan het feit dat de streefcijfers betrekking hebben op allerlei vormen van aanwezigheid: aanwezigheid in praatprogramma’s, spelprogramma’s, aanwezigheid achter de schermen. Men gaat voorbij aan de tijdelijkheid van de maatregel. Men gaat voorbij aan het feit dat het ontbreken van allochtonen met veel meer te maken heeft dan met taal en diploma’s alleen. Men gaat voorbij aan de onzichtbare uitsluitingsmechanismen. Men gaat ten slotte voorbij aan de uiteindelijke doelstellingen van een dergelijke maatregel.

Voor mij gaat het niet om cijfers alleen, niet om politieke correctheid en zelfs niet om de weerspiegeling van de maatschappij. Mij gaat het in de eerste plaats om het invullen van de noden binnen een bepaalde maatschappij. Voor mij gaat het om samenleven, om elkaar beter leren kennen, om werkelijkheid en perceptie samen vorm geven. Voor mij gaat het om de toekomst.

Want wat is de situatie nu? Wij, burgers van Allochtonië, wonen in hetzelfde miezerige weertje als de rest van de bevolking, maken dezelfde verkeersellende mee, treinvertragingen inbegrepen. Wij werken, studeren, eten, drinken, huwen, maken kinderen, scheiden, zondigen en sterven. Maar we worden benaderd alsof we van Mars komen. En het is een hardnekkig verschijnsel. Men wil allochtonen, maar vindt ze niet. Ze zijn overal, maar men ziet ze niet. En wanneer men hen tegenkomt is men vaak teleurgesteld. Men kan hen, helaas, het woord niet geven of aan bod laten komen. Het verhaal is er niet één van diploma’s en vaardigheden alleen. Het is geen kwestie van kwaliteit, het is vooral een kwestie van verwachtingen. In het benaderen van de andere, zoekt men in hem naar het beeld van zichzelf. De andere moet zijn zoals ik mezelf zie.

Net als wij

Met andere woorden, de allochtone journalist en/of schrijver moet niet de werkelijkheid weergeven zoals hij die ervaart maar zoals wij, autochtonen, het ons voorstellen. Dit verklaart mee waarom sommige allochtonen op een voetstuk worden geplaatst en anderen genegeerd of zelfs de grond in geboord. Het resultaat is dat velen onderweg afhaken en veel talent verloren gaat.

Ook wanneer programma’s worden gemaakt over de andere, de allochtoon, de moslim, vertrekt men al te vaak vanuit de eigen verbeelding. We gaan vooral op zoek naar datgene wat we bevestigd willen zien. Zelden lukt het journalisten om zich in de andere te verplaatsen. Veelgeprezen reporters, zoals Jan Leyers en Annemie Struyf, komen teleurgesteld terug van verre reizen. Wij staan mijlen van elkaar verwijderd, is hun conclusie.

Ruth Joos schreef in De Standaard dat vrouwen om op het scherm te komen er goed moeten uitzien. Allochtone vrouwen moeten daarbovenop aan de verwachtingen voldoen en aan het stereotiepe beeld beantwoorden van de geëmancipeerde moslima die zich bevrijd heeft van cultuur, religie, gemeenschap en alles wat daarbij hoort.

In feite is Vlaanderen niet aan het wachten op de Vlaamse journalist met een exotische achternaam. Men wacht op een exotische journalist met een ‘pure’ Vlaamse identiteit. We wachten niet op een Vlaamse versie van Ahmed Aboutaleb, de eigenzinnige Marokkaanse burgemeester van Rotterdam, hij zou niet goed genoeg zijn. We wachten eerder op een, zeer bruikbare, Ayaan Hirsi Ali, die in Vlaanderen maar niet wil opstaan.

Deze opinie verscheen ook in De Standaard van 1 december 2010.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur