In de ban van hormoonverstorende stoffen: EU-wetgeving knoeit met onze gezondheid

Vandaag werd er in de Europese Commissie een ontwerptekst goedgekeurd door de lidstaten over de criteria die hormoonverstorende stoffen (EDC’s) moeten classificeren en op basis daarvan zullen verbieden of toelaten. Vaststelling: De Europese Commissie heeft zich vanaf 2009 gewillig laten beïnvloeden door een horde aan multinationals. Had de wetenschap en het ‘voorzichtigheidsprincipe’ het gehaald, dan zouden stoffen verboden worden op basis van het mogelijke gevaar. Dat mogelijke gevaar is héél groot en meermaals bewezen. 

David Precious (CC BY 2.0)

 

Al jaren valt het me in mijn omgeving op dat veel, ja té veel mensen al in hun jonge jaren (jonger dan 30) geveld worden door kanker en vruchtbaarheidsproblemen ontwikkelen. Eén van mijn beste vriendinnen werd met hormonale borstkanker gediagnosticeerd, twee andere beste vriendinnen hebben een (pijnlijke) vorm van endometriose en dus een verminderde vruchtbaarheid, een goede kennis kreeg lymfeklierkanker, nog drie andere vrienden kregen teelbalkanker. Allemaal mensen van mijn leeftijd, uit mijn directe kennissenkring. 

Nu ik zwanger ben en mijn gezondheid van directe invloed is op de ontwikkelingen van mijn kind, wil ik minder aan het toeval overlaten. Véél wordt vastgelegd van in de baarmoeder, de kiemen van latere ziektes worden al in mijn schoot gezaaid. Nu kan je over alles paranoïde worden. Toch wil ik me zo goed mogelijk informeren en weloverwogen keuzes maken zonder in verlammende onmacht of cynisme te vervallen (iets wat even gevaarlijk is, naar mijn gevoel).

Twee dingen waar ik directe invloed op kan uitoefenen, zijn mijn voedingsgewoonten en mijn hygiëne. Een eitje, zou je denken. Ik eet geen rauwe kazen of rauwe eieren, let op voor toxoplasmose (groenten wassen), ik knuffel de kat niet meer zo uitbundig en natuurlijk vermijd ik alcohol en sigaretten. Toch weet ik sinds de reportage van Panorama (okt. 2016) dat er ook verborgen gevaren zijn waar we veel minder bij stilstaan: de zogenaamde hormoonverstoorders of ‘endocrine disruptors’. 

Hormoonverstoorders - vooral in de vorm van parabenen, ftalaten, bisphenol A - zitten in alles wat we aanraken.

Hormoonverstoorders - vooral in de vorm van parabenen, ftalaten, bisphenol A - zitten in alles wat we aanraken (computers, telefoons), kledij, eten en drinken (via pesticiden en in plastic bakjes maar ook PET-flesjes), in shampoos, crèmes voor de huid, parfums, haarverf, cosmetica, speelgoed, papflessen en ga zo maar door.

Het zijn vaak weekmakers die giftige plastics lekken in onze omgeving (bijv. na opwarming van plastic in de microgolf maar ook gewoon door contact met bepaalde voedingsstoffen) en zich in de cellen van ons lichaam nestelen. Ze worden ook in het oppervlaktewater teruggevonden. 

Hormoonverstoorders worden niet enkel in verband gebracht met een stijgend aantal kankers, maar ook met obesitas, vroegtijdige borstontwikkeling, ADHD en bij mannen een verlaagde kwaliteit van sperma. 

Vooral voor de ontwikkelende foetus zijn ze een gevaar - hormoonverstorende stoffen worden bij de baby teruggevonden in navelstrengbloed en worden niet geweerd door de placenta. 

Vandaag hebben de EU-lidstaten een ontwerptekst over het gebruik van hormoonverstoorders in onze samenleving goedgekeurd. In een officieel persbericht staat te lezen dat de lidstaten het eindelijk eens zijn over de criteria die een hormoonverstoorder moeten definiëren en classificatie moeten mogelijk maken.

Geen voorzorgsmaatregelen

De Europese Commissie spreekt van een belangrijke stap voorwaarts. Toch waren NGO’s op voorhand pessimistisch: velen zien het vooral als een gewonnen slag van de chemie-industrie om hormoonverstoorders te blijven gebruiken. De richtlijn focust immers niet op voorzorgsmaatregelen en een totaalverbod maar op “bewezen effecten op de gezondheid” en strenge classificatienormen, waardoor er maar een luttel aantal hormoonverstoorders verboden zouden worden. 

Verdachte stoffen moeten eerst aan langdurig onderzoek worden onderworpen en kunnen dan pas uit de markt geweerd worden.

Verdachte stoffen moeten eerst aan langdurig onderzoek worden onderworpen en kunnen dan pas uit de markt geweerd worden.

Evenwel zijn er twee belangrijke wijzigingen tegenover de ontwerptekst van 2016, met name dat de Europese Commissie belooft in de toekomst niet enkel te focussen op biociden en pesticiden maar op alle hormoonverstorende stoffen - zoals die in speelgoed, verpakking van voeding en cosmetica. De ontwerptekst moet als een ‘stepping stone’ dienen om ook die stoffen aan te pakken, naast de hormoonverstoorders uit de gewasbeschermingsindustrie.

Die voorzichtige, niet-dwingende formulering kwam er na uitvoerig protest tegen de ontwerptekst vorig jaar in juni 2016 door wetenschappers en NGO’s.

“Presumed”

Een ander belangrijk woord in de tekst is “presumed”: ook veronderstelde hormoonverstoorders worden mee in de richtlijn opgenomen maar moeten voldoende bewijslast creëren om te worden verboden. Hiermee wordt dus al een stap in de goede richting gezet maar het is afwachten wat deze richtlijn effectief zal opleveren en welke chemicaliën nu als ‘EDC’ (endocrine disrupting chemicals) of hormoonverstorend zullen geclassificeerd worden. 

De BEUC (European Consumer Organisation) riep de EU nog in 2016 op om eindelijk uitsluitsel te geven over wat nu feitelijk een hormoonverstoorder is en te stoppen met de vertraging van het legislatieve procesDaarover gaat de discussie immers al sinds 2009: over de definitie van een hormoonverstoorder en welke dus daaronder gerekend zullen worden wanneer de wetgeving een feit wordt.

Eerder, in 2013, werd de Europese Commissie door het Europese Hof op de vingers getikt omdat ze gefaald hadden om een wettelijk kader te creëren voor de criteria over het gebruik van hormoonverstorende stoffen. ‘The Commission was obliged under the EU’s biocides regulation to adopt scientific criteria for the identification of these chemicals by 13 December 2013. However, in July 2013, a draft proposal was blocked by the Commission’s former Secretary-General, Catherine Day, who wanted the executive to make an impact analysis first.’ 

Nu zijn we dus vier jaar later.

Hormoonverstoorders werden intussen door verscheidene lidstaten met de mantel der liefde bedekt nadat ze met het zwaard der lobbyisten werden verdedigd.

Vandaag werd er dan wel succesvol gestemd over een draft van deze richtlijnen tot classificatie - maar hormoonverstoorders werden intussen door verscheidene lidstaten met de mantel der liefde bedekt nadat ze met het zwaard der lobbyisten werden verdedigd.

Volgens landen zoals Nederland zijn de huidige, reeds afgezwakte richtlijnen nog onvoldoende om de publieke gezondheid te beschermen. De “onevenredige bewijslast” die wordt gevraagd zal volgens Nederlandse parlementairen meer kwaad dan goed doen. 

NGO’s als SumofUs riepen landen in de aanloop naar de stemming zelfs op om tegen te stemmen en het voorbeeld te volgen van Denemarken, dat een totaalverbod op ftalaten wilde invoeren (maar dit voorstel onder druk van de EU terugtrok) of Zweden, dat al vroeg een totaalverbod op Bisphenol A uitvaardigde vooraleer de EU dit in 2016 deed voor verpakkingsmaterialen. 

Paul Friel (CC BY 2.0)

 

Falende EU

De nationale economieën zouden dat inderdaad kunnen beslissen, maar dat gaat voorbij aan het feit dat de Europese Commissie en dus bij uitbreiding de EU faalt tegenover haar burgers door géén eensgezinde boodschap uit te sturen naar industrieën die de hormoonverstorende stoffen blijven gebruiken en ontwikkelen. 

De Europese Commissie heeft zich vanaf 2009 gewillig laten beïnvloeden door een horde aan multinationals (denk aan: Monsanto, BASF, Bayer en bij uitbreiding de volledige industrie) die allemaal maar 1 ding wensen: dat de hormoonverstoorders mogen blijven gebruikt worden totdat bewezen is dat ze onherroepelijk een ‘risico voor de gezondheid van mensen’ (risk) zijn.

Multinationals beroepen zich op het feit dat hormoonverstoorders enkel in bepaalde mate van blootstelling schadelijk worden. Wetenschappers echter hameren erop dat er moet uitgegaan worden van het ‘voorzichtigheidsprincipe’. Dat wil zeggen dat niet het bewezen risico of de dosis van blootstelling maar het potentiële gevaar (hazard) doorslaggevend moet zijn om bepaalde hormoonverstorende stoffen te verbieden.

Door de goedkeuring van de ontwerptekst mag de industrie vermoedelijk naar hartenlust nieuwe hormoonverstorende stoffen introduceren.

De industrie zegt dat ‘the dose makes the poison’: het gevaar zit hem in de dosis.

De wetenschap countert dat met de stelling: ‘the timing is the poison’: de langdurige blootstelling aan zelfs de kleinste doses van hormoonverstoorders zorgt voor bioaccumulatie van deze schadelijke stoffen en uiteindelijk voor de toxiciteit ervan. 

Door de goedkeuring van de ontwerptekst mag de industrie vermoedelijk naar hartenlust nieuwe hormoonverstorende stoffen introduceren (er zijn er nu al honderden) die altijd weer aan langdurige onderzoeken zullen moeten onderworpen worden - totdat bewezen is dat ze onherroepelijk een risico vormen. Al die tijd kunnen ze dus straffeloos gebruikt worden, wat we nu ook zien. 

Had de wetenschap en het ‘voorzichtigheidsprincipe’ het gehaald, dan zouden stoffen verboden worden op basis van het mogelijke gevaar. Dat mogelijke gevaar is héél groot en meermaals bewezen. 

Gevaren meermaals bewezen

Gedetailleerde universitaire studies tonen dit aan, zoals de Zuid-Koreaanse studie over de gevaren van TPhP - een vlamvertrager die zowel in nagellak zit als in meubels en dus ook ingeademd wordt via huisstof. 

Bij zebravissen (soortgelijk DNA mensen) kwam duidelijk naar voren dat de vruchtbaarheid van zebravissen werd beïnvloed door de hormoonverstoorder TPhP. 

De World Health Organisation en de UNEP brachten al in 2012 de studie ‘State of the Science’ uit waarin zwart op wit staat dat hormoonverstoorders “contribute to the development of non-descended testes in young males, breast cancer in women, prostate cancer in men, developmental effects on the nervous system in children, attention deficit /hyperactivity in children and thyroid cancer.” (voetnoot 2)

In Denemarken zijn er gynaecologen die standaard een gesprek voeren over het vermijden van hormoonverstoorders - maar hier in België moet je vooral hard zoeken naar informatie. 

Dit zijn vaak ingewikkelde, langdurige onderzoeken die altijd weer worden tegengewerkt en weerlegd door de industrie - die er een leger van advocaten op loslaat om de minste inconsistentie bloot te leggen. Zij blijven hameren op de onschadelijkheid van hormoonverstoorders en komen aandraven met studies die geen rekening houden met de loutere aanwezigheid van al die verschillende hormoonverstoorders in ons milieu (zelfs zonder dat ze door een individu worden gebruikt) of het gebruik van hormoonverstoorders die ‘onder stress’ staan - zoals plastics in de vaatwasser of microgolf. Ze bestuderen de effecten van blootstelling aan een enkele stof en niet wat wetenschappers omschrijven als bioaccumulatie oftewel de toxiciteit na langdurige blootstelling aan kleine doses. 

Zo komt het dus dat we al sinds 2009 moeten wachten op een duidelijke etikettering of zelfs een verbod op hormoonverstoorders - terwijl deze praktijk ongestraft blijft bestaan.

De Gezinsbond waarschuwt aanstaande moeders gelukkig al voor hormoonverstoorders. De media hebben er steeds meer oor naar maar er zijn nog altijd te veel mensen die zich van geen kwaad bewust zijn - vnl. zwangere vrouwen wier toekomstige kinderen onrechtmatig worden blootgesteld aan dit gevaar.

In Denemarken zijn er gynaecologen die standaard een gesprek voeren over het vermijden van hormoonverstoorders - maar hier in België moet je vooral hard zoeken naar informatie.

Ik volg het in elk geval verder op - al doe ik het minder voor mezelf maar voor al diegenen die door het bos de bomen niet meer zien, die zich in de steek gelaten voelen door een ineffectieve, lobbygevoelige overheid en dito Europese wetgeving.  

LEES OOK

© Twitter Donald Tusk (@eucopresident)
Binnen het Oostelijk Partnerschap werkt de EU verder aan uitbreiding. Uitbreiding 2.0.
Edwin Leong (CC BY-SA 2.0)
Lobbyisten en sponsors speelden een grote rol tijdens de afgelopen klimaatconferentie in Bonn en eerdere klimaatgesprekken. Met name de energiesector roert zich krachtig.
© Unifly
Het Antwerpse Softwarebedrijf Unifly heeft een eerste systeem voor het beheer van onbemand luchtverkeer in Afrika geactiveerd.
riik@mctr
John Vandaele geeft Brussels Airlines een goed bedoelde feedback.