De beeldenstorm begint in Afrika en gaat over Afrikaanse levens

Requiem voor bronzen mannen op paarden (en andere witheidsmonumenten)

Raymond.ellis / Wikimedia (CC BY 2.0)

Het standbeeld van Louis Botha, de eerste minister-President van Zuid-Afrika, voor het parlementsgebouw in Kaapstad.

Na de dood van George Floyd worden wereldwijd standbeelden neergehaald die symbool staan voor slavernij en kolonialisme. Professor Adekeye Adebajo vraagt zich af of ‘het niet tijd is om een requiem te houden en onder de witheidsmonumenten van deze mannen een vreugdevuur te ontsteken met hun ijdelheden?’

Beelden van dode blanken werden in heel de westerse wereld neergehaald door een multi-raciaal carnaval van vastberaden activisten. Die acties waren het vervolg op door Black Lives Matter-geleide wereldwijde protesten tegen de gruwelijke lynchpartij van George Floyd door een blanke politieagent in Minneapolis.

Dit vreugdevuur van de “monumentenmannen” betekent de vernietiging van gedenktekens voor slavernij en kolonialisme. De beelden vormden al eeuwenlang een gewelddadige en aanhoudende aanslag op de gevoeligheden van zwarte en bruine minderheden die in Groot-Brittannië, Frankrijk, België, de Verenigde Staten (VS), Canada, Nieuw-Zeeland en Australië leven.

Een andere voormalige blanke overheersing — Zuid-Afrika — die nu door een zwarte meerderheid wordt geregeerd, heeft nog steeds een standbeeld van een blanke militaire veroveraar te paard voor het parlement van Kaapstad. Maar Zuid-Afrikaanse studenten speelden een cruciale rol in het ontstaan van deze wereldwijde “beeldenstorm”, met de verwijdering van het standbeeld van de aartsimperialist, Cecil Rhodes, van de Universiteit van Kaapstad in 2015. Na #RhodesMustFall, is het nu de beurt aan een heel regiment mannen in brons of arduin om “te vallen”. Ze struikelen eindelijk over hun eigen koloniale verleden of hun actieve banden met slavenhandel of andere vormen van gewelddadig racisme.

Hoe het Westen groot werd

De trans-Atlantische slavenhandel zorgde ervoor dat 12-15 miljoen Afrikanen tussen 1450 en 1888 naar Amerika gevoerd werden om er te werken op suiker-, koffie-, tabaks- en katoenplantages. Bij deze smerige handel waren slavenhandelaren, kooplieden en plantage-eigenaren uit Groot-Brittannië, Portugal, Spanje, Frankrijk, Nederland, Denemarken en Zweden betrokken. De VS, die geboren waren uit de Europese genocide op de inheemse, oorspronkelijke bevolking, waren ook sterk betrokken bij deze handel en erfden in 1776 de plantages van voormalige Britse opperheren.

De rivaliteit van Groot-Brittannië met Frankrijk in het Caribisch gebied draaide grotendeels om de slavenhandel.

De Britse Royal African Company werd in 1672 opgericht en kreeg een monopolie op de Afrikaanse slavenhandel. Dit monopolie eindigde 26 jaar later onder druk van de Britse “plantocratie” van kooplieden en planters in Amerika, die aandrongen op vrije handel in slaven. Slavenhandelaren in Bristol, Londen, Liverpool en Glasgow namen uiteindelijk deze handel over, die sterk werd gesteund door de monarchie en het grote publiek. De kerk gaf ook sterke steun, en God en de duivel marcheerden lange tijd zij aan zij.

Tussen 1680 en 1786 werden meer dan 2 miljoen Afrikaanse slaven naar Britse kolonies in het Caribisch gebied verscheept. Deze handel legde de basis voor de hedendaagse Britse industrie en het bankwezen. Onder de leden waren Britse parlementariërs, de Barclay- en Baring-bankfamilies en enkele prominente Amerikaanse families. De rivaliteit van Groot-Brittannië met Frankrijk in het Caribisch gebied draaide grotendeels om de slavenhandel. De westerse industrialisatie werd dus letterlijk gebouwd over de rug van de slavernij en het kolonialisme.

Verdrinken in eigen geschiedenis

Edward Colston hielp het transport van ongeveer 84.000 Afrikaanse slaven naar Amerika te organiseren.

Dit is de historische context waarin de recente omverwerping van het 125 jaar oude bronzen beeld van de 17e eeuwse slavenhandelaar Edward Colston in Bristol kan worden begrepen. Hij hielp het transport van ongeveer 84.000 Afrikaanse slaven naar Amerika te organiseren. Daarvan kwamen er al 19.000 op zee om.

Niet alleen werd er een standbeeld naar zijn beeld opgericht, Colston Hall blijft ook Bristol’s grootste muziekpodium. Dit is ook een van de meest verdeelde en ongelijke steden van Groot-Brittannië, bewoond door Bristoliaanse afstammelingen van Colston’s slavenhandel. Het standbeeld werd naar de haven van Bristol gerold, en met het zinken van het beeld in de haven werd symbolisch de dood van miljoenen Afrikaanse slaven tijdens de “Middle Passage” nagebootst.

De burgemeester van Bristol, Marvin Rees, die van Afro-Caribische afkomst is, weigerde de verwijdering van het beeld te veroordelen of te vergoelijken, met het argument dat het beeld een belediging is ‘voor mij en mensen zoals ik’. Priti Patel, de Britse minister van Binnenlandse Zaken van Oegandees-Indische afkomst, noemde het omverwerpen van Colston’s standbeeld “schandalig” en heeft de demonstranten consequent afgeschilderd als een gestoorde menigte van vandalen en schurken.

Oxford blijft doof aan een kant en roept aan de andere kant noodgedwongen op tot een debat dat het duidelijk niet wil voeren.

Patel’s onbezonnen mening vertegenwoordigt het reactionaire perspectief van afstammelingen van recente immigranten die zo wanhopig in een nieuwe maatschappij willen passen, dat ze meer nativistisch worden dan de oorspronkelijke inboorlingen.

Een beeld van de slavenhandelaar Robert Milligan werd onlangs ook uit de Londense haven verwijderd. Als reactie op aanhoudende protesten zijn veel Amerikaanse steden — San Francisco, Philadelphia, Montgomery, Alexandria en Richmond — begonnen met het verwijderen van monumenten van leiders van de zuidelijke Conferdatie, die slavenhandel ondersteunden of verdedigden. Hun monumenten werden opzettelijk opgericht als symbolen om de Afro-Amerikanen in het naoorlogse Zuiden te onderdrukken. Demonstranten hebben ook een aantal van deze beelden doen vallen.

Dit moet je kennen voor het examen

De Europese kolonisatie van Afrika was de voortzetting van de slavernij met andere middelen. Beide systemen gingen gepaard met een op winst gerichte uitbuiting — gehuld in de perverse rechtvaardigingen van een missiebeschaving — waarbij het project werd gelegitimeerd door westerse leiders, kapitalisten, kerken en wetenschappers. Onlangs zijn er op de universiteit van Oxford antikoloniale protesten gehouden, waarbij werd geëist dat het beeld van het grootste symbool van het Victoriaanse imperialisme — Cecil Rhodos — van het Oriel College verwijderd zou worden, vanwege zijn blanke supremacistische ideologie.

Typisch voor een gevestigde instelling blijft Oxford doof aan een kant en roept het aan de andere kant noodgedwongen op tot een debat dat het duidelijk niet wil voeren over het bloedgeld van een van zijn grootste weldoeners.

We werden gevoed met een basisdieet van de geschiedenis van de Stuarts, Tudors, Nelson en Gladstone, maar we hebben niet één keer les gehad over het smerige koloniale verleden van Groot-Brittannië.

Een miljoen Algerijnen stierven tijdens de barbaarse koloniale oorlog met Frankrijk (1954-1962) dat verwikkeld was in een wanhopige poging om zich vast te klampen aan een gebied dat duidelijk niet tot de natie behoorde. De huidige anti-koloniale woede heeft zich ook over het Kanaal verspreid: De Franse politie blijft de gemarginaliseerde Arabische en Afrikaanse jongeren, die prominent aanwezig waren in de recente protesten, bruut aanpakken.

In Brussel werd een standbeeld van Koning Leopold II besmeurd — door demonstranten die ook het politiegeweld tegen Afrikanen aanvechten — en in Antwerpen werd een ander standbeeld verwijderd. Het schrikbewind van Leopold in Congo heeft geleid tot 10 miljoen Afrikaanse doden — de helft van de bevolking — in een roofzuchtig systeem van slavenarbeid en martelingen op rubberplantages.

Hopelijk zullen deze gebeurtenissen een lang verwachte discussie over het imperialistische verleden van Europa op gang brengen. Terwijl ik in de jaren tachtig in Engeland op de middelbare school zat, werden we gevoed met een basisdieet van de geschiedenis van de Stuarts, Tudors, Nelson en Gladstone, maar we hebben niet één keer les gehad over het smerige koloniale verleden van Groot-Brittannië. Vier decennia later is dit nog steeds het geval. Duitsland heeft daarentegen grotendeels geleerd van zijn Holocaust-verleden om nieuwe burgers te creëren die nog steeds herinnerd worden aan hun tijdperk van het nazisme, zij het minder aan de Holocaust tegen de Herero in Namibië.

Zonder gerechtigheid, geen vrede

Alle door de Labour Party geleide gemeenteraden in Engeland en Wales hebben er op verstandige wijze mee ingestemd om alle standbeelden die verband houden met de slavernij aan debat te onderwerpen. Het Britse establishment blijft vaak zelfvoldaan over Amerikaans racisme, terwijl het de diepe vooroordelen binnen zijn eigen samenleving, die minderheden hebben gemarginaliseerd en gediscrimineerd op het gebied van onderwijs, huisvesting, gezondheid, gevangenissen en politiewerk gedurende tientallen jaren, niet erkent.

Misschien wordt Groot-Brittannië eindelijk gedwongen om te ontwaken uit zijn waanzinnige fantasie van rassenharmonie te midden van een voortdurende nostalgie naar het British Empire.

De populistische leiders van Groot-Brittannië en de VS, Boris Johnson en Donald Trump — de respectievelijke apostelen van Brexit en “Making America Great Again” — hebben voorspelbaar gereageerd op burgerprotesten door zich te beroepen op het ongevoelige machismo van de caudillos van Wet en Orde. Maar zonder gerechtigheid, geen vrede. Het harde werk van het corrigeren van historische misstanden kan niet voor onbepaalde tijd worden uitgesteld door het geestdodende geklets van twee leiders wier incompetentie op beschamende wijze is blootgelegd door hun geknoei met de COVID-19-pandemie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Deze monsterlijke monumenten die de westerse steden blijven bezoedelen, hoeven niet te worden vernietigd. Ze kunnen worden ondergebracht in musea of — zoals in Oost-Europa na de val van het communisme — in themaparken, waar hun historische betekenis kan worden gecontextualiseerd en uitgelegd aan het publiek om zo lering te trekken uit het verleden en fouten in de toekomst te voorkomen.

Is het niet tijd om een requiem te houden en onder de witheidsmonumenten van deze mannen een vreugdevuur te ontsteken met hun ijdelheden? Moeten hun verdrukkende beelden, die het uitzicht van westerse steden en post-apartheid Zuid-Afrika blijven verpesten, niet dringend vallen?

Professor Adekeye Adebajo is directeur van het Instituut voor Pan-Afrikaans denken en conversatie in Zuid-Afrika aan de Universiteit van Johannesburg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift