De Chinese werkelijkheid en de Tibetaanse lens

De Tibetaanse Gemeenschap in België wil graag enkele opmerkingen plaatsen bij het artikel van Kristof Decoster “Door welke lens kijken wij naar China?”, verschenen als MO*paper op www.MO.be.
Beste Kristof Decoster,
Op grond van een analyse van persmedia roept u in de bewuste MO*paper op tot het begrijpen van de kaders waardoor het nieuws dat tot ons komt a.h.w. gefilteerd wordt. Daarbij pleit u voor een beter begrip van de Volksrepubliek China en het Chinese volk. Veel van uw beschrijvingen  hebben een sterk relativerende toon. Wij menen dat dit niet strookt met de ernst van de Tibetaanse zaak..
Boeddha Shakyamuni (rond 500 voor Chr.) onderwees al over denkpatronen. De boeddistische godsdienst en filosofie kwamen volgens onze traditie in de 2e eeuw na Chr. naar Tibet (1). Wij zijn ons daarom op grond van onze cultuur bewust van de beperkingen, maar ook van de mogelijheden, die zienswijzen ons bieden. Onze cultuur en religie sporen ons al eeuwenlang aan om onze ideëenvorming te analyseren. Wij menen dat dit het respect voor de ander bevordert en een stabiele manier is waarop wij in vrede kunnen samenleven.
In dit kader verwijzen wij u graag naar het beroep dat Zijne Heiligheid de Dalai Lama op 27 Maart j.l. aan de Chinezen deed (2). Hierin staat: “Chinese brothers and sisters - wherever you may be - with deep concern I appeal to you to help dispel the misunderstandings between our two communities”.
In een langer citaat wijst Zijne Heiligheid op de verwevenheid van onze volkeren doorheen de geschiedenis en de complexe natuur van deze verweving. Daarnaast spreekt hij zich hoopvol uit over harmonie tussen onze volkeren:
“Since ancient times, Tibetan and Chinese peoples have lived as neighbors. In the two thousand year old recorded history of our peoples, we have at times developed friendly relations, even entering into matrimonial alliances, while at others we fought each other. However, since Buddhism flourished in China first before it arrived in Tibet from India, we Tibetans have historically accorded the Chinese people the respect and affection due to elder Dharma brothers and sisters. This is something well known to members of the Chinese community living outside China, some of whom have attended my Buddhist lectures, as well as pilgrims from mainland China, whom I have had the privilege to meet. I take heart from these meetings and feel they may contribute to a better understanding between our two peoples”. (3)
In uw artikel merkt u op dat er veel verwarring is over China en dat deze aangewakkerd wordt door eenzijdige, verouderde of niet goed overwogen persberichten. Om tot deze conclusie te komen heeft u vnl. artikelen uit Vlaamse, Franse, Engelse en Amerikaanse kwaliteitspers bestudeerd. Nog afgezien van de vraag wat er meer invloed heeft op de publieke opinie: kwaliteitskranten of meer populaire media, zouden we erop willen wijzen dat de Duitstalige pers ook van belang is b.v. voor het China beleid van de EU. Duitsland neemt in Europa een vooraanstaande positie in op het gebied van handelsbelangen en academische uitwisselingen met China, mensenrechtendialoog, advies bij revisie van wetboeken en rechtspraaksysteem (“Rechtsstaatsdialog”) enz.
De ontvangst van Z.H. de Dalai Lama door Bondskanselier Merckel en de politieke storm die dit opriep spelen nog steeds mee in zeer recente artikelen uit “Die Zeit” waarin de voormalige Bondskanseliers Schmidt en Schröder hun visie op China en Tibet uiteenzetten met een weerwoord van de Bundestag Fractiespreker voor Buitenlandse Politiek van de CDU/CSU, Von Klaeden (4).
U meent dat het in veel gevallen waardevoller is om de Chinezen zelf aan het woord te laten. De aanpak om inwoners van waar in de wereld dan ook aan het woord te laten, is voor de balans in de berichtgeving interessant, maar levert evengoed gewoon meer denkkaders op, nl. die van “de mensen van daar” en niet per se een hoger waarheidsgehalte of een gemakkelijkere analyse.
Al vroeg in de geschiedenis van de Volkrepubliek trokken westerlingen, vaak met communistische of socialistische sympathieen, naar de Volksrepubliek en berichtten optimistisch vandaar (5). Het argument dat onder Mao de miljoenen te eten hadden, werd een belangrijke sleutel voor sympathieopwekking bij het nog maar net van de Tweede Wereldoorlog bekomen Westen. Het presenteren van tevreden burgers, welgevoed en met een glimlach, werd een werkzaam deel van Chinese publiciteitcampagnes.
Nog steeds is dit argument werkzaam met als subtekst dat men daarom uit respect de Volksrepubliek niet mag bekritiseren. Hier wordt de voorkeur gegeven aan een emotionele respons eerder dan aan het feit dat kort daarvoor door verkeerde beslissingen van Mao naar schatting tot aan 40 miljoen inwoners bezweken aan de hongersnood van 1959 – 1962 (6).
Erping Zhang geeft in zijn artikel “Improving Human Rights in a Neo-Communist State” uit 2007 de meest gekende tweedeling nog eens aan en benadrukt dat beide denkwijzen hun merites hebben maar lijden aan een gebrek aan flexibiliteit in het zich opstellen t.o. de politiek van China.
 Het meer positieve beeld van hierboven valt onder de “China exception” school - meestal links georiënteerde academici, investeerders en anderen die menen dat het huidige China niet meer Communistisch is. Economische veranderingen zullen in deze visie tot steeds meer democratisering leiden. Dit kamp staat voor een politiek van “appeasement”. Men vindt het onmodieus om tegen het Communisme te strijden sinds de afloop van de Koude Oorlog.
Zhang geeft aan dat hierbij makkelijk voorbijgegaan wordt aan mensenrechtenschendingen en het feit dat waarachtige democratische hervormingen nog even ver weg lijken als 30 jaar geleden. De “China threat” beweging wijst, zoals u ook noemt, o.a. op de enorme bedragen die de Volkrepubliek investeert in defensie, de internet censuur en algemene onvrijheid en de onderdrukking van massale protesten (7).
In “The China Challenge: A Shining Model of Wealth without Liberty” (8) noemt James Mann vijf nieuwere vrijheden waarover de nieuwe middenklasse van China in toenemende mate beschikt: “… the chance to make money, and significant advances in personal, non-political freedoms (clothes, entertainment, sex, travel abroad)”.
Het is een reëele mogelijkheid dat de burgers zich conform het hen toegewezen kader bewegen uit angst deze belangrijke verworvenheden te verliezen. Informatie wordt nog altijd gecensureerd, zoveel geschiedkundige onderwerpen mogen nog niet kritisch besproken worden.  De basis van waarnemingen is vanaf de vroege opvoeding door deze censuur beinvloed.
Nog afgezien van de kracht van het nationalisme dat hele menigten op onvoorspelbare manier kan opzwepen en dat u door uw sterk relativerende toon bijna lijkt te ontkennen, zullen die inwoners van China, die zich met het bewind of een pan-Chinese gedachte kunnen identificeren, deze verworvenheden verdedigen naar de buitenwereld toe en dit inclusief journalisten, die ter plekke de objectiviteit zoeken in het spontane gesprek.
Liu Binyang (9) noemde in 1993 als basis voor het gedrag van het Chinese volk in maatschappelijke context: “… there are things one can do but does not talk about, others one merely talks about but does not actually do”.
Chen Kuide (10) schrijft in zijn artikel “China Rashomon” over de problematiek van vervormde en selectieve  waarneming: “… what is the real China? The diversity of views on this subject brings to mind Akira Kurosawa´s famous film Rashomon, bewildering the observer with a variety of mutually exclusive conceptions of China”.
Zo kon Liu Binyang nog schrijven over de goede reputatie van de vroege revolutionairen(11), terwijl een recent werk van Sun Shuyun over de Lange Mars beschrijft hoe de soldaten evengoed konfiskeerden en plunderden (12).
 U beschrijft ook enkele “ lenzen” waardoor Tibet en de Tibetanen in de pers en elders bekeken worden. U schrijft dat men ons ziet als zeehonden en dat onze vrienden zouden bestaan uit een “goegemeente” die onwerkelijke Shangrila dromen nalopen. De pro-Tibet beweging heeft naar uw mening weinig moeite om in het nieuws te geraken. Ook uw beschrijving van gerenommeerde voorvechters van de mensenrechten klinkt dubbelzinnig, alsof zij naief en slecht geinformeerd zouden zijn.
Nog afgezien van het feit dat Shangrila een krachtig vredessymbool is dat mensen troost kan schenken, kan het een instap zijn naar meer kennis over boeddistische volken van Azië  en hun cultuur en hoeft als zodanig niet denigrerend besproken te worden.
Sprekend over de recentere geschiedenis, is het niet te bestrijden dat de gehele bevolking van de Volksrepubliek decennia lang door zijn leiders is blootgesteld aan sociale experimenten die miljoenen fataal werden, en die een belangrijk stempel op de maatschappij en de ontwikkeling van het individu dat deelneemt aan die maatschappij hebben gezet. Hierbij is de tol voor de “minderheden” het zwaarst (13).
Z. H. de Dalai Lama was als lid (later Vice Voorzitter van het Staand Comité) van het Nationale Volkscongres in 1954 en 1955 in Beijing en heeft belangrijke ontwerpers van de Volkrepubliek zoals Mao Zedong en Zhou Enlai persoonlijk gekend. Mao deed Zijne Heiligheid belangrijke toezeggingen over de status van Tibet, respect voor de godsdienst en gewoonten van de Tibetanen (14). Net als voor de Uighuren en Mongolen, maar onder andere omstandigheden, zou van een werkelijke autonomie sprake moeten zijn (15). Deze garanties zijn nooit gehaald.
De Uighuren, Mongolen en Tibetanen bewonen, zoals u weet, de helft van het grondgebied van de Volksrepubliek, maar zoals Mw Rebiya Kadeer het nog onlangs uitdrukte in een bijeenkomst in het Europees parlement waar de Tibetaanse Gemeenschap in België haar mocht ontmoeten: “Er zijn gevallen met naam en toenaam bekend die in Oost Turkestan / Xinjiang op vreedzame wijze naar werkelijke autonomie gevraagd hebben en die daarop geëxecuteerd zijn” (16).
Mw Kadeer was, zoals u weet, nog in de jaren `90 lid van het Nationale Volkscongres. Net als Z.H. de Dalai Lama was zij o.g.v. haar prestige hiervoor door de machthebbers geselecteerd. Door kritiek op het Chinese beleid voor Xinjiang verdween zij voor jaren in de gevangenis en kon slechts door grote internationale druk na 6 jaar vrijkomen. Z.H. de Dalai Lama ontliep een dergelijk lot dat critici van het beleid wacht (vgl. met de Panchen Rinpoche en recent Tenzin Delek Rinpoche) door in 1959 te vluchten.
Voor wat betreft de Olympische Spelen, willen we nog opmerken dat Liu Jingmin, vice-president van het comité voor de kandidatuur van Peking, in april 2001 toezegde dat: “ … door Peking de Spelen toe te kennen helpt u aan de ontwikkeling van de mensenrechten”. (17)
Wij menen dat het gezien dergelijke gebroken beloften en de zwaarte van de repressie, waaraan de hele bevolking van de Volkrepubliek onderworpen is, begrijpelijk is dat sommige journalisten, politici of NGO´s soms grijpen naar hyperbolen, barok taalgebruik en wat niet meer, om het mediapubliek te bereiken met hun betoog en reacties op te roepen. Wij menen dat kwalificatie of diskwalificatie van een betoog eerder afhangen van het waarheidsgehalte en de wijsheid die een balans moet zijn van intellect en mededogen.
Al bijna 60 jaar lang proberen Tibetanen hun zaak in de internationale arena en de media onder de aandacht te brengen. Wij betwijfelen, i.t.t.wat u schrijft, op grond van de ervaringen die we daarbij maakten, dat het voor ons makkelijk is om gehoord te worden. Het is nog steeds niet iedereen bekend dat de bevolking van de Volksrepubliek China voor 8% -  10% uit andere bevolkingsgroepen bestaat. Zo vond het Tibetaanse vraagstuk pas in de tweede helft van de jaren ´80 van de vorige eeuw in bredere Westerse kringen weerklank, m.n. door de reizen van Z.H. de Dalai Lama en de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede in 1989.
Alle bewoners van de Volkrepubliek hebben echte vrijheden nodig. Betrouwbare informatie is een belangrijk middel om mensen tot denken, tot veranderen, tot helpen te brengen. De Tibetaanse Gemeenschap in België is bijzonder blij met de steun die ze krijgt van betrokken individuen en groeperingen om de Tibetaanse zaak voor het voetlicht te brengen. Wij hopen, als voormalig bewoners van de Volkrepubliek en kenners van de situatie daar, ook met u in gesprek te blijven.
Met vriendelijke groet, de Tibetaanse Gemeenschap in België
Noten:
(1)   “Buddhism became Tibet’s state religion only later. Introduced for the first time in 173 C.E., during the reign of King Lha Thothori Nyantsen, it was gradually assimilated, disseminated and finally integrated into the Tibetan way of life”. Website of the government of Tibet in Exile: http://www.tibet.com/index.html
(2)   “An Appeal to the Chinese People”, 27 Maart 2008, http://www.dalailama.com/news.220.htm
(3)   Idem
(4)   Helmut Schmidt: ˮTibet als Prüfstein. Was wir über die Hintergründe des Konflikts mit China wissen müssen“  http://www.zeit.de/2008/21/Tibet-China                
Gerhard Schröder: “Warum wir Peking brauchen. Kooperation statt Konfrontation: Deutschland muss die Modernisierung Chinas unterstüzen und auf Belehrungen oder Bloßstellungen verzichten“ http://www.zeit.de/2008/30/China .
Eckart Von Klaeden: ˮSo wird China keine lupenreine Demokratie. Mit ´Wandel durch Handel`allein ist es nicht getan. Eine Replik auf Gerhard Schröder“. http://www.zeit.de/online/2008/30/von-klaeden-china?from=rss
(5)   Een belangrijk voorbeeld voor de Anglo-Saksische pers is Joseph Needham, vgl. de biografie „The Man Who Loved China: The Fantastic Story of the Eccentric Scientist Who Unlocked the Mysteries of the Middle Kingdom van Simon Winchester, 2008.
(6)   http://users.erols.com/mwhite28/warstat1.htm#Mao geeft een vergelijking van 14 schattingen.
(7)   Erping Zhang: “Improving Human Rights in a Neo-Communist State” Maart 2007 http://hrichina.org/public/PDFs/CRF.3.2007/CRF-2007-3_Communist.pdf
(8)   James Mann: “The China Challenge: A Shining Model of Wealth without Liberty” Mei 2007 http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2007/05/18/AR2007051801640.html
(9)   Liu Binyan: “The Long March from Mao September 1993, in: “China. Contemporary political, Economic, and International Affairs”, ed. David B.H. Denoon, 2007, p.79.
(10)                        Chen Kuide: “China Rashomon”, China Rights Forum No.3, 2007, http://www.hrichina.org/public/contents/article?revision%5fid=45090&item%5fid=45071
(11)                        Liu Binyan 1993, p.77
(12)                        Sun Shuyun: “The Long March”, 2007
(13)                        Ed. Anne-Marie Blondeau and Katia Buffetrille: “Authenticating Tibet. Answers to China´s 100 Questions”, 2008, p.73.
(14)                        Tenzin Gyatso, de 14e Dalai Lama van Tibet: “Vrijheid in Ballingschap. De autobiografie van de Dalai Lama van Tibet”, 1990, p. 100 – 115. Vgl. ook de onder dwang getekende Overeenkomst in 17 Punten, zoals weergegeven in Blondeau en Buffetrille, p. 56 – 70.
(15)                        Rebiya Kadeer en Alexandra Cavelius: “Die Himmelstürmerin. Chinas Staatsfeindin Nr. 1 erzählt aus ihrem Leben“, 2008, p. 30. Open Meeting at the European Parliament 26.06.2008: “MEP Helga Trüpel raised the question of the Chinese mindset towards the concept of autonomy. Rebiya Kadeer responded that while China has a law granting autonomy to Xinjiang Region, its principles have never been respected in practice.” (from HRWF Report).
(16)                        26.06.2008 Open meeting at the European Parliament moderated by MEP Szent-Iványi.
(17)                        Zoals geciteerd in Adrianna Francisca Waldt: “ De  impact van de Olympische Spelen op de mensenrechtensituatie in China”. Tijdschrift voor Mensen Rechten 2, april-mei-juni  2008.  Vgl. nieuwste rapport van Amnesty International: http://www.amnesty.org/en/news-and-updates/report/chinese-authorities-broken-promises-threaten-olympic-legacy-2008072

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift