Is een gezelschapsspel de echte inzet van het postkoloniaal debat?

De Collaborateurs van Catan

Loterijmuseum

Het Spel der Koloniale Loterij uit 1934, getekend door Henri Kerels. Deze afbeelding maakt ook deel uit van de tentoonstelling “Onze/Jullie Kongo”, de Belgische koloniale propaganda ontsluierd.

Door de naamswijziging van het bordspel Kolonisten van Catan naar Catan af te schilderen als een postkoloniale kramp tast men ten onrechte de geloofwaardigheid van de dekolonisatiebeweging aan. Bovendien gaat men voorbij aan de dieperliggende vragen die men zich in deze kringen stelt en ontkent men de postkoloniale realiteit. Dat zegt postkoloniaal historicus Gert Huskens.

Catan-gate in een notendop

Gezelschapsspelminnend Nederland en Vlaanderen staan op hun kop, De Kolonisten van Catan gaat voortaan door het leven als Catan. De hetze ontstond toen eergisteren bij onze noorderburen het artikel Kolonisten” van Catan? Dat mag niet meer! in het Algemeen Dagblad verscheen. Daarin werd een persmedewerker van producent 999 Games opgevoerd die de inkorting tot Catan weet aan de geladenheid van de term ‘kolonisten’.

Er hadden bovendien ook enkele personen hun onvrede over de term laten blijken, voegde diezelfde medewerker er aan toe. Verontwaardigde reacties die de producent verweten een knieval te doen voor ‘een paar gekkies in hun mailbox’ zoals VVD fractievoorzitter Dijkhoff stelde, volgden al snel.

Uit een latere rechtzetting van 999 Games is echter gebleken dat de bewuste persmedewerker voor zijn beurt sprak. Klachten waren volgens het nieuwe bericht in de realiteit erg zeldzaam en de naamwijziging was vooral ingegeven door commerciële motieven.

Al in 2014 had men beslist dat het merk Catan internationaal veel beter verkocht en beschermd kon worden. Dat de term kolonist als ongelukkige vertaling van Siedler uit de originele Duitse titel sneuvelde, was mooi meegenomen. Op de vraag of 999 Games zijn boodschap aanpaste om de schade te beperken en de persmedewerker nogal knullig de echte motieven te grabbel gooide, zal er wellicht nooit uitsluitsel komen. Uiteindelijk lijkt de hele affaire een grote storm in een heel klein glas postkoloniaal water.

De manier waarop Dijkhoff in Nederland en in eigen land Theo Francken zich uitlieten over de naamswijziging reduceert de hele postkoloniale beweging tot een destructieve en cultuur-uitwissende dynamiek

Toch is de discussie exemplarisch voor een groot deel van het postkoloniaal debat in zowel Nederland als Vlaanderen. De manier waarop Dijkhoff in Nederland en in eigen land Theo Francken zich uitlieten over de naamswijziging reduceert de hele postkoloniale beweging tot een destructieve en cultuur-uitwissende dynamiek. Francken noemt het zelfs letterlijk “zelfhaat”.

Mij lijkt het echter dat er nog heel wat water naar de zee moet vloeien vooraleer de wijziging van de naam van een gezelschapsspel tot een situatie zal leiden waarin ‘alles kapot moet’. In die zin wordt de Catan-affaire namelijk op één lijn gezet met de Zwarte Pietendiscussie en het debat rond de koloniale monumenten.

Het erg populaire en herkenbare Catan wordt voorgesteld als een weerloos slachtoffer dat ten prooi is gevallen aan de dekolonisatiezucht van de linkerzijde. Aangezien het identiteitsvraagstuk een cruciaal onderdeel van de politieke campagne is, was de zogenaamde Catan-gate bovendien het gedroomd onderwerp bij de Vlaams-nationalistische Schild & Vrienden-voorzitter Dries Van Langenhove om het gevreesde spook van het cultuurmarxisme op te roepen.

Op 20 maart beschreef de Nederlandse socioloog Eric Hendriks in het NRC Handelsblad het postkolonialisme samen met gender studies reeds als een per definitie links onderzoeksdomein. Die stem in het sterker ontwikkelde Nederlandse postkoloniale debat klinkt nu ook steeds luider in Vlaanderen.

Zwart? Sla een beurt over.

Hoewel symboliek wel degelijk een cruciaal strijdpunt van de dekolonisatiebeweging is - denk onder meer aan het pleidooi voor een Lumumbastraat - richten de frustraties in deze middens zich voornamelijk op structurele problemen.

Afgelopen weekend zakten in Brussel nog tientallen geïnteresseerden af naar de zogenaamde Big conversation on Decolonisation. Tijdens dit evenement debatteerde men over racisme bij de politie, racisme in de sport, diversiteit in de media, etc. Dit zijn de thema’s waar men in de dekolonisatiebeweging écht van wakker ligt. Zij willen niet langer naar de achterkamer van de Panos verwezen worden omdat mensen ‘niet willen dat een negerin hun broodje aanraakt’.

Personen met een zwarte huidskleur krijgen in het gezelschapsspel dat het leven is nog steeds niet even veel kanskaarten als hun witte landgenoten. Zoals oud-voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad Nozizwe Dube op Twitter aanhaalde, zijn het deze koloniale referentiekaders, denkpatronen en structuren die men wil doorbreken.

Het iconoclasme waar men de dekolonisatiebeweging aan gelijkstelt, vertelt slechts een klein deel van het verhaal en laat zien dat men de problemen, noden en frustraties van vele landgenoten negeert en ontkent.

Het iconoclasme waar men de dekolonisatiebeweging aan gelijkstelt, vertelt slechts een klein deel van het verhaal en laat zien dat men de problemen, noden en frustraties van vele landgenoten negeert en ontkent. Voor de dekolonisatiebeweging zal het daarom de komende jaren cruciaal zijn om zich deels los te koppelen van louter symbolische acties en structurele problemen en het vraagstuk over historische continuïteiten stevig op de maatschappelijke agenda te plaatsen.

Ik wil niet beweren dat de titel De Kolonisten van Catan de verborgen Leopold II in ieder van ons wakker maakte. Wel wil ik duiden hoe reeds in de koloniale periode een bordspel al dan niet bewust een instrument was om stereotypes over de gekoloniseerden te verankeren in de Belgische maatschappij.

Zo produceerde in 1934 de Belgische Koloniale Loterij zijn eigen versie van het populaire ganzenbord (zie foto bovenaan dit artikel). Op verschillende vakjes worden de zwarte personages halfnaakt, primitief of zelfs als dragers van de blanke koloniaal voorgesteld. Dit spel slingerde jarenlang rond in de Belgische huiskamers en zo deden deze koloniale rollenpatronen en denkbeelden ook in het moederland hun intrede.

Tegenstemmen zullen zeggen de karikaturisering beiden zijden treft aangezien de koloniaal als vadsig en inhalig wordt voorgesteld. De crux zit hem echter in het feit dat de witte kolonisator zich kon troosten met zijn bevoorrechte positie in de koloniale samenleving. De zwarte werd daarentegen zowel in de realiteit als in de verbeelding geconfronteerd met een structurele onderdrukking. Als de koloniale maatschappij een bordspel was, had de gekoloniseerde nooit de teerling in handen.

Hoewel het spel Catan vrij is van zulke denigrerende afbeeldingen heeft het voor sommigen in deze traditie een postkoloniale bijsmaak gekregen als kruispunt van maatschappelijke frustraties, een historische context van stereotypering in de populaire cultuur, de term “kolonisten” in de titel en een spelvorm waarbij je gebieden moet bevolken en ontwikkelen.

Het is in dit samenspel van factoren en het opbod aan reacties dat de broodnodige semantische scherpstelling tussen kolonist, vestiging, kolonisator en kolonisatie vertroebelde. Veel meer dan een onzorgvuldige discussie over de term “kolonist” is dit debat echter een echo van de frustratie dat postkoloniale boodschappen vaak in dovemansoren vallen.

Een postkoloniale evenwichtsoefening

Het is duidelijk dat de trend die de boodschap van postkoloniale stemmen simplificeert tot hysterische aanvallen van irrationele muggenzifters moet gekeerd worden. Enkel zo kan men begrijpen dat sommige landgenoten de discussie rond de term “kolonisten” in de titel van een gezelschapsspel aangrijpen om hun postkoloniale frustraties te uiten. Dit impliceert dan ook geen gebrek aan maatschappelijke ruggengraat. Je kan immers maar fier rechtop staan als je het verleden recht in de ogen kijkt.

Stel je trouwens eens voor dat het spel De Collaborateurs van Catan had geheten. Zou de naamswijziging dan als even belachelijk zijn voorgesteld?

Stel je trouwens eens voor dat het spel De Collaborateurs van Catan had geheten. Zou de naamswijziging dan als even belachelijk zijn voorgesteld? Dat we omwille van gebrekkig onderwijs ons bij de zwarte bladzijde van onze koloniale geschiedenis minder kunnen voorstellen, mag niet in de weg staan dat we het dekolonisatiedebat niet ten gronde voeren. Versta me niet verkeerd, ook ik wil niet leven in een wereld waarin een kind geen zandkasteel zou mogen bouwen omdat dit imperialisme en oorlogszucht zou veronderstellen.

Het postkoloniale debat zal altijd een moeizame evenwichtsoefening blijven waarbij men rekening moet houden met de tegenstanders en vooral niet mag vervallen in een opbod dat de eigen boodschap tenietdoet. Dit mag ons echter niet tegenhouden om de confrontatie met historische erfenissen die minder dicht bij onze leefwereld liggen aan te gaan. We moeten dringend een historisch-empathisch vermogen opbouwen dat de politieke strijd tussen links en rechts overstijgt.

Gert Huskens is Postkoloniaal historicus en student internationale politiek aan de KU Leuven.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift